Wij vinden het belangrijk dat topsporters zich kunnen ontwikkelen. Ook op het gebied van onderwijs. Er zijn faciliteiten die sporters ondersteunen in de combinatie topsport en onderwijs. Dit alles met als doel om de duale carrière van topsporters mogelijk te maken.

topsport en onderwijs

“Ik ben iemand voor de toekomst”

topsport en onderwijs

“Het is mooi om samen te zijn met mensen die hetzelfde willen als ik”

Doen wat je wilt. Je eigen keuzes maken. Vrij zijn. Dat vindt atleet Raphael Bouju belangrijk. Nu en straks na zijn sportcarrière. Wellicht als ondernemer. Hij volgt niet voor niks de opleiding International Business aan HAN University of Applied Sciences in Arnhem. Dat gaat goed. Hij is toegewijd en vindt het fijn om iets naast zijn sport te hebben. Desalniettemin staat zijn topsportcarrière op 1. Hij mikt op de 100 en 4 x 100 meter in Parijs.

Voor mijn carrière is het sowieso goed geweest om naar Nederland te komen. Op Papendal hebben we topfaciliteiten, een mooie atletiekbaan en goede coaches. Ik train hier intensiever en specifieker. Ik volg mijn eigen programma. Daarbij is het mooi om samen te zijn met mensen die hetzelfde willen als ik: de beste worden in atletiek. In 2020 ben ik fulltime op Papendal komen trainen. Ik maak ook deel uit van TeamNL. Daar ben ik blij mee. Dat betekent dat ze mijn potentie zien en dat ik iemand voor de toekomst ben. In Parijs wil ik uitkomen op de 100 meter en de 4 x 100 meter. Daar train ik nu keihard voor.

Naast het sporten studeer ik. Ik volg de opleiding International Business aan HAN University of Applied Sciences. Die opleiding is heel breed. Het voordeel daarvan is dat je alle kanten op kunt: sport, food. Ik zou graag ondernemer willen worden na mijn sportcarrière. In wat weet ik nog niet precies, maar iets met sport ligt voor de hand. Sportschoenen, sportkleding, sport equipment. Als ondernemer heb je vrijheid. Dat vind ik belangrijk.

HAN University ligt in Arnhem, dicht bij Papendal, wat lekker praktisch is. De sfeer is er very chill. Alles gaat er relaxed aan toe. Als ik hier tijdens een les naar de wc moet, dan kan ik gewoon opstaan en naar het toilet gaan. In Engeland kun je dat niet doen. Dan krijg je grote problemen. De regels zijn hier minder strikt. Daar voel ik me goed bij. Ook in het volgen van lessen zijn ze flexibel. Ik train fulltime, dus ik kan niet overal bij zijn. Daar is begrip voor. Ten opzichte van mijn klasgenoten krijg ik vanwege mijn sportcarrière meer tijd om een studiejaar af te ronden. Dat is prima geregeld. Voorlopig gaat het goed en slaag ik voor al mijn tentamens.

Wat fijn is, is dat je met je combinatie topsport en studeren begeleid wordt vanuit NOC*NSF en het TeamNL centrum. Studie-intermediair Tijn Colen is er altijd voor je. Toen ik hier kwam, heb ik een gesprek met hem gehad. Hij vroeg me waar ik in geïnteresseerd was, wat ik in de toekomst wilde doen. We hebben naar verschillende scholen en studierichtingen gekeken en kwamen tot de conclusie dat International Business aan HAN University de beste keuze voor mij zou zijn. Ik heb er geen spijt van. In het begin had ik problemen met mijn schema’s voor sport en studeren. Toen ben ik met Tijn gaan zitten en hebben we een plan gemaakt. Dat heeft me echt geholpen. Het is hier in Nederland gewoon goed geregeld.”

Geboortedatum en -plaats
15 mei 2002

Sport
Atletiek

Opleiding
International Business aan HAN University of Applied Sciences

Sportieve hoogtepunten

  • Tweede op de 60 meter bij de NK
  • Europees kampioen Outdoor Junioren op de 100 meter

Bijzonderheden
Opgegroeid in Engeland
Woont pas een paar jaar in Nederland

“Je wordt goed begeleid vanuit NOC*NSF”

Raphael Bouju

“Ik ben geboren in Nederland en na de scheiding van mijn ouders ben ik met mijn moeder en zus naar Engeland verhuisd. Dat was in 2006. Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met atletiek. Ik vond het leuk en was er goed in. In 2018 wilde ik deelnemen aan de Europese kampioenschappen onder de 18. Ik had alleen geen Brits paspoort. Mijn vader heeft toen contact gelegd met de Atletiekunie in Nederland. Ik kon bij het team aansluiten en zag mogelijkheden. Let’s do it! Ik ging naar de EK en haalde goud op de 100 meter. Natuurlijk is het best wennen om alleen in Nederland te zijn. Ik mis mijn moeder en mijn vrienden. Met mijn moeder bel ik elke dag en hier maak ik ook vrienden. Dus het is te doen. Nu nog goed Nederlands leren spreken.

“Het is mooi om samen te zijn met mensen die hetzelfde willen als ik”

Raphael Bouju

topsport en onderwijs

“Als ik met een raket naar de maan of Mars kan, stap ik meteen in”

Gijs Broeksma

Twee dromen had TeamNL-handboogschutter Gijs Broeksma: uitkomen op de Olympische Spelen en net als zijn vader piloot worden. Die eerste is sneller dan verwacht in vervulling gegaan. Kort voor Tokio hoorde hij dat hij was geselecteerd voor het handboogteam. Ze werden vierde. Dat kwam snoeihard aan en toch was het een onvergetelijke ervaring. Aan de tweede wordt gewerkt. TeamNL@work helpt daarbij. Ze begeleiden hem tijdens zijn studie en bieden ondersteuning waar mogelijk.

“Tokio was supergaaf. Wat een bizarre ervaring. Ik heb er geen woorden voor. Het waren mijn eerste Spelen. Ineens loop je tussen de grote jongens en meiden, de sterren van Nederland. Ongelooflijk. Gijs Broeksma uit Ruinen, Drenthe. Wat ik geweldig vond, was hoe TeamNL met elkaar omgaat en elkaar helpt. Iedereen staat voor je klaar. Pieter van den Hoogenband ben ik echt dankbaar. Die heeft me met van alles geholpen. Mij, de derde man van het handboogteam. Dat vergeet ik nooit meer. Op de laatste avond heb ik een paar uur buiten op een bankje gezeten, om alles te laten bezinken: Wat is er nou allemaal gebeurd? Ik ben van mezelf nogal nuchter. Toch moest ik een traantje wegpinken. Zo’n impact had het op me. Ik heb op een roze wolk geleefd en ben er net vanaf, twee maanden na de Spelen.

Sinds 2018 zit ik bij TeamNL. Als welkom kreeg ik een koffertje met verschillende items: een brief van Maurits, een shirt van TeamNL, een beeldje dat je kunt weggeven aan iemand die waardevol voor je is… Een mooi moment vond ik dat. Je realiseert je dan dat je er écht bij hoort. En wat ik belangrijk vind: als lid van TeamNL kun je gebruikmaken van alle mogelijkheden die TeamNL@work je biedt om aan je maatschappelijke carrière te werken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik begeleiding krijg tijdens mijn studie en dat ik word geholpen met de keuzes die ik moet maken. Er zijn ook overal schakelprogramma’s voor. Dat hebben we hier gewoon goed geregeld. In veel andere landen zijn sporters minder fortuinlijk. Als je daar topsporter bent, dan ben je topsporter. Daarnaast is er niets. Wat doe je dan als je klaar bent met je topsportcarrière?

De middelbare school heb ik afgerond aan het Beekdal Lyceum in Arnhem, een Topsport Talentschool. De samenwerking met Papendal, waar ik toen al zat, liep als een trein. Alles was perfect geregeld. Daarna ben ik Natuur- en Sterrenkunde gaan studeren, aan de Radboud Universiteit. Dat was een bewuste keuze. De studie-intermediair op Papendal vertelde me dat je daar studie en topsport goed kunt combineren. Dat klopt, kan ik nu uit ervaring zeggen. Er is veel mogelijk. Een leraar heeft zelfs een keer een tentamen speciaal voor mij alleen gemaakt. Echt super. Op een gegeven moment dreigde ik mijn propedeuse niet te halen en heb ik met de studieadviseuse van het Radboud gesproken. Die heeft iedereen gemobiliseerd die gemobiliseerd moest worden. Dat nam de stress weg. Het is fijn dat er veel mogelijk is voor sporters. Je moet alleen wel een goed verhaal hebben. Dat had ik. Ik ging naar de Spelen.

Natuur- en Sterrenkunde kwam niet uit de lucht vallen. Dat is een goede ingang voor een master in ruimtevaart. Ik heb een natuurlijke fascinatie voor alles wat vliegt. Ik kom uit een vliegfamilie. Mijn vader is piloot. Ik ben op veel plaatsen in de wereld geweest. Mooier nog dan dat vind ik het om samen met mijn vader in de cockpit te zitten. Daar geniet ik enorm van. De vakken die je bij Natuur- en Sterrenkunde krijgt, zijn interessant. Je leert hoe alles werkt. De relativiteitstheorie is zware materie, maar wel gaaf. Ik ging daar goed op. Toch ben ik gestopt met die studie. De harde wiskunde was te veel voor me. Samen met de studie-intermediair op Papendal zijn we naar andere mogelijkheden gaan kijken. Ik ga Milieu en natuurwetenschappen studeren. En dan naar een pilotenschool. Dat is een droom van me, piloot worden. Astronaut zou ook leuk zijn. Als ik naar de maan of Mars kan met een raket, stap ik meteen in.

Voor het zover is, wil ik eerst alles uit mijn topsportcarrière halen. De vierde plaats in Tokio was ongelooflijk balen. Ik ben er nog niet helemaal overheen. Ik denk er nog wel eens aan: Dit had ik anders kunnen doen, dat had ik beter kunnen doen. Het is goed om kritisch te blijven. Het motiveert ook voor Parijs. Vierde worden wil ik niet nog een keer meemaken. Ik wil echt alles doen wat in mijn macht ligt om daar optimaal te presteren. Voor mezelf, voor mijn teamgenoten en voor Nederland. Het is leuk als iedereen mee kan meegenieten. Tijdens de Spelen in Tokio was heel Ruinen in rep en roer, omdat ik een paar pijltjes had geschoten. Bizar. Maar ook mooi.”

“Er is heel veel mogelijk. Je moet alleen wel een goed verhaal hebben”

“Het hele dorp was in rep en roer, omdat ik in Tokio een paar pijltjes had geschoten”

“Als ik met een raket naar de maan of Mars kan, stap ik meteen in”

Gijs Broeksma

“Op een hotelkamer in Cancun heb ik mijn toets voor Bijzondere heffingen gehaald”

topsport en onderwijs

“De combinatie topsport en studie is op zich goed te doen”

Yorick de Groot

Een halfjaar lang leidt beachvolleyballer Yorick de Groot een reizend bestaan. Dan trekt hij van het ene naar het andere toernooi. Gstaad, Ostrova, Cancun, Vulcano Island – hij komt op de mooiste plekken van de wereld, maar sport staat voorop. Alles gaat daarvoor aan de kant. Zijn studie staat dan op een waakvlammetje. In de winter, als hij veel in Nederland is, laait het vuurtje weer op. Inmiddels heeft hij er tweeënhalf jaar op zitten. Eigenlijk gaat het best goed met de combinatie leren, sporten en presteren.

“Bedrijfseconomie en fiscale economie hebben me altijd getrokken. Ik volg beide studies. Dat doe ik aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De afwisseling vind ik mooi. Bedrijfseconomie is heel wiskundig, met veel modellen. Fiscale economie is minder abstract en gaat over de praktijk. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de overheid de belasting voor burgers verhoogt? Wat doet dat met ons welzijn? Hoe reageren we daarop als samenleving? Dat zijn interessante casussen die we vanuit meerdere gezichtspunten belichten. Vanuit de belastinginspecteur, vanuit de burger. Ik moet daar een eigen standpunt over innemen. Dat maakt het interessant. Het voordeel van twee studies is dat ik me zo breed mogelijk oriënteer. Dat vergroot straks, na mijn sportieve carrière, mijn kansen op de arbeidsmarkt.

Wat ik later wil worden? Ja, dat is een goede vraag. Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik heb nu een nulurencontract bij Florys. Dat is een financiële dienstverlener die ondernemers onder andere op fiscaal vlak helpt. Zij zijn sponsor van volleybalclub Sliedrecht Sport, de club waar ik jarenlang voor in de zaal heb gespeeld. Zij vroegen me of ik geïnteresseerd was. Hun argumentatie: ‘Kom bij ons werken, dan kun je zien hoe het er in de praktijk aan toegaat. Daar winnen we allebei bij.’ Dat vond ik super. Wie wil er als werknemer nou een topsporter, die veel van huis is en vaak in andere tijdzones bivakkeert? Deze maand zit ik een relatief rustige periode en heb ik in twee weken twintig uur gewerkt. Gemiddeld werk ik zo’n vijf tot tien uur per week.

De combinatie studie en topsport is op zich goed te doen. In de winter ben ik veel in Nederland en gaat het prima. Vanaf maart wordt het lastiger. Dan begint het nieuwe seizoen en zit ik regelmatig in het buitenland. De toetsen zijn soms een probleem. Toetsen maak je op de universiteit, is de regel. Ik ga daar alleen geen toernooi voor opgeven. Wat dat betreft kwam corona niet slecht uit. Omdat de universiteit op slot zat, moest ik mijn toetsen wel online maken. Op een hotelkamer in Cancun, waar ik een toernooi speelde, heb ik Bijzondere heffingen gehaald. Zo heb ik dat in Qatar en op Tenerife ook gedaan, met twee camera’s op mezelf gericht, één voor en één achter. Dan kunnen ze zien of je wel alleen bent en niemand je helpt.

Op afstand studeren vind ik prima. In februari 2020, anderhalf jaar geleden, ben ik voor het laatst op de universiteit geweest. Mensen vragen me wel eens of ik het studentenleven niet mis. Niet echt. Ik heb een hechte vriendengroep in Sliedrecht die ik vaak zie. Op de universiteit heb ik weinig vrienden. Eigenlijk geen een. Ik kom er niet. Voor mij is het goed zo. De resultaten lijden er ook niet onder. En als ik een paar jaar extra over mijn studie doe, maakt het niet uit. Ik ga toch niet gelijk werken als ik klaar ben. Mijn topsportcarrière is nu het belangrijkste. Ondanks dat maak ik er wel een sport van om ook toetsen te halen waar ik weinig voor geleerd heb. Kijken hoe ver ik kom. Meestal is dat ver genoeg.

Ik krijg veel ondersteuning van Judith Rouwenhorst. Zij is topsportbegeleider van TeamNL centrum Metropool. We spreken elkaar een paar keer per jaar. Ze helpt me als ik ergens tegenaan loop. In het eerste jaar heeft ze geregeld dat ik voor de werkmodules die ik bij elk vak moest volgen, geen aanwezigheidsplicht had. Dat scheelde toch weer. En ze heeft me op het Profileringsfonds van de Erasmus Universiteit gewezen. Ik had daar geen notie van. Met deze regeling vanuit de universiteit kun je, als je om geldige redenen studievertraging oploopt, een deel van je collegegeld terugkrijgen. Topsport vinden ze een geldige reden. En ik ook!”

“Ik heb veel aan de topsportbegeleider van TeamNL”

“De combinatie topsport en studie is op zich goed te doen”

Yorick de Groot

topsport en onderwijs

“Ik ben niet alleen zwemmer, ik ben Maarten, die toevallig goed kan zwemmen”

Maarten Brzoskowski

Maarten Brzoskowski heeft een roerige tijd achter de rug. Lang was zijn doel om zich te plaatsen voor de Olympische Spelen in Tokio, daar optimaal te presteren en vervolgens in het najaar van 2020 zijn studie fysiotherapie aan Fontys Hogeschool in Eindhoven af te ronden. Het liep allemaal anders. De Spelen werden uitgesteld en Brzoskowski, Nederlands recordhouder op de 400 meter vrije slag, slaagde er niet in zich te plaatsen voor Tokio. Vervolgens besloot hij ruim de tijd te nemen voor zijn eindstage, om in de zomer van 2021 alsnog af te studeren. Op dit moment is hij druk bezig een baan te vinden als fysiotherapeut. Zwemmen is nog steeds een belangrijk onderdeel van zijn leven en zijn topsport staat zeker niet op een lager pitje. “Er is wel meer balans, het draait niet meer alleen om zwemmen. Dat voelt goed, ik denk dat het mijn prestaties alleen maar ten goede komt.”

“Ik vond fysiotherapie interessant en had al langer het gevoel dat ik daar iets mee wilde doen. Ik ben een keer gaan kijken op een open dag en het beviel me inderdaad. Het bevestigde voor mij het beeld dat ik had van een fysiotherapeut. Wat je allemaal leert over het menselijk lichaam, maar ook de werkzaamheden in het algemeen, zoals het patiëntencontact en de coachende rol die daarbij komt kijken, het sprak me aan. Ik zag mezelf dat later wel doen. Bovendien wist ik van enkele andere topsporters dat zij de opleiding ook deden en dat het goed te combineren was met topsport. Bij mij bleek dat ook zo te zijn. Ik ben er in de loop van de tijd wel achter gekomen dat het combineren van topsport met een opleiding vooral goed tijdsmanagement en veel geduld vraagt. Ga maar na: ik heb acht jaar over de opleiding gedaan, waarvan ik zelfs twee jaar uitgeschreven ben geweest. In combinatie met zwemmen was een vierjarige opleiding gewoon geen doen. Ik train vier tot zes uur op een dag. Daarnaast is het ook belangrijk rust te nemen, en dan is er nog school. Tijdens het grootste deel van mijn opleiding woonde ik nog wel bij mijn ouders. Dat scheelde veel.

De combinatie van topzwemmen en een opleiding is voor mij ook wat makkelijker geworden, doordat ik in een fijne klas zat. Geluk bij een ongeluk was dat ik vlak voor de start van de opleiding mijn elleboog brak. Hierdoor mocht ik vijf weken niet trainen, maar kon ik wel aanwezig zijn bij alle bijeenkomsten op school. In die periode heb ik mijn klasgenoten goed leren kennen. Ik werd echt onderdeel van de groep. Ze steunden mij later veel. Ze waren bijvoorbeeld altijd bereid aantekeningen van colleges te delen als ik er niet bij kon zijn. En in die situaties is het ook een kwestie van geven en nemen. Deden wij een groepsproject en had ik een keer wat meer tijd, dan nam ik ook initiatieven. Ik wilde niet alleen maar meeliften.

Vanuit Fontys kreeg ik veel steun om mijn studie met topsport te combineren. Er was bijvoorbeeld ruimte om een toets te verplaatsen en voor mij was slechts tachtig procent van de colleges verplicht. Ook mocht ik langer doen over mijn stages. Tijdens mijn opleiding had ik een prettige studieloopbaanbegeleider, met wie ik veel contact had. Zij kent de opleiding goed, weet waar de knelpunten bij andere studenten vaak zitten en kon mij daardoor goed adviseren. Dan legden we mijn agenda naast die van mijn sport en bekeken we praktisch de mogelijkheden. Met haar communiceerde ik ook alle wijzigingen in mijn schema en mijn afwezigheid vanwege zwemverplichtingen. Daardoor liep alles goed.

Dat ik Tokio uiteindelijk niet haalde, was heel jammer. Maar eerlijk is eerlijk: het was op dat moment ook geen enorme verrassing. Het zwemmen ging al een tijdje niet makkelijk. Het voelde ‘heuvelop’. Nu zwem ik weer voornamelijk omdat ik het leuk vind en gaat het veel beter. Vanaf januari wil ik parttime gaan werken. Ik ben nu afgestudeerd fysiotherapeut en wil vlieguren maken. Daarnaast ga ik door met zwemmen. Dat doe ik niet zomaar. Ik wil presteren en naar de Spelen in Parijs. Maar dat is niet mijn enige motivatie. Ik geniet ook erg van de route naar een groot evenement. De trainingen, de tussenliggende toernooien. Daar haal ik veel plezier uit.

Met een psycholoog vanuit TeamNL@work heb ik gesproken over hoe ik zwemmen en werk de komende tijd kan combineren. Dat was heel praktisch ingestoken. Ik wist dat ik wilde blijven zwemmen, maar hoe pakte ik dat aan? We kwamen uit op een schema van drie dagen per week werken, met één training op de werkdagen en twee trainingen op de andere dagen. Dat klinkt eenvoudig, maar het was fijn om mijn ideeën tegen iemand aan te houden, mijn gedachten op een rij te zetten. De psycholoog had veel ervaring met de begeleiding van sporters naar een maatschappelijke loopbaan. Hij zei: ‘Probeer het gewoon, ga ervaren of dit werkt.’ Hij benadrukte ook dat keuzes niet voor altijd zijn. Loopt het niet, dan pas je dingen aan.

Ik wil de komende jaren nog genieten van al het moois dat zwemmen te bieden heeft. Als ik een blije zwemmer ben, kan ik goed presteren. Daar geloof ik in. Voor mij is het belangrijk dat ik niet meer alleen maar ‘Maarten de zwemmer’ ben. Ik ben Maarten, die toevallig goed kan zwemmen.”

“Het is een kwestie van geven en nemen”

“Willen presteren is niet mijn enige motivatie”

“Ik ben niet alleen zwemmer, ik ben Maarten, die toevallig goed kan zwemmen”

Maarten Brzoskowski

Wij vinden het belangrijk dat topsporters zich kunnen ontwikkelen. Ook op het gebied van onderwijs. Er zijn faciliteiten die sporters ondersteunen in de combinatie topsport en onderwijs. Dit alles met als doel om de duale carrière van topsporters mogelijk te maken.

topsport en onderwijs

“Het is mooi om samen te zijn met mensen die hetzelfde willen als ik”

topsport en onderwijs

Raphael Bouju

Geboortedatum en -plaats
15 mei 2002

Sport
Atletiek

Opleiding
International Business aan HAN University of Applied Sciences

Sportieve hoogtepunten

  • Tweede op de 60 meter bij de NK
  • Europees kampioen Outdoor Junioren op de 100 meter

Bijzonderheden
Opgegroeid in Engeland
Woont pas een paar jaar in Nederland

Doen wat je wilt. Je eigen keuzes maken. Vrij zijn. Dat vindt atleet Raphael Bouju belangrijk. Nu en straks na zijn sportcarrière. Wellicht als ondernemer. Hij volgt niet voor niks de opleiding International Business aan HAN University of Applied Sciences in Arnhem. Dat gaat goed. Hij is toegewijd en vindt het fijn om iets naast zijn sport te hebben. Desalniettemin staat zijn topsportcarrière op 1. Hij mikt op de 100 en 4 x 100 meter in Parijs.

“Ik ben geboren in Nederland en na de scheiding van mijn ouders ben ik met mijn moeder en zus naar Engeland verhuisd. Dat was in 2006. Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met atletiek. Ik vond het leuk en was er goed in. In 2018 wilde ik deelnemen aan de Europese kampioenschappen onder de 18. Ik had alleen geen Brits paspoort. Mijn vader heeft toen contact gelegd met de Atletiekunie in Nederland. Ik kon bij het team aansluiten en zag mogelijkheden. Let’s do it! Ik ging naar de EK en haalde goud op de 100 meter. Natuurlijk is het best wennen om alleen in Nederland te zijn. Ik mis mijn moeder en mijn vrienden. Met mijn moeder bel ik elke dag en hier maak ik ook vrienden. Dus het is te doen. Nu nog goed Nederlands leren spreken.

Voor mijn carrière is het sowieso goed geweest om naar Nederland te komen. Op Papendal hebben we topfaciliteiten, een mooie atletiekbaan en goede coaches. Ik train hier intensiever en specifieker. Ik volg mijn eigen programma. Daarbij is het mooi om samen te zijn met mensen die hetzelfde willen als ik: de beste worden in atletiek. In 2020 ben ik fulltime op Papendal komen trainen. Ik maak ook deel uit van TeamNL. Daar ben ik blij mee. Dat betekent dat ze mijn potentie zien en dat ik iemand voor de toekomst ben. In Parijs wil ik uitkomen op de 100 meter en de 4 x 100 meter. Daar train ik nu keihard voor.

Naast het sporten studeer ik. Ik volg de opleiding International Business aan HAN University of Applied Sciences. Die opleiding is heel breed. Het voordeel daarvan is dat je alle kanten op kunt: sport, food. Ik zou graag ondernemer willen worden na mijn sportcarrière. In wat weet ik nog niet precies, maar iets met sport ligt voor de hand. Sportschoenen, sportkleding, sport equipment. Als ondernemer heb je vrijheid. Dat vind ik belangrijk.

HAN University ligt in Arnhem, dicht bij Papendal, wat lekker praktisch is. De sfeer is er very chill. Alles gaat er relaxed aan toe. Als ik hier tijdens een les naar de wc moet, dan kan ik gewoon opstaan en naar het toilet gaan. In Engeland kun je dat niet doen. Dan krijg je grote problemen. De regels zijn hier minder strikt. Daar voel ik me goed bij. Ook in het volgen van lessen zijn ze flexibel. Ik train fulltime, dus ik kan niet overal bij zijn. Daar is begrip voor. Ten opzichte van mijn klasgenoten krijg ik vanwege mijn sportcarrière meer tijd om een studiejaar af te ronden. Dat is prima geregeld. Voorlopig gaat het goed en slaag ik voor al mijn tentamens.

Wat fijn is, is dat je met je combinatie topsport en studeren begeleid wordt vanuit NOC*NSF en het TeamNL centrum. Studie-intermediair Tijn Colen is er altijd voor je. Toen ik hier kwam, heb ik een gesprek met hem gehad. Hij vroeg me waar ik in geïnteresseerd was, wat ik in de toekomst wilde doen. We hebben naar verschillende scholen en studierichtingen gekeken en kwamen tot de conclusie dat International Business aan HAN University de beste keuze voor mij zou zijn. Ik heb er geen spijt van. In het begin had ik problemen met mijn schema’s voor sport en studeren. Toen ben ik met Tijn gaan zitten en hebben we een plan gemaakt. Dat heeft me echt geholpen. Het is hier in Nederland gewoon goed geregeld.”

“Ik ben iemand voor de toekomst”

“Je wordt goed begeleid vanuit NOC*NSF”

“Als ik met een raket naar de maan of Mars kan, stap ik meteen in”

topsport en onderwijs

Gijs Broeksma

Geboortedatum en -plaats
10 december 1999, Amsterdam

Sport
Handboogschieten

Opleiding
Natuur- en Sterrenkunde (na een jaar mee gestopt vanwege de Spelen)
Voorgenomen: Milieu en natuurwetenschappen

Werkervaring
Werkzaamheden voor Triple Trouble Archery

Maatschappelijke inzet
Feel the Experience

Sportieve hoogtepunten

  • Olympische Spelen Tokio 2020: vierde (team) en veertiende (individueel) plaats
  • Brons bij het NK senioren 2021 outdoor
  • Zilver bij het NK senioren 2020
  • Nederlands kampioen indoor junioren 2017 & 2018
  • Nederlands kampioen outdoor junioren 2017 & 2018
  • Nederlands kampioen outdoor cadetten 2015 & 2016
  • Goud European Youth Cup team 2017

Bijzonderheden
Actief voor het YouTube-kanaal TripleTroubleArchery


Twee dromen had TeamNL-handboogschutter Gijs Broeksma: uitkomen op de Olympische Spelen en net als zijn vader piloot worden. Die eerste is sneller dan verwacht in vervulling gegaan. Kort voor Tokio hoorde hij dat hij was geselecteerd voor het handboogteam. Ze werden vierde. Dat kwam snoeihard aan en toch was het een onvergetelijke ervaring. Aan de tweede wordt gewerkt. TeamNL@work helpt daarbij. Ze begeleiden hem tijdens zijn studie en bieden ondersteuning waar mogelijk.

De middelbare school heb ik afgerond aan het Beekdal Lyceum in Arnhem, een Topsport Talentschool. De samenwerking met Papendal, waar ik toen al zat, liep als een trein. Alles was perfect geregeld. Daarna ben ik Natuur- en Sterrenkunde gaan studeren, aan de Radboud Universiteit. Dat was een bewuste keuze. De studie-intermediair op Papendal vertelde me dat je daar studie en topsport goed kunt combineren. Dat klopt, kan ik nu uit ervaring zeggen. Er is veel mogelijk. Een leraar heeft zelfs een keer een tentamen speciaal voor mij alleen gemaakt. Echt super. Op een gegeven moment dreigde ik mijn propedeuse niet te halen en heb ik met de studieadviseuse van het Radboud gesproken. Die heeft iedereen gemobiliseerd die gemobiliseerd moest worden. Dat nam de stress weg. Het is fijn dat er veel mogelijk is voor sporters. Je moet alleen wel een goed verhaal hebben. Dat had ik. Ik ging naar de Spelen.

Natuur- en Sterrenkunde kwam niet uit de lucht vallen. Dat is een goede ingang voor een master in ruimtevaart. Ik heb een natuurlijke fascinatie voor alles wat vliegt. Ik kom uit een vliegfamilie. Mijn vader is piloot. Ik ben op veel plaatsen in de wereld geweest. Mooier nog dan dat vind ik het om samen met mijn vader in de cockpit te zitten. Daar geniet ik enorm van. De vakken die je bij Natuur- en Sterrenkunde krijgt, zijn interessant. Je leert hoe alles werkt. De relativiteitstheorie is zware materie, maar wel gaaf. Ik ging daar goed op. Toch ben ik gestopt met die studie. De harde wiskunde was te veel voor me. Samen met de studie-intermediair op Papendal zijn we naar andere mogelijkheden gaan kijken. Ik ga Milieu en natuurwetenschappen studeren. En dan naar een pilotenschool. Dat is een droom van me, piloot worden. Astronaut zou ook leuk zijn. Als ik naar de maan of Mars kan met een raket, stap ik meteen in.

Voor het zover is, wil ik eerst alles uit mijn topsportcarrière halen. De vierde plaats in Tokio was ongelooflijk balen. Ik ben er nog niet helemaal overheen. Ik denk er nog wel eens aan: Dit had ik anders kunnen doen, dat had ik beter kunnen doen. Het is goed om kritisch te blijven. Het motiveert ook voor Parijs. Vierde worden wil ik niet nog een keer meemaken. Ik wil echt alles doen wat in mijn macht ligt om daar optimaal te presteren. Voor mezelf, voor mijn teamgenoten en voor Nederland. Het is leuk als iedereen mee kan meegenieten. Tijdens de Spelen in Tokio was heel Ruinen in rep en roer, omdat ik een paar pijltjes had geschoten. Bizar. Maar ook mooi.”

“Tokio was supergaaf. Wat een bizarre ervaring. Ik heb er geen woorden voor. Het waren mijn eerste Spelen. Ineens loop je tussen de grote jongens en meiden, de sterren van Nederland. Ongelooflijk. Gijs Broeksma uit Ruinen, Drenthe. Wat ik geweldig vond, was hoe TeamNL met elkaar omgaat en elkaar helpt. Iedereen staat voor je klaar. Pieter van den Hoogenband ben ik echt dankbaar. Die heeft me met van alles geholpen. Mij, de derde man van het handboogteam. Dat vergeet ik nooit meer. Op de laatste avond heb ik een paar uur buiten op een bankje gezeten, om alles te laten bezinken: Wat is er nou allemaal gebeurd? Ik ben van mezelf nogal nuchter. Toch moest ik een traantje wegpinken. Zo’n impact had het op me. Ik heb op een roze wolk geleefd en ben er net vanaf, twee maanden na de Spelen.

Sinds 2018 zit ik bij TeamNL. Als welkom kreeg ik een koffertje met verschillende items: een brief van Maurits, een shirt van TeamNL, een beeldje dat je kunt weggeven aan iemand die waardevol voor je is… Een mooi moment vond ik dat. Je realiseert je dan dat je er écht bij hoort. En wat ik belangrijk vind: als lid van TeamNL kun je gebruikmaken van alle mogelijkheden die TeamNL@work je biedt om aan je maatschappelijke carrière te werken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik begeleiding krijg tijdens mijn studie en dat ik word geholpen met de keuzes die ik moet maken. Er zijn ook overal schakelprogramma’s voor. Dat hebben we hier gewoon goed geregeld. In veel andere landen zijn sporters minder fortuinlijk. Als je daar topsporter bent, dan ben je topsporter. Daarnaast is er niets. Wat doe je dan als je klaar bent met je topsportcarrière?

“Er is heel veel mogelijk. Je moet alleen wel een goed verhaal hebben”

“Het hele dorp was in rep en roer, omdat ik in Tokio een paar pijltjes had geschoten”

“De combinatie topsport en studie is op zich goed te doen”

topsport en onderwijs

Yorick de Groot

Geboortedatum en -plaats
6 juli 2000, Sliedrecht

Sport
Beachvolleybal

Opleiding
Bedrijfseconomie en fiscale economie

Sportieve hoogtepunten

  • Tweede bij de Olympische Jeugdspelen in 2018
  • Eerste bij het EK Onder 20 in 2019
  • Tweede bij het EK in 2021
  • Derde in de FIVB World Tour in 2019
  • Eerste in de FIVB World Tour in 2021

Bijzonderheden
Combinatie eredivisie volleybal en beachvolleybal gedaan
Pas vorig jaar helemaal voor beachvolleybal gekozen


“Bedrijfseconomie en fiscale economie hebben me altijd getrokken. Ik volg beide studies. Dat doe ik aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De afwisseling vind ik mooi. Bedrijfseconomie is heel wiskundig, met veel modellen. Fiscale economie is minder abstract en gaat over de praktijk. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de overheid de belasting voor burgers verhoogt? Wat doet dat met ons welzijn? Hoe reageren we daarop als samenleving? Dat zijn interessante casussen die we vanuit meerdere gezichtspunten belichten. Vanuit de belastinginspecteur, vanuit de burger. Ik moet daar een eigen standpunt over innemen. Dat maakt het interessant. Het voordeel van twee studies is dat ik me zo breed mogelijk oriënteer. Dat vergroot straks, na mijn sportieve carrière, mijn kansen op de arbeidsmarkt.

Een halfjaar lang leidt beachvolleyballer Yorick de Groot een reizend bestaan. Dan trekt hij van het ene naar het andere toernooi. Gstaad, Ostrova, Cancun, Vulcano Island – hij komt op de mooiste plekken van de wereld, maar sport staat voorop. Alles gaat daarvoor aan de kant. Zijn studie staat dan op een waakvlammetje. In de winter, als hij veel in Nederland is, laait het vuurtje weer op. Inmiddels heeft hij er tweeënhalf jaar op zitten. Eigenlijk gaat het best goed met de combinatie leren, sporten en presteren.

Wat ik later wil worden? Ja, dat is een goede vraag. Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik heb nu een nulurencontract bij Florys. Dat is een financiële dienstverlener die ondernemers onder andere op fiscaal vlak helpt. Zij zijn sponsor van volleybalclub Sliedrecht Sport, de club waar ik jarenlang voor in de zaal heb gespeeld. Zij vroegen me of ik geïnteresseerd was. Hun argumentatie: ‘Kom bij ons werken, dan kun je zien hoe het er in de praktijk aan toegaat. Daar winnen we allebei bij.’ Dat vond ik super. Wie wil er als werknemer nou een topsporter, die veel van huis is en vaak in andere tijdzones bivakkeert? Deze maand zit ik een relatief rustige periode en heb ik in twee weken twintig uur gewerkt. Gemiddeld werk ik zo’n vijf tot tien uur per week.

De combinatie studie en topsport is op zich goed te doen. In de winter ben ik veel in Nederland en gaat het prima. Vanaf maart wordt het lastiger. Dan begint het nieuwe seizoen en zit ik regelmatig in het buitenland. De toetsen zijn soms een probleem. Toetsen maak je op de universiteit, is de regel. Ik ga daar alleen geen toernooi voor opgeven. Wat dat betreft kwam corona niet slecht uit. Omdat de universiteit op slot zat, moest ik mijn toetsen wel online maken. Op een hotelkamer in Cancun, waar ik een toernooi speelde, heb ik Bijzondere heffingen gehaald. Zo heb ik dat in Qatar en op Tenerife ook gedaan, met twee camera’s op mezelf gericht, één voor en één achter. Dan kunnen ze zien of je wel alleen bent en niemand je helpt.

Op afstand studeren vind ik prima. In februari 2020, anderhalf jaar geleden, ben ik voor het laatst op de universiteit geweest. Mensen vragen me wel eens of ik het studentenleven niet mis. Niet echt. Ik heb een hechte vriendengroep in Sliedrecht die ik vaak zie. Op de universiteit heb ik weinig vrienden. Eigenlijk geen een. Ik kom er niet. Voor mij is het goed zo. De resultaten lijden er ook niet onder. En als ik een paar jaar extra over mijn studie doe, maakt het niet uit. Ik ga toch niet gelijk werken als ik klaar ben. Mijn topsportcarrière is nu het belangrijkste. Ondanks dat maak ik er wel een sport van om ook toetsen te halen waar ik weinig voor geleerd heb. Kijken hoe ver ik kom. Meestal is dat ver genoeg.

Ik krijg veel ondersteuning van Judith Rouwenhorst. Zij is topsportbegeleider van TeamNL centrum Metropool. We spreken elkaar een paar keer per jaar. Ze helpt me als ik ergens tegenaan loop. In het eerste jaar heeft ze geregeld dat ik voor de werkmodules die ik bij elk vak moest volgen, geen aanwezigheidsplicht had. Dat scheelde toch weer. En ze heeft me op het Profileringsfonds van de Erasmus Universiteit gewezen. Ik had daar geen notie van. Met deze regeling vanuit de universiteit kun je, als je om geldige redenen studievertraging oploopt, een deel van je collegegeld terugkrijgen. Topsport vinden ze een geldige reden. En ik ook!”

“Op een hotelkamer in Cancun heb ik mijn toets voor Bijzondere heffingen gehaald”

“Ik heb veel aan de topsportbegeleider van TeamNL”

Maarten Brzoskowski heeft een roerige tijd achter de rug. Lang was zijn doel om zich te plaatsen voor de Olympische Spelen in Tokio, daar optimaal te presteren en vervolgens in het najaar van 2020 zijn studie fysiotherapie aan Fontys Hogeschool in Eindhoven af te ronden. Het liep allemaal anders. De Spelen werden uitgesteld en Brzoskowski, Nederlands recordhouder op de 400 meter vrije slag, slaagde er niet in zich te plaatsen voor Tokio. Vervolgens besloot hij ruim de tijd te nemen voor zijn eindstage, om in de zomer van 2021 alsnog af te studeren. Op dit moment is hij druk bezig een baan te vinden als fysiotherapeut. Zwemmen is nog steeds een belangrijk onderdeel van zijn leven en zijn topsport staat zeker niet op een lager pitje. “Er is wel meer balans, het draait niet meer alleen om zwemmen. Dat voelt goed, ik denk dat het mijn prestaties alleen maar ten goede komt.”

topsport en onderwijs

Maarten Brzoskowski

“Ik ben niet alleen zwemmer, ik ben Maarten, die toevallig goed kan zwemmen”

Geboortedatum en -plaats
19 september 1995, Best

Sport
Zwemmen

Opleiding
Fysiotherapie (net afgestudeerd)

Werkervaring
InSwim Analytics
Zzp’er

Maatschappelijke inzet
Het geven van clinics, privétrainingen en lezingen rondom het onderwerp topsporter/wedstrijdzwemmer zijn

Sportieve hoogtepunten

  • Olympisch finalist tijdens de Spelen van Rio de Janeiro in 2016
  • Nederlands recordhouder op de 400 meter vrije slag lange baan
  • Europees kampioen op de 4 x 200 meter vrije slag estafette

Bijzonderheden
Zwemtrainerscursus gedaan
Halfjaar in Australië gewoond en gewerkt

De combinatie van topzwemmen en een opleiding is voor mij ook wat makkelijker geworden, doordat ik in een fijne klas zat. Geluk bij een ongeluk was dat ik vlak voor de start van de opleiding mijn elleboog brak. Hierdoor mocht ik vijf weken niet trainen, maar kon ik wel aanwezig zijn bij alle bijeenkomsten op school. In die periode heb ik mijn klasgenoten goed leren kennen. Ik werd echt onderdeel van de groep. Ze steunden mij later veel. Ze waren bijvoorbeeld altijd bereid aantekeningen van colleges te delen als ik er niet bij kon zijn. En in die situaties is het ook een kwestie van geven en nemen. Deden wij een groepsproject en had ik een keer wat meer tijd, dan nam ik ook initiatieven. Ik wilde niet alleen maar meeliften.

Vanuit Fontys kreeg ik veel steun om mijn studie met topsport te combineren. Er was bijvoorbeeld ruimte om een toets te verplaatsen en voor mij was slechts tachtig procent van de colleges verplicht. Ook mocht ik langer doen over mijn stages. Tijdens mijn opleiding had ik een prettige studieloopbaanbegeleider, met wie ik veel contact had. Zij kent de opleiding goed, weet waar de knelpunten bij andere studenten vaak zitten en kon mij daardoor goed adviseren. Dan legden we mijn agenda naast die van mijn sport en bekeken we praktisch de mogelijkheden. Met haar communiceerde ik ook alle wijzigingen in mijn schema en mijn afwezigheid vanwege zwemverplichtingen. Daardoor liep alles goed.

Dat ik Tokio uiteindelijk niet haalde, was heel jammer. Maar eerlijk is eerlijk: het was op dat moment ook geen enorme verrassing. Het zwemmen ging al een tijdje niet makkelijk. Het voelde ‘heuvelop’. Nu zwem ik weer voornamelijk omdat ik het leuk vind en gaat het veel beter. Vanaf januari wil ik parttime gaan werken. Ik ben nu afgestudeerd fysiotherapeut en wil vlieguren maken. Daarnaast ga ik door met zwemmen. Dat doe ik niet zomaar. Ik wil presteren en naar de Spelen in Parijs. Maar dat is niet mijn enige motivatie. Ik geniet ook erg van de route naar een groot evenement. De trainingen, de tussenliggende toernooien. Daar haal ik veel plezier uit.

Met een psycholoog vanuit TeamNL@work heb ik gesproken over hoe ik zwemmen en werk de komende tijd kan combineren. Dat was heel praktisch ingestoken. Ik wist dat ik wilde blijven zwemmen, maar hoe pakte ik dat aan? We kwamen uit op een schema van drie dagen per week werken, met één training op de werkdagen en twee trainingen op de andere dagen. Dat klinkt eenvoudig, maar het was fijn om mijn ideeën tegen iemand aan te houden, mijn gedachten op een rij te zetten. De psycholoog had veel ervaring met de begeleiding van sporters naar een maatschappelijke loopbaan. Hij zei: ‘Probeer het gewoon, ga ervaren of dit werkt.’ Hij benadrukte ook dat keuzes niet voor altijd zijn. Loopt het niet, dan pas je dingen aan.

Ik wil de komende jaren nog genieten van al het moois dat zwemmen te bieden heeft. Als ik een blije zwemmer ben, kan ik goed presteren. Daar geloof ik in. Voor mij is het belangrijk dat ik niet meer alleen maar ‘Maarten de zwemmer’ ben. Ik ben Maarten, die toevallig goed kan zwemmen.”

“Ik vond fysiotherapie interessant en had al langer het gevoel dat ik daar iets mee wilde doen. Ik ben een keer gaan kijken op een open dag en het beviel me inderdaad. Het bevestigde voor mij het beeld dat ik had van een fysiotherapeut. Wat je allemaal leert over het menselijk lichaam, maar ook de werkzaamheden in het algemeen, zoals het patiëntencontact en de coachende rol die daarbij komt kijken, het sprak me aan. Ik zag mezelf dat later wel doen. Bovendien wist ik van enkele andere topsporters dat zij de opleiding ook deden en dat het goed te combineren was met topsport. Bij mij bleek dat ook zo te zijn. Ik ben er in de loop van de tijd wel achter gekomen dat het combineren van topsport met een opleiding vooral goed tijdsmanagement en veel geduld vraagt. Ga maar na: ik heb acht jaar over de opleiding gedaan, waarvan ik zelfs twee jaar uitgeschreven ben geweest. In combinatie met zwemmen was een vierjarige opleiding gewoon geen doen. Ik train vier tot zes uur op een dag. Daarnaast is het ook belangrijk rust te nemen, en dan is er nog school. Tijdens het grootste deel van mijn opleiding woonde ik nog wel bij mijn ouders. Dat scheelde veel.

“Het is een kwestie van geven en nemen”

“Willen presteren is niet mijn enige motivatie”