TeamNL is 365 dagen per jaar topsport. Maar TeamNL is nog veel meer. TeamNL kleurt Nederland oranje. Topsport inspireert. Steeds meer topsporters zetten hun kracht in om maatschappelijke thema’s aan te snijden. En geven zo iets terug aan Nederland. Daarbij doen ze ook nog eens werkervaring op en ontwikkelen ze bepaalde competenties. Wij juichen dit toe, maar natuurlijk alleen als de topsport dit toelaat en de sporter zich hier prettig bij voelt.

maatschappelijke inzet TeamNL

“Met de Sjinkie Foundation wil ik iets terugdoen voor de samenleving”

Het liefste wat Sjinkie Knegt doet, is over het ijs scheren. In januari 2019 kwam daar een eind aan. Hij raakte ernstig gewond, nadat hij zijn houtkachel aanstak en zijn kleding in brand vloog. Een lang en zwaar revalidatietraject volgde. De steun die hij uit de samenleving kreeg, was hartverwarmend. Anderen die hetzelfde hebben meegemaakt als hij, verdienen die steun ook. Vanuit die gedachte werd de Sjinkie Foundation opgericht.

“Die zilveren medaille op de 1.500 meter tijdens de wereldbeker in Dordrecht afgelopen november was een opsteker. Die kan ik goed gebruiken in de voorbereiding op de Spelen van 2022 in Peking. Het was de eerste keer in drie jaar tijd dat ik weer op het podium stond. Dat lijkt lang geleden, maar het was pas mijn vierde race na het ongeluk met de houtkachel. Ik heb anderhalf jaar nodig gehad om te herstellen van de ernstige brandwonden die ik had opgelopen. Toen ik weer klaar was om te racen, kwam alles stil te liggen door corona. Ideaal was dat niet. Fysiek ben ik in orde en de trucjes van het wedstrijdschaatsen verleer je ook niet, ik had alleen liever meer wedstrijden in de benen gehad richting de Spelen. Maar goed, het belangrijkste is dat ik weer op het ijs sta en mijn dromen kan najagen. Een zilveren en bronzen Olympische plak heb ik al. Er ontbreekt er nog eentje. Het is en blijft shorttrack, dus het kan alle kanten op, maar voor die gouden medaille ga ik mijn best doen.

“Het was een pittig traject, dat gepaard ging met veel ups en downs, maar ik heb nooit mijn droom opgegeven”

Sjinkie Knegt

Eigenlijk vanaf dag één dat ik in het ziekenhuis lag, was het mijn doel om weer op het ijs te staan. Dat was een pittig traject. Ik heb acht weken in het ziekenhuis gelegen en had daarna nog zeker een jaar nodig om te herstellen. Dat ging gepaard met veel ups en downs, maar ik heb nooit mijn droom opgegeven. Ik ben blijven geloven dat het weer kon. Daar heb ik alles voor gedaan. Wat me enorm heeft geholpen, is de steun die ik heb gehad van mensen vanuit het hele land. Dat heeft me goed gedaan. Ik wilde iets terugdoen. Vanuit die gedachte is de Sjinkie Foundation opgericht. Om anderen die hetzelfde hebben meegemaakt als ik te helpen met hun terugkeer in de maatschappij. Zodat ze hun eigen dromen en doelen kunnen najagen. Ik weet uit ervaring hoe zwaar dat is. Een beetje extra steun kan geen kwaad.

Met de Sjinkie Foundation bieden we ondersteuning bij het herstel. Sporten en bewegen zijn daar belangrijke middelen bij. We organiseren vaak activiteiten, al is dat door corona wat lastiger nu. En soms helpen we door een luisterend oor te bieden. Mensen denken dat je met brandwonden heel erg beperkt wordt in je bewegingsvrijheid. Voor een deel is dat natuurlijk ook zo, maar je kunt altijd wel iets doen. Het is superbelangrijk om vroeg in het genezingsproces met bewegen te beginnen. Dat scheelt zo’n eind in het vervolg van je herstel. Als je dat mensen kunt vertellen, dat stimuleert. Bij mij zien ze ook dat het gewerkt heeft en dat ik weer op het ijs sta. Het is mooi als je op deze wijze iets voor iemand kunt betekenen.

Laatst kwamen we in contact met een jongetje dat eveneens in het brandwondencentrum in Groningen had gelegen en over zijn hele huid verbrand was. Hij had verder niets met sport, maar vond het fantastisch dat ik daar ook had gelegen. Hij wilde graag een keer naar een wedstrijd van mij komen kijken. Dat zou tijdens de wereldbeker in Dordrecht zijn. Vanwege corona ging dat niet door. Er mocht geen publiek bij aanwezig zijn. Maar alleen al het feit dat we hem gebeld en uitgenodigd hadden om te komen kijken, daar hadden we hem al enorm blij mee gemaakt. Hij was via het brandwondencentrum met ons in contact gekomen. De artsen daar hadden hem over de Sjinkie Foundation verteld. Met het brandwondencentrum hebben we goed contact. De lijntjes zijn kort.

Wat ik zou willen, is dat iedereen als een topsporter behandeld wordt. Van de artsen kreeg ik te horen dat ik wel op een andere manier behandeld werd dan iemand die geen topsporter is. Bij mij werd er heel goed nagedacht, overlegd en besproken wat we gingen doen: ‘Hé, hij wil straks weer schaatsen en naar de Olympische Spelen. Op sommige plekken is zijn huid verbrand. Die plekken zijn heel cruciaal voor het schaatsen. Daar moeten we iets meer aandacht aan besteden.’ In die zin waren de artsen in het ziekenhuis ook bezig met de Olympische Spelen in Peking. Mooi natuurlijk. Maar voor anderen zou het ook zo moeten zijn. De Sjinkie Foundation maakt ze daar bewust van. Ik ben het uithangbord daarvan, dat is logisch, maar mijn focus ligt in eerste instantie wel op mijn topsportcarrière. Dat is wat ik ben, topsporter. Maar ik help waar het kan en doe dat met veel plezier.”

maatschappelijke inzet TeamNL

“Iedereen zou als een topsporter behandeld moeten worden”

“Met de Sjinkie Foundation wil ik iets terugdoen voor de samenleving”

Sjinkie Knegt

“Als je je ergert aan alle rommel die je tegenkomt, dan kun je het beter zelf oprapen en verzamelen”

Sanne van Dijke

Twee mannen of twee vrouwen tegenover elkaar op de mat en dan kijken wie het sterkste is. Dat is judo in zijn puurste vorm, vindt Sanne van Dijke. Alles eromheen is in feite bijzaak. Het publiek miste ze daarom niet in Tokio. Al vond ze het maar wat prettig om haar bronzen medaille met vrienden en familie te vieren tijdens het TeamNL Olympic Festival in Scheveningen. Hoe gefocust ze ook is op zichzelf bij het sporten, maatschappelijk laat ze een heel andere kant van zichzelf zien.

“Na de Spelen heb ik een adempauze van drie maanden genomen. Dat had ik nodig, de geest was moe. Ik heb veel met vrienden afgesproken en ben twee keer op vakantie geweest. Op een gegeven moment vond ik het wel mooi. Ik ben niet iemand om thuis te zitten. Nu ben ik weer lekker aan het trainen. Ik kijk met een goed gevoel terug op Tokio. Brons is mooi, maar ik ging voor goud. Dat had gekund. Wat ik echt jammer vind, is dat we als team geen medaille hebben gepakt. We waren zo dichtbij. Dan ga je als judoploeg toch even lekkerder naar huis. We hebben er niet uit gehaald wat erin zat. Soms moet het ook gewoon even meezitten.

De aanloop naar Tokio was bijzonder. De schrik zat er vanwege corona goed in. Ik was echt supervoorzichtig. Misschien was ik in dat opzicht wel de meest panische van de ploeg. Vanaf acht maanden voor de Spelen heb ik niemand binnen gezien, behalve dan bij het trainen. Ik ben niet naar mijn moeder geweest, ik kwam niet in restaurants en ik sprak niet af bij vriendinnen thuis. Ik ging alleen buiten wandelen met mensen en koffiedrinken op twee meter afstand. Ik wilde hoe dan ook geen corona krijgen. Straks glippen de Spelen nog door je vingers. Je weet ook niet voor wie of wat je moet waken.

Door corona was het ook een ander toernooi dan anders. Zonder publiek maakt echt een groot verschil, hoorde ik van iedereen die al eerder op de Spelen was uitgekomen. Dat is natuurlijk zo, maar persoonlijk had ik er geen moeite mee. Ik ben topsporter. Ik was er om een medaille te winnen. Uiteindelijk vond ik het ook wel goed zo. Geen publiek, geen gekte, geen gedoe, geen show. Het is jij en ik tegenover elkaar op de mat. Kijken wie het sterkste is. Dat is judo in zijn puurste vorm. Alles eromheen is bijzaak en boeit me niet. Het gaat me om winnen en de beste zijn. Kijken hoever we komen in Parijs, al moet ik me natuurlijk eerst kwalificeren.

Of ik afval prikken leuk vind? Ik houd gewoon van wandelen en ben graag lekker buiten in de natuur. Het is alleen een bende. Vroeger toen ik zelf nog op de middelbare school zat, kwam je al van alles tegen. Lege zakken chips, blikjes. Ik dacht: Dat doen mensen toch niet meer? Maar helaas. Als je je ergert aan alle rommel die je tegenkomt, dan kun je het beter zelf oprapen en verzamelen. Zo ben ik begonnen. Met tuinhandschoenen en een plastic zak. Later bleek dat mijn gemeente, Bernheze, daar al mee bezig was. Samen met mijn moeder heb ik me aangemeld. We kregen een jasje en vuilniszakken. Die worden opgehaald als ze vol zijn. Ik doe het graag. Als topsporter ben je vrij egoïstisch bezig. Zo kun je nog iets voor de samenleving betekenen.

Toen de coronacrisis net was begonnen en we niet meer mochten trainen op Papendal, heb ik sporttrainingen aangeboden voor mensen in mijn dorp. Ik moest iets doen. Stilzitten is niet mijn sterkste kant. Het begon met mijn moeder en mijn broer, die fit wilden blijven. We zijn aan de slag gegaan met steppen, sportelastieken en skippyballen. Dat beviel zo goed, dat ik sport ging aanbieden voor iedereen in het dorp die wilde. Voor de mensen die het niet konden betalen, deed ik het gratis. En met het geld van de mensen die wel konden betalen, heb ik tegoedbonnen van lokale restaurants gehaald. Die deelde ik uit aan zorgmedewerkers van het verzorgingstehuis in Heeswijk. Zij hebben zo veel voor hun kiezen gehad. Dat doet je beseffen dat er meer is dan sport alleen. Net als het verlies van mijn broer Steef door zelfdoding. Dan is even niks belangrijk meer. Na Tokio heb ik een marathon gelopen om geld op te halen voor 113 Zelfmoordpreventie, en om suïcidale gedachten bespreekbaar te maken.

Maatschappelijk betrokken ben ik altijd geweest. We hadden het thuis vaak over politiek. Over hoe een samenleving eruit zou moeten zien. Als je dan wat ouder wordt, ga je je eigen rol in de wereld zien en daarnaar handelen. Het is dan ook geen toeval dat ik een opleiding volg tot docent maatschappijleer. Ik ben er nog één of twee jaar mee bezig, denk ik. Het is wel een studie die lastig te combineren is met topsport. Alle inhoudelijke vakken heb ik gemakkelijk gehaald. Het lesgeven, het fysiek aanwezig zijn, is een probleem. Ik moet nog verschillende stageopdrachten uit het derde en vierde jaar doen. Dat komt wel goed. Maar mijn primaire focus voor nu ligt op de mat. En af en toe doe ik er nog iets naast. Voor de Nationale Sportweek heb ik een judoclinic gegeven. Dat is superleuk om te doen. En het is voor een goed doel: kinderen, volwassenen, ouderen inspireren om te sporten en te bewegen. Daar wordt iedereen beter van.”

“Het is jij en ik tegenover elkaar op de mat. Kijken wie het sterkste is”

“Het begon met mijn moeder en mijn broer, die wilden fit blijven”

“Als je je ergert aan alle rommel die je tegenkomt, dan kun je het beter zelf oprapen en verzamelen”

Sanne van Dijke

maatschappelijke inzet TeamNL

“Honkbal heeft me veel gegeven, dat wil ik doorgeven”

Kalian Sams

Na een mooie carrière in het buitenland bij clubs als Seattle Mariners, San Diego Padres, Texas Rangers en Québec Capitales, keerde honkballer Kalian Sams in 2019 terug naar Nederland. Hij tekende een contract bij L&D Amsterdam Pirates en won twee keer achter elkaar de Holland Series. Sams is altijd maatschappelijk betrokken geweest. Het geeft hem voldoening om jongeren te begeleiden en ze te helpen het beste uit zichzelf te halen. Na zijn honkbalcarrière gaat hij daar fulltime mee aan de slag.

“Honkbal heeft me veel gegeven. In de eerste plaats plezier. Het is een fantastische sport. Daarnaast heb ik van alles mogen meemaken. Maar ik ben nog niet klaar. Ik wil nog twee of drie jaar door. Kijk ik nu al achterom, dan zie ik een mooie topsportcarrière. Ik kijk daar met trots naar. En met een glimlach. Op mijn negentiende tekende ik een profcontract bij Seattle Mariners. Het was een droom die uitkwam. Ik was zo trots als een pauw. Het WK honkbal winnen met Nederland in 2011 was een absoluut hoogtepunt. Net als Andruw Jones binnenslaan tijdens de World Baseball Classic 2013 dat was. Toen was hij mijn teamgenoot, vroeger hing hij boven mijn bed. Hij was mijn idool. Dat je op een dag samen in een team speelt, dat is kippenvel. De geboorte van mijn zoon was dat ook. Dat was op dezelfde dag als de finale van het EK honkbal in 2016. Gelijk na de geboorte reed ik met 160 kilometer per uur van Den Haag naar Hoofddorp, waar de finale werd gespeeld. De zesde inning was al bezig toen ik aankwam. Het publiek gaf me een staande ovatie. Even later waren we Europees kampioen. Een onvergetelijke ervaring.

Wat de sport me heeft gegeven, wat ik geleerd heb, dat wil ik graag doorgeven. Daarom ben ik me nu aan het oriënteren op een maatschappelijke carrière na het sporten. Ik vind het leuk om met jongeren te werken en ze op het goede pad te krijgen én te houden. De afgelopen jaren heb ik me daarvoor ingezet. Ik heb jongeren begeleid die op bijzondere scholen zitten, gericht op kinderen met gedragsproblemen en een moeilijke thuissituatie. Zij zijn eerder in de fout gegaan. Dan ga je met ze praten. ‘Iedereen verdient een tweede kans’, houd ik ze voor. ‘Geloof in jezelf, geloof in je dromen en ga er achteraan.’ Eén jongen die ik begeleid, heeft een serieus crimineel verleden. Nu gaat hij weer naar school. Hij heeft een woning en een bijbaan. Dat geeft voldoening. Als ik klaar ben met honkbal, wil ik daarmee verder. Ik werk aan een businessplan en heb de groepsprogramma’s TeamNL@work | Personal branding en TeamNL@work | Ondernemen: iets voor jou? gevolgd. Die gingen over jezelf positioneren en profileren: Hoe wil je overkomen? Wat is jouw unieke verhaal? Hoe ga je dat vertellen? Hoe begin je voor jezelf? Deze programma’s gaan me helpen als ik straks echt voor mezelf aan de slag ga. Ik ben er ook Celeste Plak tegengekomen, de volleybalster. We hebben samen een idee bedacht om jongeren in beweging te krijgen. Daar zijn de Holendrecht Games uit voortgekomen. Jongeren konden allerlei verschillende activiteiten doen. Basketbal, boksen, straathonkbal, zingen. Dat was echt superleuk en smaakt naar meer.

Maatschappelijk betrokken ben ik altijd geweest. Dat komt voor een deel vanuit mijn jeugd. Als kind kwam ik vaak in de Bijlmer in Amsterdam. Mijn neven woonden daar. Dat was best een heftige omgeving. Tegelijkertijd zag ik veel jongens en meiden met talent. Ze konden goed voetballen, zingen, dansen of wat dan ook. Op een gegeven moment haakten ze af en gingen ze de verkeerde dingen doen. Dat vond ik zonde. Als je talent hebt, moet je er iets mee doen. Ik heb mijn carrière in het honkbal gevonden en ben zo doorgegroeid. Zo moet het voor iedereen zijn. Ik heb dat altijd in gedachten gehouden. Ik dacht: Er is zo veel talent. Als ik ooit in de positie kom dat ik die jongeren kan helpen, dan doe ik dat. Straks, als ik klaar ben met honkballen, stort ik me daar fulltime op. Nu kan ik af en toe jongeren naast mijn topsport begeleiden.

Laatst ben ik gevraagd om mij namens TeamNL maatschappelijk in te zetten voor de Gezonde Generatie. Dat is een initiatief om in 2040 in Nederland de gezondste jeugd in de wereld te hebben. We zijn naar twee scholen geweest en hebben een warming-up gegeven. We zijn gaan sporten, lopen, rennen. Het is goed om die kids in beweging te krijgen. Om ze bewust te maken van het belang ervan. Dat is nodig. Wij waren vroeger altijd buiten. Spelen, hutten bouwen, noem maar op. Nu kijken veel kids de hele dag op hun telefoon of zijn ze aan gamen met cola en roze koeken of appelflappen. Eén jongen had vier blikjes Red Bull bij zich. Ik zei: ‘Wat ga je daarmee doen?’ ‘Opdrinken.’ ‘Niet allemaal vandaag toch?’ ‘Jawel, iedere dag voor drie uur ’s middags zijn ze op.’ Ongelooflijk. Mijn eigen kinderen krijgen doordeweeks geen zoetigheid. Ze moeten niet aan suikers wennen, dat is een killer. Ik wil dat ze gezond opgroeien. Die wens heb ik voor alle kinderen. Daarom moeten we ze een goede basis bijbrengen.”

“Iedereen verdient een kans in het leven, ook een tweede”

“Het is goed om die kids in beweging te krijgen”

“Honkbal heeft me veel gegeven, dat wil ik doorgeven”

Kalian Sams

maatschappelijke inzet TeamNL

“Topsport voelt als heel veel nemen, daarom wil ik ook iets terugdoen”

Sanne Voets

Sanne Voets is een van Nederlands meest succesvolle Paralympische topsporters. De 35-jarige, in het bezit van een master communicatiestudies aan de Universiteit Utrecht, is regerend Europees, wereld- en Paralympisch kampioen en verzamelde op de drie grote toernooien samen een totaal van elf gouden medailles. In Tokio prolongeerde ze glansrijk haar Paralympische titel. Toch ligt de focus lang niet altijd alleen op topsport. Sanne zet zich heel regelmatig in voor anderen. Zo is ze ambassadeur van Uniek Sporten van Fonds Gehandicaptensport en van BrabantSport en zit zij in de NOC*NSF AtletenCommissie. Dat klinkt als een volle agenda, maar Sanne heeft er geen moeite mee. “Als topsporter ben ik bevoorrecht. Persoonlijk voel ik daarom de behoefte om iets terug te doen.”

“Het resultaat was geweldig in Tokio en dat is ook de reden dat je daar bent: om te presteren. Alle randverschijnselen die je kunnen afleiden, probeer je toch een beetje te negeren. Maar natuurlijk was het allemaal anders dan bedoeld. Geen familie, lege stadions… Zonde, denk je kort, maar dan ga je weer over tot de orde van de dag, richt je je op het belangrijkste. Pas toen ik thuiskwam en er rustig over nadacht, realiseerde ik mij: het is al heel bijzonder dat het allemaal doorging. In Nederland hebben we nog wel diverse huldigingen gehad waar soms ook publiek bij aanwezig was. Toen merkte ik pas dat ik dat had gemist. En zo voelde het ook toen ik na lange tijd mijn familie weer kon knuffelen. Blijkbaar was ik in Tokio nog in staat dat gevoel uit te schakelen.

Na de Paralympische Spelen was er weer wat meer tijd voor andere dingen, zoals mijn ambassadeurschappen voor Uniek Sporten en BrabantSport. Voor Uniek Sporten ben ik bijvoorbeeld tijdens de Nationale Sportweek van NOC*NSF aanwezig geweest op een dag in Eindhoven die in het teken stond van aangepast sporten. Er waren veel aanbieders van aangepast sporten en andere organisaties aanwezig. Van een gymklasje tot een leverancier van hulpmiddelen voor sporters met een beperking. En mensen konden allerlei sporten uitproberen. Ik had mijn medailles meegenomen en ben talloze keren op de foto gegaan, vooral met kinderen. Als je hun enthousiaste reacties hoort, dan weet je weer wat het belangrijkste is. Al die kinderen die op zo’n dag aan het klimmen en klauteren zijn en plezier hebben, daar draait het écht om. Iedereen moet kunnen meedoen en dan maakt het mij nog niet eens zo gek veel uit of we het hebben over sporters met of zonder beperking. Maar voor mensen met een beperking zijn de figuurlijke drempels vaak hoger. Het idee ‘Ik zit in een rolstoel, dus ik kan niet sporten’, daar moeten we van af. Het enkele feit dat mensen een beperking hebben, wil niet zeggen dat ze niet kunnen meedoen, kunnen gymmen, voetballen, paardrijden. Ze horen erbij, in alles.

In dat opzicht is het uitgangspunt van BrabantSport heel mooi. Daar gaan ze uit van ‘de sporter’, of het nu gaat om Olympische of Paralympische sporters. Het is in die zin vergelijkbaar met TeamNL. Bij BrabantSport ben ik ook lid van Team BrabantSport, een initiatief om topsporters uit Brabant in contact te brengen met elkaar, maar ook met het bedrijfsleven. Sinds een jaar is er het BrabantSport Fonds, waarin verschillende ondernemers investeren om enkele grote maatschappelijke thema’s aan te pakken. Mensen met een beperking aan het sporten te krijgen en te houden, is één van die thema’s. Ik mag in de adviesraad zitten. Wij beoordelen de projecten, adviseren of er uiteindelijk financiële middelen in worden gestoken. Er zijn veel goede ideeën om mensen met een beperking in beweging te krijgen en zo Brabant een stukje mooier te maken. Dat is gaaf om te zien en aan bij te dragen.

Met dit soort werk kan ik iets terugdoen. Het vak topsport is in veel opzichten best egoïstisch. Je vraagt veel van jezelf, maar ook van je omgeving, om er maar in mee te gaan en zich aan jou aan te passen. Bovendien is de topsport in Nederland goed geregeld, mede door het Ministerie van VWS en de partners van TeamNL. De infrastructuur biedt veel kansen om op hoog niveau te sporten en prestaties centraal te stellen. Daardoor heb ik als topsporter de kans dingen te leren en mee te maken die anderen niet kunnen leren en ervaren. Ik ben echt bevoorrecht. Laatst werd ik op persoonlijke titel uitgenodigd voor een Instagram Live-sessie van een specialist in mentale training voor een aantal basisruiters. Zij vroegen mij bijvoorbeeld of ik ook zenuwen had voor een wedstrijd en hoe ik daar dan mee omging. Als op die manier niet alleen ik, maar ook anderen iets hebben aan mijn ervaringen als topsporter, vind ik dat prachtig.

En dan zit ik ook nog in de NOC*NSF AtletenCommissie. Ik neem daar het gedeelte communicatie voor mijn rekening, wat goed aansluit bij mijn opleiding. Er spelen belangrijke thema’s, zoals integriteit en gezagsverhoudingen in de sport en de rol van topsporters bij beleidsbepaling van sportbonden en NOC*NSF. Bij dit soort zaken is communicatie echt een middel om dingen te bereiken, processen te sturen en mensen te overtuigen. Daar leer ik veel van. Ik doe zo ervaring op die ik zou missen als ik alleen maar met mijn sport bezig was. Voor dit werk, maar ook bij al mijn andere bezigheden geldt: de combinatie met topsport valt mij eigenlijk helemaal niet zwaar. Alle organisaties zijn erg flexibel als het om mijn sport gaat en bovendien wil ik juist op meerdere terreinen actief zijn. Ik snap dat velen de topsport altijd op nummer één zetten, maar ik streef eerder naar evenwicht tussen topsport en meer maatschappelijke bezigheden. Een gouden medaille is geweldig, maar wat is eigenlijk de waarde als je er verder niks mee doet, als je nergens voor staat?!”

“Het idee ‘Ik zit in een rolstoel, dus ik kan niet sporten’, daar moeten we van af”

“Een gouden medaille is geweldig, maar wat is de waarde als je er verder niks mee doet, als je nergens voor staat?!”

“Topsport voelt als heel veel nemen, daarom wil ik ook iets terugdoen”

Sanne Voets

maatschappelijke inzet TeamNL

TeamNL is 365 dagen per jaar topsport. Maar TeamNL is nog veel meer. TeamNL kleurt Nederland oranje. Topsport inspireert. Steeds meer topsporters zetten hun kracht in om maatschappelijke thema’s aan te snijden. En geven zo iets terug aan Nederland. Daarbij doen ze ook nog eens werkervaring op en ontwikkelen ze bepaalde competenties. Wij juichen dit toe, maar natuurlijk alleen als de topsport dit toelaat en de sporter zich hier prettig bij voelt.

Maat-
schappelijke inzet TeamNL

Sjinkie Knegt

maatschappelijke inzet TeamNL

“Met de Sjinkie Foundation wil ik iets terugdoen voor de samenleving”

Geboortedatum en -plaats
5 juli 1989, Bantega

Sport
Shorttrack

Opleiding
Vmbo, Mbo Machinaal Verspanen

Maatschappelijke inzet
Sjinkie heeft een eigen stichting, de Sjinkie Foundation, die sport en bewegen inzet om mensen met brandwonden te helpen hun ambities waar te maken
Ingezet voor de Gezonde Generatie

Sportieve hoogtepunten

  • Zilver op de 1500 meter bij Olympische Spelen van Pyeongchang in 2018
  • Brons op de 1000 meter bij Olympische Spelen van Sotsji in 2014
  • Wereldkampioen in 2014 (Montreal, 5000 meter aflossing), 2015 (Moskou, klassement), 2017 (Rotterdam, 500 meter en 5000 meter aflossing)
  • Veelvoudig Europees en Nederlands kampioen

Bijzonderheden
Won in 2014 de eerste Nederlandse Olympische shorttrackmedaille ooit
Wereldrecordhouder op de 1500 meter
Sleutelt graag aan auto’s
Kreeg dankzij Gamma tijdens de coronaperiode een ijsbaan in zijn achtertuin
In 2020 verscheen het boek Saar en Siem. Als ons huisje breekt, waarvan de opbrengst naar de Sjinkie Foundation gaat


“Het was een pittig traject, dat gepaard ging met veel ups en downs, maar ik heb nooit mijn droom opgegeven”

Het liefste wat Sjinkie Knegt doet, is over het ijs scheren. In januari 2019 kwam daar een eind aan. Hij raakte ernstig gewond, nadat hij zijn houtkachel aanstak en zijn kleding in brand vloog. Een lang en zwaar revalidatietraject volgde. De steun die hij uit de samenleving kreeg, was hartverwarmend. Anderen die hetzelfde hebben meegemaakt als hij, verdienen die steun ook. Vanuit die gedachte werd de Sjinkie Foundation opgericht.

“Die zilveren medaille op de 1.500 meter tijdens de wereldbeker in Dordrecht afgelopen november was een opsteker. Die kan ik goed gebruiken in de voorbereiding op de Spelen van 2022 in Peking. Het was de eerste keer in drie jaar tijd dat ik weer op het podium stond. Dat lijkt lang geleden, maar het was pas mijn vierde race na het ongeluk met de houtkachel. Ik heb anderhalf jaar nodig gehad om te herstellen van de ernstige brandwonden die ik had opgelopen. Toen ik weer klaar was om te racen, kwam alles stil te liggen door corona. Ideaal was dat niet. Fysiek ben ik in orde en de trucjes van het wedstrijdschaatsen verleer je ook niet, ik had alleen liever meer wedstrijden in de benen gehad richting de Spelen. Maar goed, het belangrijkste is dat ik weer op het ijs sta en mijn dromen kan najagen. Een zilveren en bronzen Olympische plak heb ik al. Er ontbreekt er nog eentje. Het is en blijft shorttrack, dus het kan alle kanten op, maar voor die gouden medaille ga ik mijn best doen.

Eigenlijk vanaf dag één dat ik in het ziekenhuis lag, was het mijn doel om weer op het ijs te staan. Dat was een pittig traject. Ik heb acht weken in het ziekenhuis gelegen en had daarna nog zeker een jaar nodig om te herstellen. Dat ging gepaard met veel ups en downs, maar ik heb nooit mijn droom opgegeven. Ik ben blijven geloven dat het weer kon. Daar heb ik alles voor gedaan. Wat me enorm heeft geholpen, is de steun die ik heb gehad van mensen vanuit het hele land. Dat heeft me goed gedaan. Ik wilde iets terugdoen. Vanuit die gedachte is de Sjinkie Foundation opgericht. Om anderen die hetzelfde hebben meegemaakt als ik te helpen met hun terugkeer in de maatschappij. Zodat ze hun eigen dromen en doelen kunnen najagen. Ik weet uit ervaring hoe zwaar dat is. Een beetje extra steun kan geen kwaad.

Met de Sjinkie Foundation bieden we ondersteuning bij het herstel. Sporten en bewegen zijn daar belangrijke middelen bij. We organiseren vaak activiteiten, al is dat door corona wat lastiger nu. En soms helpen we door een luisterend oor te bieden. Mensen denken dat je met brandwonden heel erg beperkt wordt in je bewegingsvrijheid. Voor een deel is dat natuurlijk ook zo, maar je kunt altijd wel iets doen. Het is superbelangrijk om vroeg in het genezingsproces met bewegen te beginnen. Dat scheelt zo’n eind in het vervolg van je herstel. Als je dat mensen kunt vertellen, dat stimuleert. Bij mij zien ze ook dat het gewerkt heeft en dat ik weer op het ijs sta. Het is mooi als je op deze wijze iets voor iemand kunt betekenen.

Laatst kwamen we in contact met een jongetje dat eveneens in het brandwondencentrum in Groningen had gelegen en over zijn hele huid verbrand was. Hij had verder niets met sport, maar vond het fantastisch dat ik daar ook had gelegen. Hij wilde graag een keer naar een wedstrijd van mij komen kijken. Dat zou tijdens de wereldbeker in Dordrecht zijn. Vanwege corona ging dat niet door. Er mocht geen publiek bij aanwezig zijn. Maar alleen al het feit dat we hem gebeld en uitgenodigd hadden om te komen kijken, daar hadden we hem al enorm blij mee gemaakt. Hij was via het brandwondencentrum met ons in contact gekomen. De artsen daar hadden hem over de Sjinkie Foundation verteld. Met het brandwondencentrum hebben we goed contact. De lijntjes zijn kort.

Wat ik zou willen, is dat iedereen als een topsporter behandeld wordt. Van de artsen kreeg ik te horen dat ik wel op een andere manier behandeld werd dan iemand die geen topsporter is. Bij mij werd er heel goed nagedacht, overlegd en besproken wat we gingen doen: ‘Hé, hij wil straks weer schaatsen en naar de Olympische Spelen. Op sommige plekken is zijn huid verbrand. Die plekken zijn heel cruciaal voor het schaatsen. Daar moeten we iets meer aandacht aan besteden.’ In die zin waren de artsen in het ziekenhuis ook bezig met de Olympische Spelen in Peking. Mooi natuurlijk. Maar voor anderen zou het ook zo moeten zijn. De Sjinkie Foundation maakt ze daar bewust van. Ik ben het uithangbord daarvan, dat is logisch, maar mijn focus ligt in eerste instantie wel op mijn topsportcarrière. Dat is wat ik ben, topsporter. Maar ik help waar het kan en doe dat met veel plezier.”

“Iedereen zou als een topsporter behandeld moeten worden”

“Als je je ergert aan alle rommel die je tegenkomt, dan kun je het beter zelf oprapen en verzamelen”

Maatschappelijke inzet TeamNL

Sanne van Dijke

Geboortedatum en -plaats
21 juli 1995, Heeswijk-Dinther

Sport
Judo

Opleiding
Lerarenopleiding

Maatschappelijke inzet
Inzet tijdens NOC*NSF Nationale Sportweek – geven clinic
Zwerfafval prikken
Marathon gelopen voor Stichting 113, die zich inzet voor mentaal welzijn

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Sprekers

Sportieve hoogtepunten

  • Europese titel in 2017
  • Brons bij Olympische Spelen Tokio 2020

Bijzonderheden
Marathon van Amsterdam gelopen om geld in te zamelen voor Stichting 113
Tijdens corona aanbieden van sportlessen aan mensen uit haar dorp


Twee mannen of twee vrouwen tegenover elkaar op de mat en dan kijken wie het sterkste is. Dat is judo in zijn puurste vorm, vindt Sanne van Dijke. Alles eromheen is in feite bijzaak. Het publiek miste ze daarom niet in Tokio. Al vond ze het maar wat prettig om haar bronzen medaille met vrienden en familie te vieren tijdens het TeamNL Olympic Festival in Scheveningen. Hoe gefocust ze ook is op zichzelf bij het sporten, maatschappelijk laat ze een heel andere kant van zichzelf zien.

“Na de Spelen heb ik een adempauze van drie maanden genomen. Dat had ik nodig, de geest was moe. Ik heb veel met vrienden afgesproken en ben twee keer op vakantie geweest. Op een gegeven moment vond ik het wel mooi. Ik ben niet iemand om thuis te zitten. Nu ben ik weer lekker aan het trainen. Ik kijk met een goed gevoel terug op Tokio. Brons is mooi, maar ik ging voor goud. Dat had gekund. Wat ik echt jammer vind, is dat we als team geen medaille hebben gepakt. We waren zo dichtbij. Dan ga je als judoploeg toch even lekkerder naar huis. We hebben er niet uit gehaald wat erin zat. Soms moet het ook gewoon even meezitten.

De aanloop naar Tokio was bijzonder. De schrik zat er vanwege corona goed in. Ik was echt supervoorzichtig. Misschien was ik in dat opzicht wel de meest panische van de ploeg. Vanaf acht maanden voor de Spelen heb ik niemand binnen gezien, behalve dan bij het trainen. Ik ben niet naar mijn moeder geweest, ik kwam niet in restaurants en ik sprak niet af bij vriendinnen thuis. Ik ging alleen buiten wandelen met mensen en koffiedrinken op twee meter afstand. Ik wilde hoe dan ook geen corona krijgen. Straks glippen de Spelen nog door je vingers. Je weet ook niet voor wie of wat je moet waken.

Door corona was het ook een ander toernooi dan anders. Zonder publiek maakt echt een groot verschil, hoorde ik van iedereen die al eerder op de Spelen was uitgekomen. Dat is natuurlijk zo, maar persoonlijk had ik er geen moeite mee. Ik ben topsporter. Ik was er om een medaille te winnen. Uiteindelijk vond ik het ook wel goed zo. Geen publiek, geen gekte, geen gedoe, geen show. Het is jij en ik tegenover elkaar op de mat. Kijken wie het sterkste is. Dat is judo in zijn puurste vorm. Alles eromheen is bijzaak en boeit me niet. Het gaat me om winnen en de beste zijn. Kijken hoever we komen in Parijs, al moet ik me natuurlijk eerst kwalificeren.

Of ik afval prikken leuk vind? Ik houd gewoon van wandelen en ben graag lekker buiten in de natuur. Het is alleen een bende. Vroeger toen ik zelf nog op de middelbare school zat, kwam je al van alles tegen. Lege zakken chips, blikjes. Ik dacht: Dat doen mensen toch niet meer? Maar helaas. Als je je ergert aan alle rommel die je tegenkomt, dan kun je het beter zelf oprapen en verzamelen. Zo ben ik begonnen. Met tuinhandschoenen en een plastic zak. Later bleek dat mijn gemeente, Bernheze, daar al mee bezig was. Samen met mijn moeder heb ik me aangemeld. We kregen een jasje en vuilniszakken. Die worden opgehaald als ze vol zijn. Ik doe het graag. Als topsporter ben je vrij egoïstisch bezig. Zo kun je nog iets voor de samenleving betekenen.

Toen de coronacrisis net was begonnen en we niet meer mochten trainen op Papendal, heb ik sporttrainingen aangeboden voor mensen in mijn dorp. Ik moest iets doen. Stilzitten is niet mijn sterkste kant. Het begon met mijn moeder en mijn broer, die fit wilden blijven. We zijn aan de slag gegaan met steppen, sportelastieken en skippyballen. Dat beviel zo goed, dat ik sport ging aanbieden voor iedereen in het dorp die wilde. Voor de mensen die het niet konden betalen, deed ik het gratis. En met het geld van de mensen die wel konden betalen, heb ik tegoedbonnen van lokale restaurants gehaald. Die deelde ik uit aan zorgmedewerkers van het verzorgingstehuis in Heeswijk. Zij hebben zo veel voor hun kiezen gehad. Dat doet je beseffen dat er meer is dan sport alleen. Net als het verlies van mijn broer Steef door zelfdoding. Dan is even niks belangrijk meer. Na Tokio heb ik een marathon gelopen om geld op te halen voor 113 Zelfmoordpreventie, en om suïcidale gedachten bespreekbaar te maken.

Maatschappelijk betrokken ben ik altijd geweest. We hadden het thuis vaak over politiek. Over hoe een samenleving eruit zou moeten zien. Als je dan wat ouder wordt, ga je je eigen rol in de wereld zien en daarnaar handelen. Het is dan ook geen toeval dat ik een opleiding volg tot docent maatschappijleer. Ik ben er nog één of twee jaar mee bezig, denk ik. Het is wel een studie die lastig te combineren is met topsport. Alle inhoudelijke vakken heb ik gemakkelijk gehaald. Het lesgeven, het fysiek aanwezig zijn, is een probleem. Ik moet nog verschillende stageopdrachten uit het derde en vierde jaar doen. Dat komt wel goed. Maar mijn primaire focus voor nu ligt op de mat. En af en toe doe ik er nog iets naast. Voor de Nationale Sportweek heb ik een judoclinic gegeven. Dat is superleuk om te doen. En het is voor een goed doel: kinderen, volwassenen, ouderen inspireren om te sporten en te bewegen. Daar wordt iedereen beter van.”

“Het is jij en ik tegenover elkaar op de mat. Kijken wie het sterkste is”

“Het begon met mijn moeder en mijn broer, die wilden fit blijven”

Na een mooie carrière in het buitenland bij clubs als Seattle Mariners, San Diego Padres, Texas Rangers en Québec Capitales, keerde honkballer Kalian Sams in 2019 terug naar Nederland. Hij tekende een contract bij L&D Amsterdam Pirates en won twee keer achter elkaar de Holland Series. Sams is altijd maatschappelijk betrokken geweest. Het geeft hem voldoening om jongeren te begeleiden en ze te helpen het beste uit zichzelf te halen. Na zijn honkbalcarrière gaat hij daar fulltime mee aan de slag.

Maatschappelijke inzet TeamNL

Kalian Sams

“Honkbal heeft me veel gegeven. In de eerste plaats plezier. Het is een fantastische sport. Daarnaast heb ik van alles mogen meemaken. Maar ik ben nog niet klaar. Ik wil nog twee of drie jaar door. Kijk ik nu al achterom, dan zie ik een mooie topsportcarrière. Ik kijk daar met trots naar. En met een glimlach. Op mijn negentiende tekende ik een profcontract bij Seattle Mariners. Het was een droom die uitkwam. Ik was zo trots als een pauw. Het WK honkbal winnen met Nederland in 2011 was een absoluut hoogtepunt. Net als Andruw Jones binnenslaan tijdens de World Baseball Classic 2013 dat was. Toen was hij mijn teamgenoot, vroeger hing hij boven mijn bed. Hij was mijn idool. Dat je op een dag samen in een team speelt, dat is kippenvel. De geboorte van mijn zoon was dat ook. Dat was op dezelfde dag als de finale van het EK honkbal in 2016. Gelijk na de geboorte reed ik met 160 kilometer per uur van Den Haag naar Hoofddorp, waar de finale werd gespeeld. De zesde inning was al bezig toen ik aankwam. Het publiek gaf me een staande ovatie. Even later waren we Europees kampioen. Een onvergetelijke ervaring.

“Honkbal heeft me veel gegeven, dat wil ik doorgeven”

Geboortedatum en -plaats
25 augustus 1986, Den Haag

Sport
Honkbal

Werkervaring
Coach, leraar en personal trainer en motivational speaker als zzp’er

Maatschappelijke inzet
Coach, trainer, spreker en begeleider kinderen met problemen

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Personal branding
TeamNL@work | Ondernemen: iets voor jou?

Sportieve hoogtepunten

  • Wereldkampioen in 2011
  • Andruw Jones binnenslaan tijdens de World Baseball Classic 2013
  • Europees kampioen in 2016

Bijzonderheden
Vader en Europees kampioen op één dag
Initiatief met Celeste Plak om kinderen in beweging te krijgen – Holendrecht Games
Actief namens TeamNL voor de Gezonde Generatie


Wat de sport me heeft gegeven, wat ik geleerd heb, dat wil ik graag doorgeven. Daarom ben ik me nu aan het oriënteren op een maatschappelijke carrière na het sporten. Ik vind het leuk om met jongeren te werken en ze op het goede pad te krijgen én te houden. De afgelopen jaren heb ik me daarvoor ingezet. Ik heb jongeren begeleid die op bijzondere scholen zitten, gericht op kinderen met gedragsproblemen en een moeilijke thuissituatie. Zij zijn eerder in de fout gegaan. Dan ga je met ze praten. ‘Iedereen verdient een tweede kans’, houd ik ze voor. ‘Geloof in jezelf, geloof in je dromen en ga er achteraan.’ Eén jongen die ik begeleid, heeft een serieus crimineel verleden. Nu gaat hij weer naar school. Hij heeft een woning en een bijbaan. Dat geeft voldoening. Als ik klaar ben met honkbal, wil ik daarmee verder. Ik werk aan een businessplan en heb de groepsprogramma’s TeamNL@work | Personal branding en TeamNL@work | Ondernemen: iets voor jou? gevolgd. Die gingen over jezelf positioneren en profileren: Hoe wil je overkomen? Wat is jouw unieke verhaal? Hoe ga je dat vertellen? Hoe begin je voor jezelf? Deze programma’s gaan me helpen als ik straks echt voor mezelf aan de slag ga. Ik ben er ook Celeste Plak tegengekomen, de volleybalster. We hebben samen een idee bedacht om jongeren in beweging te krijgen. Daar zijn de Holendrecht Games uit voortgekomen. Jongeren konden allerlei verschillende activiteiten doen. Basketbal, boksen, straathonkbal, zingen. Dat was echt superleuk en smaakt naar meer.

Maatschappelijk betrokken ben ik altijd geweest. Dat komt voor een deel vanuit mijn jeugd. Als kind kwam ik vaak in de Bijlmer in Amsterdam. Mijn neven woonden daar. Dat was best een heftige omgeving. Tegelijkertijd zag ik veel jongens en meiden met talent. Ze konden goed voetballen, zingen, dansen of wat dan ook. Op een gegeven moment haakten ze af en gingen ze de verkeerde dingen doen. Dat vond ik zonde. Als je talent hebt, moet je er iets mee doen. Ik heb mijn carrière in het honkbal gevonden en ben zo doorgegroeid. Zo moet het voor iedereen zijn. Ik heb dat altijd in gedachten gehouden. Ik dacht: Er is zo veel talent. Als ik ooit in de positie kom dat ik die jongeren kan helpen, dan doe ik dat. Straks, als ik klaar ben met honkballen, stort ik me daar fulltime op. Nu kan ik af en toe jongeren naast mijn topsport begeleiden.

Laatst ben ik gevraagd om mij namens TeamNL maatschappelijk in te zetten voor de Gezonde Generatie. Dat is een initiatief om in 2040 in Nederland de gezondste jeugd in de wereld te hebben. We zijn naar twee scholen geweest en hebben een warming-up gegeven. We zijn gaan sporten, lopen, rennen. Het is goed om die kids in beweging te krijgen. Om ze bewust te maken van het belang ervan. Dat is nodig. Wij waren vroeger altijd buiten. Spelen, hutten bouwen, noem maar op. Nu kijken veel kids de hele dag op hun telefoon of zijn ze aan gamen met cola en roze koeken of appelflappen. Eén jongen had vier blikjes Red Bull bij zich. Ik zei: ‘Wat ga je daarmee doen?’ ‘Opdrinken.’ ‘Niet allemaal vandaag toch?’ ‘Jawel, iedere dag voor drie uur ’s middags zijn ze op.’ Ongelooflijk. Mijn eigen kinderen krijgen doordeweeks geen zoetigheid. Ze moeten niet aan suikers wennen, dat is een killer. Ik wil dat ze gezond opgroeien. Die wens heb ik voor alle kinderen. Daarom moeten we ze een goede basis bijbrengen.”

“Iedereen verdient een kans in het leven, ook een tweede”

“Het is goed om die kids in beweging te krijgen”

“Topsport voelt als heel veel nemen, daarom wil ik ook iets terugdoen”

Maatschappelijke inzet TeamNL

Sanne Voets

Geboortedatum en -plaats
17 september 1986, Rosmalen

Sport
Para-dressuur

Opleiding
Taal- en Cultuurstudies en Communicatie

Werkervaring
Tekstschrijver, eindredacteur, verslaggever, amazone, schrijver en spreker

Maatschappelijke inzet
Lid bondsatletencommissie
Lid NOC*NSF AtletenCommissie
Adviseur
Ambassadeur van Uniek Sporten en BrabantSport
Ingezet tijdens de NOC*NSF Nationale Sportweek

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Sportmarketing en -media

Sportieve hoogtepunten

  • Goud bij de Paralympische Spelen van 2016 en 2020
  • Driemaal goud bij de Wereldruiterspelen van 2018
  • Europees kampioen in 2019

Bijzonderheden
Benoemd tot ereburger Brabant

Sanne Voets is een van Nederlands meest succesvolle Paralympische topsporters. De 35-jarige, in het bezit van een master communicatiestudies aan de Universiteit Utrecht, is regerend Europees, wereld- en Paralympisch kampioen en verzamelde op de drie grote toernooien samen een totaal van elf gouden medailles. In Tokio prolongeerde ze glansrijk haar Paralympische titel. Toch ligt de focus lang niet altijd alleen op topsport. Sanne zet zich heel regelmatig in voor anderen. Zo is ze ambassadeur van Uniek Sporten van Fonds Gehandicaptensport en van BrabantSport en zit zij in de NOC*NSF AtletenCommissie. Dat klinkt als een volle agenda, maar Sanne heeft er geen moeite mee. “Als topsporter ben ik bevoorrecht. Persoonlijk voel ik daarom de behoefte om iets terug te doen.”

“Het resultaat was geweldig in Tokio en dat is ook de reden dat je daar bent: om te presteren. Alle randverschijnselen die je kunnen afleiden, probeer je toch een beetje te negeren. Maar natuurlijk was het allemaal anders dan bedoeld. Geen familie, lege stadions… Zonde, denk je kort, maar dan ga je weer over tot de orde van de dag, richt je je op het belangrijkste. Pas toen ik thuiskwam en er rustig over nadacht, realiseerde ik mij: het is al heel bijzonder dat het allemaal doorging. In Nederland hebben we nog wel diverse huldigingen gehad waar soms ook publiek bij aanwezig was. Toen merkte ik pas dat ik dat had gemist. En zo voelde het ook toen ik na lange tijd mijn familie weer kon knuffelen. Blijkbaar was ik in Tokio nog in staat dat gevoel uit te schakelen.

Na de Paralympische Spelen was er weer wat meer tijd voor andere dingen, zoals mijn ambassadeurschappen voor Uniek Sporten en BrabantSport. Voor Uniek Sporten ben ik bijvoorbeeld tijdens de Nationale Sportweek van NOC*NSF aanwezig geweest op een dag in Eindhoven die in het teken stond van aangepast sporten. Er waren veel aanbieders van aangepast sporten en andere organisaties aanwezig. Van een gymklasje tot een leverancier van hulpmiddelen voor sporters met een beperking. En mensen konden allerlei sporten uitproberen. Ik had mijn medailles meegenomen en ben talloze keren op de foto gegaan, vooral met kinderen. Als je hun enthousiaste reacties hoort, dan weet je weer wat het belangrijkste is. Al die kinderen die op zo’n dag aan het klimmen en klauteren zijn en plezier hebben, daar draait het écht om. Iedereen moet kunnen meedoen en dan maakt het mij nog niet eens zo gek veel uit of we het hebben over sporters met of zonder beperking. Maar voor mensen met een beperking zijn de figuurlijke drempels vaak hoger. Het idee ‘Ik zit in een rolstoel, dus ik kan niet sporten’, daar moeten we van af. Het enkele feit dat mensen een beperking hebben, wil niet zeggen dat ze niet kunnen meedoen, kunnen gymmen, voetballen, paardrijden. Ze horen erbij, in alles.

In dat opzicht is het uitgangspunt van BrabantSport heel mooi. Daar gaan ze uit van ‘de sporter’, of het nu gaat om Olympische of Paralympische sporters. Het is in die zin vergelijkbaar met TeamNL. Bij BrabantSport ben ik ook lid van Team BrabantSport, een initiatief om topsporters uit Brabant in contact te brengen met elkaar, maar ook met het bedrijfsleven. Sinds een jaar is er het BrabantSport Fonds, waarin verschillende ondernemers investeren om enkele grote maatschappelijke thema’s aan te pakken. Mensen met een beperking aan het sporten te krijgen en te houden, is één van die thema’s. Ik mag in de adviesraad zitten. Wij beoordelen de projecten, adviseren of er uiteindelijk financiële middelen in worden gestoken. Er zijn veel goede ideeën om mensen met een beperking in beweging te krijgen en zo Brabant een stukje mooier te maken. Dat is gaaf om te zien en aan bij te dragen.

Met dit soort werk kan ik iets terugdoen. Het vak topsport is in veel opzichten best egoïstisch. Je vraagt veel van jezelf, maar ook van je omgeving, om er maar in mee te gaan en zich aan jou aan te passen. Bovendien is de topsport in Nederland goed geregeld, mede door het Ministerie van VWS en de partners van TeamNL. De infrastructuur biedt veel kansen om op hoog niveau te sporten en prestaties centraal te stellen. Daardoor heb ik als topsporter de kans dingen te leren en mee te maken die anderen niet kunnen leren en ervaren. Ik ben echt bevoorrecht. Laatst werd ik op persoonlijke titel uitgenodigd voor een Instagram Live-sessie van een specialist in mentale training voor een aantal basisruiters. Zij vroegen mij bijvoorbeeld of ik ook zenuwen had voor een wedstrijd en hoe ik daar dan mee omging. Als op die manier niet alleen ik, maar ook anderen iets hebben aan mijn ervaringen als topsporter, vind ik dat prachtig.

En dan zit ik ook nog in de NOC*NSF AtletenCommissie. Ik neem daar het gedeelte communicatie voor mijn rekening, wat goed aansluit bij mijn opleiding. Er spelen belangrijke thema’s, zoals integriteit en gezagsverhoudingen in de sport en de rol van topsporters bij beleidsbepaling van sportbonden en NOC*NSF. Bij dit soort zaken is communicatie echt een middel om dingen te bereiken, processen te sturen en mensen te overtuigen. Daar leer ik veel van. Ik doe zo ervaring op die ik zou missen als ik alleen maar met mijn sport bezig was. Voor dit werk, maar ook bij al mijn andere bezigheden geldt: de combinatie met topsport valt mij eigenlijk helemaal niet zwaar. Alle organisaties zijn erg flexibel als het om mijn sport gaat en bovendien wil ik juist op meerdere terreinen actief zijn. Ik snap dat velen de topsport altijd op nummer één zetten, maar ik streef eerder naar evenwicht tussen topsport en meer maatschappelijke bezigheden. Een gouden medaille is geweldig, maar wat is eigenlijk de waarde als je er verder niks mee doet, als je nergens voor staat?!”

“Het idee ‘Ik zit in een rolstoel, dus ik kan niet sporten’, daar moeten we van af”

“Een gouden medaille is geweldig, maar wat is de waarde als je er verder niks mee doet, als je nergens voor staat?!”