Verantwoord ontwikkelen, zowel in de topsport als op het gebied van het opdoen van werkervaring naast de topsport. Met relevante werkervaring op zak of met ervaring op het vlak van maatschappelijke inzet bereiden sporters zich voor op de stap naar een volgende carrière.

topsport en werkervaring

topsport en werkervaring

“ ‘Jij bent niet bang om je mening te geven’, zeiden ze”

Op haar tiende ging Jitske Visser op rolstoelbasketbal. Vijf jaar later werd ze geselecteerd voor het Nederlands team en maakte ze haar opwachting op de Spelen van Peking. Na een zesde plaats toen en een bronzen plak in Londen en Rio veroverde Nederland de gedroomde gouden medaille in Tokio. Mission accomplished. En nu is er een nieuwe misse. Jitske werd gekozen als voorzitter van de atletencommissie van het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). In die rol komt ze op voor de belangen van Paralympische sporters wereldwijd.

Tokio had voor mij nog een hoogtepunt in petto. Namens Nederland had ik me kandidaat gesteld voor de atletencommissie van het IPC. NOC*NSF had nagedacht wie ze daarvoor konden voordragen. Uiteindelijk is de keuze op mij gevallen. ‘Jij bent niet bang om je mening te geven’, zeiden ze. ‘En je kent de Paralympische wereld goed.’ Daar zit wat in. Ik was vijftien toen ik meedeed aan mijn eerste Paralympische Spelen. De Paralympische beweging is van grote invloed op mijn leven geweest. Ik heb er ontzettend veel van geleerd en ik heb er mijn plek in het leven door gevonden. Het zou mooi zijn als andere Paralympische topsporters dat ook mogen ervaren. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen. Door de leden van de commissie ben ik bovendien gekozen als voorzitter (ik had me kandidaat gesteld). Het is onwijs fijn dat ze het vertrouwen in me hebben uitgesproken. Deze rol betekent ook dat ik automatisch lid ben van het IPC-bestuur. De stem van atleten wordt zo steeds belangrijker. Een goede zaak.

Voor de IPC Atletencommissie hebben we regelmatig meetings. Het is even kijken hoe dat gaat lopen met het oog op corona. We zullen elkaar wat meer online en minder vaak fysiek ontmoeten. Met het bestuur van het IPC komen we normaal gesproken drie keer per jaar een weekend bij elkaar. Daarnaast heb je maandelijks een onlinemeeting. Als voorzitter van de Atletencommissie schuif je bovendien aan bij de Atletencommissie van het IOC. Dat wordt dus lekker druk allemaal. Vraag me niet hoe ik dat ga combineren met mijn topsport, want dat weet ik zelf ook nog niet. Bij mijn club train ik twee keer op een dag en zaterdag of zondag spelen we een wedstrijd. Dus daar gaat ook aardig wat tijd in zitten. Al heb ik geen enkele reden tot klagen. Het is toch heerlijk als je van je hobby je werk kunt maken? Living the dream!

Welke topsporteigenschappen ik meeneem naar de werkvloer? Nou, wat ik belangrijk vind, is om een doel voor ogen te hebben. Bij basketbal heb ik dat ook. Dat doel bestaat uit kleine subdoelen die je kunt najagen. En mijn ervaring als teamsporter helpt me ook. De afgelopen dertien jaar heb ik in verschillende teams gespeeld en veel van en over mensen geleerd. Ook dat je het niet altijd met elkaar eens bent. En dat is prima, daar kan misschien juist wel iets moois uit voortkomen. Tegelijkertijd moet je wel altijd blijven openstaan voor mensen en naar ze luisteren. En je moet sociaal een beetje handig zijn. Dat heb ik wel geleerd in Duitsland, waar ik als enige vrouw tussen mannen speel. Wat het verschil tussen mannen en vrouwen is? Daar ga ik het niet over hebben, want dan moet ik nadenken over wat ik wel en niet kan vertellen!”

“Ik heb veel over mensen geleerd”

“Een gouden plak op de Spelen was de enige medaille die nog ontbrak in onze prijzenkast. We hebben zo veel gewonnen met het Nederlands rolstoelbasketbalteam. Europees kampioen, wereldkampioen, brons in Londen en Rio. En daar was in Tokio dan eindelijk het goud. Cruciaal was de wedstrijd tegen Duitsland. Voor de derde keer op rij troffen we ze in de halve finale op de Spelen. De vorige ontmoetingen hadden we verloren. Er leek een vloek op te rusten. Maar nu wonnen we. De ontlading was groot, het optimisme ook: ‘We hebben al meer dan brons, dan moeten we de finale ook maar winnen.’ Het mooiste vond ik de prijsuitreiking. Normaal krijg je een medaille door een official omgehangen. Door corona deden we dat nu bij elkaar. Toen ik ’m omhad en vastpakte, dat was echt supervet. Onwerkelijk. De eerste twee weken heb ik die medaille nauwelijks afgedaan, en die was best zwaar.

Twee dagen na het winnen van de finale vlogen we naar huis, samen met andere Paralympiërs die nog in Tokio waren. Op Schiphol werden we opgevangen voor een Welkom Thuis met vrienden en familie. Dat was georganiseerd door Nederlandse Loterij en NOC*NSF. Dat hebben ze echt goed gedaan. We mochten drie mensen uitnodigen. Ik kon alleen niet kiezen tussen mijn vader, moeder, twee zussen en vriend. Dus ik zei: ‘Als eentje me nou komt ophalen, dan gaan we daarna naar Rotterdam en vieren we daar een feestje met elkaar. Die ene was mijn jongste zusje. Ze is zeven jaar jonger dan ik en klom vroeger na een wedstrijd altijd op mijn schoot. Nu is dat wat lastiger, ze is één meter tachtig. Het was heel fijn om haar weer te zien. In Rotterdam probeerde ik de dagen erna een beetje te landen. Dat is niet gelukt. Ik leefde echt op een gouden wolk.

“Door de Paralympische beweging heb ik mijn plek in het leven gevonden”

Jitske Visser

“ ‘Jij bent niet bang om je mening te geven’, zeiden ze”

Jitske Visser

“Sport staat op één, de rest plannen we eromheen”

Barbara Brouwer

Vind ik het nog wel leuk?, vroeg TeamNL-korfbalster Barbara Brouwer zich af. De meervoudig Europees- en wereldkampioene doelde op haar baan naast het korfballen. Via TeamNL@work volgde ze een traject om erachter te komen wat ze wilde. Het zette haar aan het denken en leidde tot een drastische maatregel: ze nam ontslag. Achteraf de juiste keuze, maar makkelijk was het niet. Met haar nieuwe baan valt alles op zijn plek. Ze kan topsport en werkervaring uitstekend combineren en zit lekker in haar vel.

“Als kind heb je als droom om elke dag te kunnen doen wat je leuk vindt. Voor mij was dat sporten! Wel vond ik het belangrijk om eerst een diploma te halen voor ik me op de topsport stortte. Ik ben opgeleid tot pedagogisch medewerker en ging naast het korfbal op een bso, een buitenschoolse opvang, werken. Omdat we ’s avonds trainen op de club, is het heerlijk om er overdag iets naast te doen. Anders word je gek. Ik begon om twee uur ’s middags. Dat paste goed. In de ochtend kun je uitslapen en je rust pakken, wat voor een topsporter belangrijk is. Op een gegeven moment begon het te knagen: Is dit het nou? Vind ik het wel leuk? Twee jaar eerder had een oud-ploeggenootje me gewezen op een groepsprogramma dat zij via TeamNL@work had gevolgd: het Krachtprogramma. Zij was daar superenthousiast over. Ik heb me meteen bij TeamNL@work aangemeld.

Het Krachtprogramma is gericht op topsporters en oud-topsporters die recent gestopt zijn met topsport. Je leert (her)ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je wilt. Het is één keer in de twee weken gedurende vier maanden. Door corona was het online, maar dat maakte het niet minder boeiend en inspirerend. We kregen leuke en zinvolle huiswerkopdrachten mee. Ik moest aan verschillende mensen vragen hoe ze naar me keken. Dat was interessant en leerzaam. Het hele traject heeft me aan het denken gezet. Uiteindelijk heeft het ertoe geleid dat ik ontslag heb genomen. Het laatste zetje kwam van een collega van de bso. Die vroeg me of ik het geld nodig had. Nee. ‘Waarom werk je hier dan nog als je het niet leuk vindt?’

In de periode erna heb ik nagedacht over wat ik wilde. Daar heb ik een paar maanden de tijd voor genomen. Het is goed om af en toe stil te staan bij waar je mee bezig bent. Ik heb met mensen gesproken, met bedrijven, en op een gegeven kwam NOC*NSF voorbij met een functie bij TeamNL Athlete Services. Ik ben op gesprek gegaan en had meteen een goed gevoel. Ik werd warm ontvangen en voelde me welkom. Een baan bij NOC*NSF is ideaal voor een topsporter. Ze zeiden: ‘Je sport staat voorop. Als je in de knel komt met het een of ander, laat het ons weten.’ Als ik overdag moet trainen, kan ik zonder problemen met mijn werk schuiven. Ik ben superflexibel. Hier kan dat. Als je bij een bedrijf werkt, hoe goed de intentie ook is, kan het nog wel eens tegenvallen. Qua planning is dat lastiger te regelen. Mijn teamgenoten vinden dat ik het goed voor elkaar heb. En dat vind ik zelf eigenlijk ook.

De combinatie van topsport bedrijven en daarnaast werkervaring opdoen, is voor mij nu perfect. Bij TeamNL Athlete Services heb ik het enorm naar mijn zin. En topsporter zijn is fantastisch. Uiteindelijk draait het om het resultaat, maar dat is niet het enige dat telt. Het gaat ook om de verhalen die je met elkaar maakt. De weg naar het paradijs. Je komt veel mooie dingen tegen. Ik kan me bijvoorbeeld een trip naar Turkije herinneren. We moesten onze mobieltjes inleveren. Voor de hele week. We dachten dat het een grap was. Dat was het niet. Die week hebben we met elkaar gesproken in plaats van met onze telefoon. Zo zijn er veel verhalen.

Als sporters mogen we echt blij zijn met TeamNL@work. Het biedt je de mogelijkheid om je ook op persoonlijk vlak te ontwikkelen. Er zijn allerlei groepsprogramma’s waarvoor je je kunt aanmelden, van Sprekers tot Sportmarketing en -media. Mij heeft het Krachtprogramma veel opgeleverd. Onder andere het inzicht dat je moet doen waar je energie van krijgt. Dat krijg ik van mijn eigen KorfbalCollege. Acht keer per jaar geef ik een clinic voor kinderen die buiten de top vallen. Ze komen uit het hele land en krijgen allemaal een mooi shirtje mee naar huis. Je ziet ze genieten. Die glimlach op hun gezicht, dat is zo waardevol. Mooi dat ik me als topsporter op deze manier ook maatschappelijk kan inzetten.”

“Hoe kijk je naar me?”

“Je moet doen waar je energie van krijgt”

topsport en werkervaring

“Sport staat op één, de rest plannen we eromheen”

Barbara Brouwer

“Met discipline en toewijding kun je veel bereiken”

Corné de Koning

Hoe een jongetje dat vroeger bij gym als laatste werd gekozen, uitgroeide tot een superfitte zilverenmedaillewinnaar in Tokio – dat is de verhaallijn die Paralympisch roeier Corné de Koning tijdens het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers ontwikkelde. Het helpt hem zijn verhaal te vertellen als hij door scholen, sportverenigingen of bedrijven wordt uitgenodigd. Discipline en toewijding zijn daarin belangrijke elementen. Zo combineert hij topsport en werkervaring en verlegt hij grenzen.

“Als je heel goed bent in een sport, word je topsporter. Daarna komt je maatschappelijke carrière. Bij mij ging het omgekeerd. Ik werkte en werd topsporter. Bij toeval eigenlijk. Tijdens een teambuildingsessie met rolstoelhockey gingen we roeien op de Bosbaan in Amsterdam. In de boot kwam ik niet vooruit, dat was een kwestie van techniek, maar binnen op de ergometer ging het goed. Dat is vooral hengsten, wat me wel ligt. Ik maakte indruk op de coach van de roeiselectie. Een paar weken later belde hij me op: of ik wilde meedoen met de NK indoorroeien. Het was mijn eerste roeiwedstrijd ooit. Ik werd Nederlands kampioen. Ik lag er wel helemaal af. Spierpijn, pijn aan mijn luchtwegen, bedenk het maar. Tegelijkertijd vond ik het supergaaf. Een paar weken later werd ik Europees kampioen indoorroeien. Hierna leerde ik roeien op het water. Dat ging al snel de goede kant op. Binnen vier maanden hadden we ons gekwalificeerd voor de WorldCup, waar we vierde werden. Dan kun je misschien ook naar de Paralympische Spelen, dacht ik. Dat wilde ik altijd al wel.

Met de roeiselectie trainde ik twaalf keer in de week. Dat deed ik naast mijn werk. Ik ben begeleider op een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke handicap. Dat vraagt om strak plannen. Omdat er 24 uur begeleiding aanwezig is op zo’n locatie, heb je mogelijkheden met de diensten die je draait. Als je twee avond-slaapdiensten achter elkaar draait, heb je bijna al je uren al gemaakt. Die diensten lopen van vier uur in de middag tot negen uur de volgende ochtend. Door zo te plannen, kon ik mijn tijd goed verdelen tussen trainen op de Bosbaan in Amsterdam en werken in Goes en omgeving, waar ik woon. Van mijn werkgever heb ik gelukkig altijd de vrijheid gehad om mijn rooster zelf in te vullen, zodat het goed uitkomt voor mij. Natuurlijk wel in overeenstemming met mijn collega’s. Dat gaat goed. Als het een niet onder het ander lijdt, is er geen probleem.

Werken naast sporten vind ik fijn. Het zorgt voor afleiding, en ik draag zo iets bij aan de maatschappij. Vroeger dacht ik daar minder romantisch over. Ik ben min of meer de gehandicaptenzorg ingerold. Tijdens mijn opleiding heb ik verschillende stages gelopen, binnen het speciaal onderwijs en de gehandicaptenzorg. Dat sprak me wel aan. De vrijheid die je hebt, de variabele werktijden. Het is niet van negen tot vijf. Naar dat soort dingen keek ik. Het was toen niet per se mijn missie om mensen te helpen. Nu kijk ik er anders tegenaan. Het is mooi dat je onderdeel van iemands leven kunt zijn, dat je iemand kunt helpen om zelfstandig te worden.

Na de vierde plek in Rio wilde ik hoe dan ook een medaille pakken. Dat is gelukt. Samen met Annika van der Meer, mijn roeipartner, ging ik voor goud in Tokio. Het werd zilver. Ook daar ben ik trots op. En het succes wordt opgepikt. Steeds vaker word ik uitgenodigd om op scholen en sportverenigingen een praatje te houden. Of bedrijven willen me hebben voor een motivational talk. Ik vind het leuk om mijn verhaal te delen. Hiermee kan ik anderen inspireren. Mijn praatje vond ik alleen nog niet sterk genoeg. Daarom heb ik meegedaan aan het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers. Dit programma gaat over jezelf: Wat is jouw verhaal? Wat wil je vertellen? Wat is interessant? Ik had geen flauw idee. Ik leef gewoon mijn leven. Dat is wat ik doe. Ineens moest ik erover nadenken. Ik vond het confronterend en oncomfortabel. Wat doe ik hier?, vroeg ik me af. Ik heb liever twee loodzware trainingen op een dag waarbij ik helemaal tot het gaatje moet gaan. Dat vind ik minder vermoeiend dan dit. Ik was leeg.

Als topsporter ben je gewend om fysiek bezig te zijn. Een hele dag ‘in de schoolbanken’ is dan wennen. Maar daar moet je even doorheen. Het leuke aan het programma is ook dat je dit samen met andere topsporters doet. Van het horen van elkaars verhalen leer je veel. Door het programma heb ik nu duidelijker een eigen verhaal dat ik kan vertellen: over een jongetje dat vroeger bij gym als laatste werd gekozen en uitgroeide tot een superfitte zilverenmedaillewinnaar op de Spelen in Tokio. Het gaat over het overwinnen van problemen, over het verleggen van grenzen. Ik heb een aangeboren beenlengteverschil. In mijn jeugd ben ik acht of negen keer geopereerd. Ik lag veel op bed en kon fysiek niet meekomen. Op mijn achttiende kreeg ik te horen dat ik met vijf jaar in een rolstoel zou belanden. Inmiddels ben ik 32 en loop ik nog als een kievit, bij wijze van spreken.

Met discipline en toewijding kun je veel bereiken. Dat zijn eigenschappen die op mij als topsporter van toepassing zijn. En die ik overbreng op bewoners van de zorglocatie waar ik werk. Ze willen zo zelfstandig mogelijk wonen. Dan moet je ze de vaardigheden aanleren die horen bij het goed voor jezelf zorgen. Dat gaat over het schoonmaken van hun huis. Over het klaarmaken van maaltijden. Over het inplannen van afspraken. Stapje voor stapje gaan we daarmee aan de gang. En na een halfjaar blijkt dat het best kan, ook al dachten ze van niet. Dat ze zelf een afspraak met de huisarts of tandarts kunnen maken als ze wat hebben. Zo krijgen ze steeds meer de regie over hun eigen leven. Dat willen we toch allemaal?”

“Het is mooi dat je onderdeel van iemands leven kunt zijn, dat je iemand kunt helpen om zelfstandig te worden”

“Meer regie over je eigen leven. Dat willen we toch allemaal?”

topsport en werkervaring

“Met discipline en toewijding kun je veel bereiken”

Corné de Koning

“Ik wilde weten hoe het was, het leven buiten de topsport”

Merle van Benthem

Nog niet zo heel lang geleden ging Merle van Benthem ervan uit dat het grootste deel van haar sportieve carrière erop zat. De 29-jarige geboren Hengelose gaf meer dan tien jaar alles in het BMX op topniveau. Maar na een mislukte kwalificatie voor de Spelen in Tokio was het klaar. Het einde van haar BMX-loopbaan bleek echter tegelijkertijd de start van een nieuw avontuur. Op de wielerbaan. Sinds juli 2021 mag Merle zich officieel baanwielrenster noemen en staat topsport weer met stip bovenaan haar prioriteitenlijst. Haar parttimebaan bij Topsport Gelderland blijft onderdeel van het schema. “Ik wil ook weten hoe het is om ‘gewoon’ te werken, wat ‘het echte leven’ inhoudt.”

“Tot nu toe voelt de overstap naar de wielerbaan goed. Ik dacht er al een tijdje over na en in de zomer heb ik de knoop definitief doorgehakt. Ik begin natuurlijk weer onderaan, maar dat wist ik. En dat is helemaal niet erg. We moeten zien hoe het de komende tijd gaat. Ik zit nu nog ver af van de topsportgroep, maar zie wel elke week vooruitgang. Ik moet nog veel sneller en sterker worden op de fiets en ik moet werken aan mijn start. Op dat vlak is het allemaal nog wat onwennig. De Olympische Spelen in Parijs in 2024 zijn natuurlijk mijn doel. Voor iemand die pas net is overgestapt naar een andere sport, is dat kort dag, maar ik ga er alles aan doen om het te halen. Overigens ben ik niet de eerste die deze overstap maakt. Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg komen ook uit het BMX. We spreken elkaar niet dagelijks, maar we hebben het er wel zo nu en dan over. Waar je tegenaan loopt, wat lastig is als je overstapt. Dat is wel fijn om samen te bespreken.

Ik werk acht uur per week bij Topsport Gelderland en dat blijft zo. In dat opzicht hoeven mijn planning en mijn week er niet heel anders uit te zien. Baanwielrennen is natuurlijk wel een andere sport dan BMX. De sport in mijn leven zit zeg maar in een nieuw jasje, maar de tijdsinvestering is vergelijkbaar. Hierdoor kan ik mijn werk als medewerker communicatie voor Topsport Gelderland goed blijven doen.

Ik wilde destijds inderdaad weten hoe dat was, een ‘gewone’ baan. Maar eerlijk, toen ik in 2019 begon op een werkervaringsplek bij NOC*NSF, was ik ook op zoek naar iets anders, naar wat afleiding. Ik zat in een lastige periode, het was mij allemaal wat te veel geworden. Toen zag ik in een nieuwsbrief van TeamNL de beschikbare werkervaringsplek bij TeamNL Athlete Services. Ik heb direct gereageerd en zo is het balletje gaan rollen. Bij NOC*NSF heb ik wel even tijd nodig gehad om uit te vinden hoe je sport en werk combineert. Voor die tijd was het toch ‘lang leve de topsport’ en dan ineens is er nog iets waar je verantwoordelijkheid voor draagt. Het kwam vooral aan op goed plannen en overzicht houden. Ik moet voor mezelf helder hebben wanneer ik wat moet doen en dan lukt het wel. In de periode bij NOC*NSF heb ik daar ook wel hulp bij gehad van mijn werkervaringsbegeleider Marti ten Kate. Na een jaar liep het werkervaringstraject af en kwam ik via-via bij Topsport Gelderland terecht.

Op dat moment had ik geen A-status, dus financieel hielp een werkplek natuurlijk ook, maar ik wilde er vooral iets naast blijven doen. Sowieso vind ik dat belangrijk. Daarom vond ik het ook ontzettend leuk dat ik werd gevraagd om tijdens het TeamNL Olympic Festival in Scheveningen iets te doen. Ik ben tijdens het festival de stad Den Haag ingegaan om kinderen, voornamelijk uit iets minder goede wijken, te laten zien hoe leuk en goed het is om te sporten en te bewegen. Ik had ook mijn fiets meegenomen en ze mochten vragen wat ze wilden. Het was echt geweldig om te doen: kinderen inspireren met mijn eigen passie, sport.

Mijn huidige functie als communicatiemedewerker is leuk. Het sluit goed aan bij de opleiding Marketing & Communicatie die ik aan het Johan Cruyff College heb gevolgd. Maar ik weet niet of ik dit na mijn sport fulltime zou willen doen. Bij NOC*NSF heb ik topsporters nieuw in de status wegwijs gemaakt, zaken uitgelegd, vragen beantwoord, dat soort dingen. Ik ben erachter gekomen dat ik sporters op die manier bijstaan echt heel leuk vind. Ik zou het bijvoorbeeld mooi vinden om in de toekomst topsporters te begeleiden bij mentale uitdagingen. Ik heb zelf ook een lastige periode gehad en het komt regelmatig voor, er moet meer over gepraat worden. Daar zal ik dan waarschijnlijk een studie voor moeten doen, maar het lijkt mij heel interessant. Wat ik na de sport ook ga doen, ik weet dat ik kan vertrouwen op mijn doelgerichtheid en mijn doorzettingsvermogen. Het is in mijn loopbaan lang niet altijd makkelijk geweest. Ik heb veel blessures gehad, maar kwam er steeds weer bovenop omdat ik doorzette. Dat is heel veel waard, in een maatschappelijke carrière en in het hele leven.”

“De sport in mijn leven zit in een nieuw jasje, maar de tijdsinvestering is vergelijkbaar”

“Echt geweldig om te doen: kinderen inspireren met mijn eigen passie, sport”

topsport en werkervaring

“Ik wilde weten hoe het was, het leven buiten de topsport”

Merle van Benthem

Verantwoord ontwikkelen, zowel in de topsport als op het gebied van het opdoen van werkervaring naast de topsport. Met relevante werkervaring op zak of met ervaring op het vlak van maatschappelijke inzet bereiden sporters zich voor op de stap naar een volgende carrière.

topsport en werkervaring

Geboortedatum en -plaats
29 oktober 1992, Zwolle

Sport
Rolstoelbasketbal

Opleiding
Psychologie aan de Open Universiteit

Werkervaring
Spreker

Maatschappelijke inzet
Voorzitter Atletencommissie Internationaal Paralympisch Comité
Lid IPC Governing Board

Sportieve hoogtepunten

  • Paralympisch kampioen Tokio 2020
  • Paralympisch brons in Londen 2012 en Rio 2016
  • Wereldkampioen in 2018
  • Europees kampioen in 2013, 2017, 2019 en 2021
  • Met de club Champions Cup gewonnen 2018 en 2019

Bijzonderheden
In 2021 Koninklijk onderscheiden (Ridder in de Orde van Oranje-Nassau)
Liefde voor sneakers
DJ van het team

Jitske Visser

“ ‘Jij bent niet bang om je mening te geven’, zeiden ze”

Op haar tiende ging Jitske Visser op rolstoelbasketbal. Vijf jaar later werd ze geselecteerd voor het Nederlands team en maakte ze haar opwachting op de Spelen van Peking. Na een zesde plaats toen en een bronzen plak in Londen en Rio veroverde Nederland de gedroomde gouden medaille in Tokio. Mission accomplished. En nu is er een nieuwe misse. Jitske werd gekozen als voorzitter van de atletencommissie van het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). In die rol komt ze op voor de belangen van Paralympische sporters wereldwijd.

Tokio had voor mij nog een hoogtepunt in petto. Namens Nederland had ik me kandidaat gesteld voor de atletencommissie van het IPC. NOC*NSF had nagedacht wie ze daarvoor konden voordragen. Uiteindelijk is de keuze op mij gevallen. ‘Jij bent niet bang om je mening te geven’, zeiden ze. ‘En je kent de Paralympische wereld goed.’ Daar zit wat in. Ik was vijftien toen ik meedeed aan mijn eerste Paralympische Spelen. De Paralympische beweging is van grote invloed op mijn leven geweest. Ik heb er ontzettend veel van geleerd en ik heb er mijn plek in het leven door gevonden. Het zou mooi zijn als andere Paralympische topsporters dat ook mogen ervaren. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen. Door de leden van de commissie ben ik bovendien gekozen als voorzitter (ik had me kandidaat gesteld). Het is onwijs fijn dat ze het vertrouwen in me hebben uitgesproken. Deze rol betekent ook dat ik automatisch lid ben van het IPC-bestuur. De stem van atleten wordt zo steeds belangrijker. Een goede zaak.

Voor de IPC Atletencommissie hebben we regelmatig meetings. Het is even kijken hoe dat gaat lopen met het oog op corona. We zullen elkaar wat meer online en minder vaak fysiek ontmoeten. Met het bestuur van het IPC komen we normaal gesproken drie keer per jaar een weekend bij elkaar. Daarnaast heb je maandelijks een onlinemeeting. Als voorzitter van de Atletencommissie schuif je bovendien aan bij de Atletencommissie van het IOC. Dat wordt dus lekker druk allemaal. Vraag me niet hoe ik dat ga combineren met mijn topsport, want dat weet ik zelf ook nog niet. Bij mijn club train ik twee keer op een dag en zaterdag of zondag spelen we een wedstrijd. Dus daar gaat ook aardig wat tijd in zitten. Al heb ik geen enkele reden tot klagen. Het is toch heerlijk als je van je hobby je werk kunt maken? Living the dream!

Welke topsporteigenschappen ik meeneem naar de werkvloer? Nou, wat ik belangrijk vind, is om een doel voor ogen te hebben. Bij basketbal heb ik dat ook. Dat doel bestaat uit kleine subdoelen die je kunt najagen. En mijn ervaring als teamsporter helpt me ook. De afgelopen dertien jaar heb ik in verschillende teams gespeeld en veel van en over mensen geleerd. Ook dat je het niet altijd met elkaar eens bent. En dat is prima, daar kan misschien juist wel iets moois uit voortkomen. Tegelijkertijd moet je wel altijd blijven openstaan voor mensen en naar ze luisteren. En je moet sociaal een beetje handig zijn. Dat heb ik wel geleerd in Duitsland, waar ik als enige vrouw tussen mannen speel. Wat het verschil tussen mannen en vrouwen is? Daar ga ik het niet over hebben, want dan moet ik nadenken over wat ik wel en niet kan vertellen!”

“Ik heb veel over mensen geleerd”

“Een gouden plak op de Spelen was de enige medaille die nog ontbrak in onze prijzenkast. We hebben zo veel gewonnen met het Nederlands rolstoelbasketbalteam. Europees kampioen, wereldkampioen, brons in Londen en Rio. En daar was in Tokio dan eindelijk het goud. Cruciaal was de wedstrijd tegen Duitsland. Voor de derde keer op rij troffen we ze in de halve finale op de Spelen. De vorige ontmoetingen hadden we verloren. Er leek een vloek op te rusten. Maar nu wonnen we. De ontlading was groot, het optimisme ook: ‘We hebben al meer dan brons, dan moeten we de finale ook maar winnen.’ Het mooiste vond ik de prijsuitreiking. Normaal krijg je een medaille door een official omgehangen. Door corona deden we dat nu bij elkaar. Toen ik ’m omhad en vastpakte, dat was echt supervet. Onwerkelijk. De eerste twee weken heb ik die medaille nauwelijks afgedaan, en die was best zwaar.

Twee dagen na het winnen van de finale vlogen we naar huis, samen met andere Paralympiërs die nog in Tokio waren. Op Schiphol werden we opgevangen voor een Welkom Thuis met vrienden en familie. Dat was georganiseerd door Nederlandse Loterij en NOC*NSF. Dat hebben ze echt goed gedaan. We mochten drie mensen uitnodigen. Ik kon alleen niet kiezen tussen mijn vader, moeder, twee zussen en vriend. Dus ik zei: ‘Als eentje me nou komt ophalen, dan gaan we daarna naar Rotterdam en vieren we daar een feestje met elkaar. Die ene was mijn jongste zusje. Ze is zeven jaar jonger dan ik en klom vroeger na een wedstrijd altijd op mijn schoot. Nu is dat wat lastiger, ze is één meter tachtig. Het was heel fijn om haar weer te zien. In Rotterdam probeerde ik de dagen erna een beetje te landen. Dat is niet gelukt. Ik leefde echt op een gouden wolk.

“Door de Paralympische beweging heb ik mijn plek in het leven gevonden”

topsport en werkervaring

“Sport staat op één, de rest plannen we eromheen”

Geboortedatum en -plaats
28 maart 1993, Doorn

Sport
Korfbal

Opleiding
Pedagogisch medewerker

Werkervaring
Sport-bso, planning kinderopvang
TeamNL Athlete Services

Maatschappelijke inzet
Clinics geven

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Krachtprogramma

Sportieve hoogtepunten

  • Landskampioen in 2016, 2017 en 2018
  • Wereldkampioen in 2015 en 2019
  • Europees kampioen in 2016, 2018 en 2021

Bijzonderheden
Eigen KorfbalCollege opgericht (KorfbalCollege Midden Nederland)

Vind ik het nog wel leuk?, vroeg TeamNL-korfbalster Barbara Brouwer zich af. De meervoudig Europees- en wereldkampioene doelde op haar baan naast het korfballen. Via TeamNL@work volgde ze een traject om erachter te komen wat ze wilde. Het zette haar aan het denken en leidde tot een drastische maatregel: ze nam ontslag. Achteraf de juiste keuze, maar makkelijk was het niet. Met haar nieuwe baan valt alles op zijn plek. Ze kan topsport en werkervaring uitstekend combineren en zit lekker in haar vel.

Het Krachtprogramma is gericht op topsporters en oud-topsporters die recent gestopt zijn met topsport. Je leert (her)ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je wilt. Het is één keer in de twee weken gedurende vier maanden. Door corona was het online, maar dat maakte het niet minder boeiend en inspirerend. We kregen leuke en zinvolle huiswerkopdrachten mee. Ik moest aan verschillende mensen vragen hoe ze naar me keken. Dat was interessant en leerzaam. Het hele traject heeft me aan het denken gezet. Uiteindelijk heeft het ertoe geleid dat ik ontslag heb genomen. Het laatste zetje kwam van een collega van de bso. Die vroeg me of ik het geld nodig had. Nee. ‘Waarom werk je hier dan nog als je het niet leuk vindt?’

In de periode erna heb ik nagedacht over wat ik wilde. Daar heb ik een paar maanden de tijd voor genomen. Het is goed om af en toe stil te staan bij waar je mee bezig bent. Ik heb met mensen gesproken, met bedrijven, en op een gegeven kwam NOC*NSF voorbij met een functie bij TeamNL Athlete Services. Ik ben op gesprek gegaan en had meteen een goed gevoel. Ik werd warm ontvangen en voelde me welkom. Een baan bij NOC*NSF is ideaal voor een topsporter. Ze zeiden: ‘Je sport staat voorop. Als je in de knel komt met het een of ander, laat het ons weten.’ Als ik overdag moet trainen, kan ik zonder problemen met mijn werk schuiven. Ik ben superflexibel. Hier kan dat. Als je bij een bedrijf werkt, hoe goed de intentie ook is, kan het nog wel eens tegenvallen. Qua planning is dat lastiger te regelen. Mijn teamgenoten vinden dat ik het goed voor elkaar heb. En dat vind ik zelf eigenlijk ook.

De combinatie van topsport bedrijven en daarnaast werkervaring opdoen, is voor mij nu perfect. Bij TeamNL Athlete Services heb ik het enorm naar mijn zin. En topsporter zijn is fantastisch. Uiteindelijk draait het om het resultaat, maar dat is niet het enige dat telt. Het gaat ook om de verhalen die je met elkaar maakt. De weg naar het paradijs. Je komt veel mooie dingen tegen. Ik kan me bijvoorbeeld een trip naar Turkije herinneren. We moesten onze mobieltjes inleveren. Voor de hele week. We dachten dat het een grap was. Dat was het niet. Die week hebben we met elkaar gesproken in plaats van met onze telefoon. Zo zijn er veel verhalen.

Als sporters mogen we echt blij zijn met TeamNL@work. Het biedt je de mogelijkheid om je ook op persoonlijk vlak te ontwikkelen. Er zijn allerlei groepsprogramma’s waarvoor je je kunt aanmelden, van Sprekers tot Sportmarketing en -media. Mij heeft het Krachtprogramma veel opgeleverd. Onder andere het inzicht dat je moet doen waar je energie van krijgt. Dat krijg ik van mijn eigen KorfbalCollege. Acht keer per jaar geef ik een clinic voor kinderen die buiten de top vallen. Ze komen uit het hele land en krijgen allemaal een mooi shirtje mee naar huis. Je ziet ze genieten. Die glimlach op hun gezicht, dat is zo waardevol. Mooi dat ik me als topsporter op deze manier ook maatschappelijk kan inzetten.”

“Als kind heb je als droom om elke dag te kunnen doen wat je leuk vindt. Voor mij was dat sporten! Wel vond ik het belangrijk om eerst een diploma te halen voor ik me op de topsport stortte. Ik ben opgeleid tot pedagogisch medewerker en ging naast het korfbal op een bso, een buitenschoolse opvang, werken. Omdat we ’s avonds trainen op de club, is het heerlijk om er overdag iets naast te doen. Anders word je gek. Ik begon om twee uur ’s middags. Dat paste goed. In de ochtend kun je uitslapen en je rust pakken, wat voor een topsporter belangrijk is. Op een gegeven moment begon het te knagen: Is dit het nou? Vind ik het wel leuk? Twee jaar eerder had een oud-ploeggenootje me gewezen op een groepsprogramma dat zij via TeamNL@work had gevolgd: het Krachtprogramma. Zij was daar superenthousiast over. Ik heb me meteen bij TeamNL@work aangemeld.

“Hoe kijk je naar me?”

“Je moet doen waar je energie van krijgt”

topsport en werkervaring

Barbara Brouwer

“Met discipline en toewijding kun je veel bereiken”

Corné de Koning

Hoe een jongetje dat vroeger bij gym als laatste werd gekozen, uitgroeide tot een superfitte zilverenmedaillewinnaar in Tokio – dat is de verhaallijn die Paralympisch roeier Corné de Koning tijdens het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers ontwikkelde. Het helpt hem zijn verhaal te vertellen als hij door scholen, sportverenigingen of bedrijven wordt uitgenodigd. Discipline en toewijding zijn daarin belangrijke elementen. Zo combineert hij topsport en werkervaring en verlegt hij grenzen.

Geboortedatum en -plaats
27 september 1989, Goes

Sport
Para-roeien

Opleiding
MBO Medewerker Maatschappelijke Zorg

Werkervaring
Woonbegeleider (parttime)

Maatschappelijke inzet
Gastdocent Module Aangepaste Sport
Training rolstoelhockey

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Sprekers

Sportieve hoogtepunten

  • Goud WK 2017 (PR2 Mix2x), 2018 (PR2 Mix2x en PR2 M1x) en 2019 (PR2 M1x)
  • Zilver WK 2019 (PR2 Mix2x)
  • Goud EK 2020 (PR2 Mix2)
  • Zilver EK 2021 (PR2 Mix2)
  • Zilver Paralympische Spelen Tokio 2020 (PR2 Mix2x)

Bijzonderheden
Corné heeft sinds zijn geboorte één been dat korter is dan het andere
Zijn roeipartner Annika van der Meer is gestopt na de Spelen
Passie voor koken


“Als je heel goed bent in een sport, word je topsporter. Daarna komt je maatschappelijke carrière. Bij mij ging het omgekeerd. Ik werkte en werd topsporter. Bij toeval eigenlijk. Tijdens een teambuildingsessie met rolstoelhockey gingen we roeien op de Bosbaan in Amsterdam. In de boot kwam ik niet vooruit, dat was een kwestie van techniek, maar binnen op de ergometer ging het goed. Dat is vooral hengsten, wat me wel ligt. Ik maakte indruk op de coach van de roeiselectie. Een paar weken later belde hij me op: of ik wilde meedoen met de NK indoorroeien. Het was mijn eerste roeiwedstrijd ooit. Ik werd Nederlands kampioen. Ik lag er wel helemaal af. Spierpijn, pijn aan mijn luchtwegen, bedenk het maar. Tegelijkertijd vond ik het supergaaf. Een paar weken later werd ik Europees kampioen indoorroeien. Hierna leerde ik roeien op het water. Dat ging al snel de goede kant op. Binnen vier maanden hadden we ons gekwalificeerd voor de WorldCup, waar we vierde werden. Dan kun je misschien ook naar de Paralympische Spelen, dacht ik. Dat wilde ik altijd al wel.

Met de roeiselectie trainde ik twaalf keer in de week. Dat deed ik naast mijn werk. Ik ben begeleider op een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke handicap. Dat vraagt om strak plannen. Omdat er 24 uur begeleiding aanwezig is op zo’n locatie, heb je mogelijkheden met de diensten die je draait. Als je twee avond-slaapdiensten achter elkaar draait, heb je bijna al je uren al gemaakt. Die diensten lopen van vier uur in de middag tot negen uur de volgende ochtend. Door zo te plannen, kon ik mijn tijd goed verdelen tussen trainen op de Bosbaan in Amsterdam en werken in Goes en omgeving, waar ik woon. Van mijn werkgever heb ik gelukkig altijd de vrijheid gehad om mijn rooster zelf in te vullen, zodat het goed uitkomt voor mij. Natuurlijk wel in overeenstemming met mijn collega’s. Dat gaat goed. Als het een niet onder het ander lijdt, is er geen probleem.

“Het is mooi dat je onderdeel van iemands leven kunt zijn, dat je iemand kunt helpen om zelfstandig te worden”

Werken naast sporten vind ik fijn. Het zorgt voor afleiding, en ik draag zo iets bij aan de maatschappij. Vroeger dacht ik daar minder romantisch over. Ik ben min of meer de gehandicaptenzorg ingerold. Tijdens mijn opleiding heb ik verschillende stages gelopen, binnen het speciaal onderwijs en de gehandicaptenzorg. Dat sprak me wel aan. De vrijheid die je hebt, de variabele werktijden. Het is niet van negen tot vijf. Naar dat soort dingen keek ik. Het was toen niet per se mijn missie om mensen te helpen. Nu kijk ik er anders tegenaan. Het is mooi dat je onderdeel van iemands leven kunt zijn, dat je iemand kunt helpen om zelfstandig te worden.

Na de vierde plek in Rio wilde ik hoe dan ook een medaille pakken. Dat is gelukt. Samen met Annika van der Meer, mijn roeipartner, ging ik voor goud in Tokio. Het werd zilver. Ook daar ben ik trots op. En het succes wordt opgepikt. Steeds vaker word ik uitgenodigd om op scholen en sportverenigingen een praatje te houden. Of bedrijven willen me hebben voor een motivational talk. Ik vind het leuk om mijn verhaal te delen. Hiermee kan ik anderen inspireren. Mijn praatje vond ik alleen nog niet sterk genoeg. Daarom heb ik meegedaan aan het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers. Dit programma gaat over jezelf: Wat is jouw verhaal? Wat wil je vertellen? Wat is interessant? Ik had geen flauw idee. Ik leef gewoon mijn leven. Dat is wat ik doe. Ineens moest ik erover nadenken. Ik vond het confronterend en oncomfortabel. Wat doe ik hier?, vroeg ik me af. Ik heb liever twee loodzware trainingen op een dag waarbij ik helemaal tot het gaatje moet gaan. Dat vind ik minder vermoeiend dan dit. Ik was leeg.

Als topsporter ben je gewend om fysiek bezig te zijn. Een hele dag ‘in de schoolbanken’ is dan wennen. Maar daar moet je even doorheen. Het leuke aan het programma is ook dat je dit samen met andere topsporters doet. Van het horen van elkaars verhalen leer je veel. Door het programma heb ik nu duidelijker een eigen verhaal dat ik kan vertellen: over een jongetje dat vroeger bij gym als laatste werd gekozen en uitgroeide tot een superfitte zilverenmedaillewinnaar op de Spelen in Tokio. Het gaat over het overwinnen van problemen, over het verleggen van grenzen. Ik heb een aangeboren beenlengteverschil. In mijn jeugd ben ik acht of negen keer geopereerd. Ik lag veel op bed en kon fysiek niet meekomen. Op mijn achttiende kreeg ik te horen dat ik met vijf jaar in een rolstoel zou belanden. Inmiddels ben ik 32 en loop ik nog als een kievit, bij wijze van spreken.

Met discipline en toewijding kun je veel bereiken. Dat zijn eigenschappen die op mij als topsporter van toepassing zijn. En die ik overbreng op bewoners van de zorglocatie waar ik werk. Ze willen zo zelfstandig mogelijk wonen. Dan moet je ze de vaardigheden aanleren die horen bij het goed voor jezelf zorgen. Dat gaat over het schoonmaken van hun huis. Over het klaarmaken van maaltijden. Over het inplannen van afspraken. Stapje voor stapje gaan we daarmee aan de gang. En na een halfjaar blijkt dat het best kan, ook al dachten ze van niet. Dat ze zelf een afspraak met de huisarts of tandarts kunnen maken als ze wat hebben. Zo krijgen ze steeds meer de regie over hun eigen leven. Dat willen we toch allemaal?”

“Meer regie over je eigen leven. Dat willen we toch allemaal?”

topsport en werkervaring

Merle van Benthem

topsport en werkervaring

“Ik wilde weten hoe het was, het leven buiten de topsport”

Geboortedatum en -plaats
7 december 1992, Hengelo

Sport
Baanwielrennen (voorheen BMX)

Opleiding
Marketing & Communicatie, Johan Cruyff College

Werkervaring
Parttimemedewerker communicatie bij Topsport Gelderland
TeamNL Athlete Services

Maatschappelijke inzet
Coaching
Inzet voor NOC*NSF Nationale Sportweek en Olympic Festival – Tokyo in Town

Sportieve hoogtepunten

  • Nederlands kampioen bij de vrouwen in 2014
  • Halve finale Olympische Spelen in 2016

Bijzonderheden
Comeback hero: veel blessures gehad
Gestopt met BMX na mislopen Olympische Spelen 2020

Nog niet zo heel lang geleden ging Merle van Benthem ervan uit dat het grootste deel van haar sportieve carrière erop zat. De 29-jarige geboren Hengelose gaf meer dan tien jaar alles in het BMX op topniveau. Maar na een mislukte kwalificatie voor de Spelen in Tokio was het klaar. Het einde van haar BMX-loopbaan bleek echter tegelijkertijd de start van een nieuw avontuur. Op de wielerbaan. Sinds juli 2021 mag Merle zich officieel baanwielrenster noemen en staat topsport weer met stip bovenaan haar prioriteitenlijst. Haar parttimebaan bij Topsport Gelderland blijft onderdeel van het schema. “Ik wil ook weten hoe het is om ‘gewoon’ te werken, wat ‘het echte leven’ inhoudt.”

“Tot nu toe voelt de overstap naar de wielerbaan goed. Ik dacht er al een tijdje over na en in de zomer heb ik de knoop definitief doorgehakt. Ik begin natuurlijk weer onderaan, maar dat wist ik. En dat is helemaal niet erg. We moeten zien hoe het de komende tijd gaat. Ik zit nu nog ver af van de topsportgroep, maar zie wel elke week vooruitgang. Ik moet nog veel sneller en sterker worden op de fiets en ik moet werken aan mijn start. Op dat vlak is het allemaal nog wat onwennig. De Olympische Spelen in Parijs in 2024 zijn natuurlijk mijn doel. Voor iemand die pas net is overgestapt naar een andere sport, is dat kort dag, maar ik ga er alles aan doen om het te halen. Overigens ben ik niet de eerste die deze overstap maakt. Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg komen ook uit het BMX. We spreken elkaar niet dagelijks, maar we hebben het er wel zo nu en dan over. Waar je tegenaan loopt, wat lastig is als je overstapt. Dat is wel fijn om samen te bespreken.

Ik werk acht uur per week bij Topsport Gelderland en dat blijft zo. In dat opzicht hoeven mijn planning en mijn week er niet heel anders uit te zien. Baanwielrennen is natuurlijk wel een andere sport dan BMX. De sport in mijn leven zit zeg maar in een nieuw jasje, maar de tijdsinvestering is vergelijkbaar. Hierdoor kan ik mijn werk als medewerker communicatie voor Topsport Gelderland goed blijven doen.

Ik wilde destijds inderdaad weten hoe dat was, een ‘gewone’ baan. Maar eerlijk, toen ik in 2019 begon op een werkervaringsplek bij NOC*NSF, was ik ook op zoek naar iets anders, naar wat afleiding. Ik zat in een lastige periode, het was mij allemaal wat te veel geworden. Toen zag ik in een nieuwsbrief van TeamNL de beschikbare werkervaringsplek bij TeamNL Athlete Services. Ik heb direct gereageerd en zo is het balletje gaan rollen. Bij NOC*NSF heb ik wel even tijd nodig gehad om uit te vinden hoe je sport en werk combineert. Voor die tijd was het toch ‘lang leve de topsport’ en dan ineens is er nog iets waar je verantwoordelijkheid voor draagt. Het kwam vooral aan op goed plannen en overzicht houden. Ik moet voor mezelf helder hebben wanneer ik wat moet doen en dan lukt het wel. In de periode bij NOC*NSF heb ik daar ook wel hulp bij gehad van mijn werkervaringsbegeleider Marti ten Kate. Na een jaar liep het werkervaringstraject af en kwam ik via-via bij Topsport Gelderland terecht.

Op dat moment had ik geen A-status, dus financieel hielp een werkplek natuurlijk ook, maar ik wilde er vooral iets naast blijven doen. Sowieso vind ik dat belangrijk. Daarom vond ik het ook ontzettend leuk dat ik werd gevraagd om tijdens het TeamNL Olympic Festival in Scheveningen iets te doen. Ik ben tijdens het festival de stad Den Haag ingegaan om kinderen, voornamelijk uit iets minder goede wijken, te laten zien hoe leuk en goed het is om te sporten en te bewegen. Ik had ook mijn fiets meegenomen en ze mochten vragen wat ze wilden. Het was echt geweldig om te doen: kinderen inspireren met mijn eigen passie, sport.

Mijn huidige functie als communicatiemedewerker is leuk. Het sluit goed aan bij de opleiding Marketing & Communicatie die ik aan het Johan Cruyff College heb gevolgd. Maar ik weet niet of ik dit na mijn sport fulltime zou willen doen. Bij NOC*NSF heb ik topsporters nieuw in de status wegwijs gemaakt, zaken uitgelegd, vragen beantwoord, dat soort dingen. Ik ben erachter gekomen dat ik sporters op die manier bijstaan echt heel leuk vind. Ik zou het bijvoorbeeld mooi vinden om in de toekomst topsporters te begeleiden bij mentale uitdagingen. Ik heb zelf ook een lastige periode gehad en het komt regelmatig voor, er moet meer over gepraat worden. Daar zal ik dan waarschijnlijk een studie voor moeten doen, maar het lijkt mij heel interessant. Wat ik na de sport ook ga doen, ik weet dat ik kan vertrouwen op mijn doelgerichtheid en mijn doorzettingsvermogen. Het is in mijn loopbaan lang niet altijd makkelijk geweest. Ik heb veel blessures gehad, maar kwam er steeds weer bovenop omdat ik doorzette. Dat is heel veel waard, in een maatschappelijke carrière en in het hele leven.”

“De sport in mijn leven zit in een nieuw jasje, maar de tijdsinvestering is vergelijkbaar”

“Echt geweldig om te doen: kinderen inspireren met mijn eigen passie, sport”