Topsporter is een prachtig beroep. Iedere dag beter worden. Sterker, sneller. Grenzen verleggen. Dromen verwezenlijken. Gewone mensen die bijzondere prestaties leveren. Die Nederland inspireren. Samen met alle partners en suppliers ondersteunt TeamNL sporters naar hun hoogst haalbare podium. Dit doen we vanuit verantwoord ontwikkelen en eervol presteren.

het beroep topsporter

“Ik ben 24 uur per dag topsporter”

het beroep topsporter

“Topsporter zijn is een vak dat je moet leren”

Harrie Lavreysen doet wat hij het liefste doet: keihard fietsen. Eerst als BMX’er, nu als baanwielrenner. Hij werd er niet slechter van en is welhaast onverslaanbaar. Drie jaar op rij werd hij wereldkampioen op de sprint en teamsprint. In Tokio oogstte hij drie medailles, waarvan tweemaal goud. Lavreysen is hard op weg een fenomeen te worden. Al doet hij aan die hype zelf niet mee. Eerst maar eens fietsen en dan ziet hij wel verder.

“Of ik nog weet wat verliezen is? Zeker, dat zit altijd in mijn achterhoofd. Bij elke race heb je twee mogelijkheden: winnen of verliezen. Ik probeer er nooit te veel mee bezig te zijn. Met allebei niet. Ieder toernooi begin ik bij het begin. Ik bekijk het per wedstrijd. Dat heb ik in Tokio ook gedaan. Daar won ik goud op de sprint en teamsprint. Van het brons op de keirin baalde ik enorm. Ik had misschien tweede kunnen worden, maar tweede of derde maakt niet uit. Op dat moment telt dat niet. Het telt pas een paar dagen later, als de emotie gezakt is. De sprint en teamsprint waren superzwaar. Ik was al blij dat ik de finale van de keirin haalde. Maar als je meedoet en je weet dat je eigenlijk de snelste bent, wil je winnen ook. Achteraf ben ik er tevreden mee. Ik kan mezelf niets verwijten.

Ik doe wat ik het liefste doe: keihard fietsen. Dat is mijn hobby. Tegelijkertijd is het mijn beroep. Het is iets wat ik fulltime doe, en nog veel meer dan dat. Ik ben 24 uur per dag topsporter. Als ik thuis op de bank zit, als ik op vakantie ben, ik ben er altijd mee bezig. Met eten, trainen, slapen, rust pakken, herstellen. Alles staat in het teken van mijn sport. Topsporter zijn is een vak op zich, dat moet je leren. Van Nils van ’t Hoenderdaal heb ik veel opgestoken. We hebben een tijdje in één huis gewoond. Hij is vier jaar ouder dan ik en was er in 2016 in Rio al bij. Hij heeft me geleerd wat het is om topsporter te zijn. Naast hard trainen moet je er van alles voor doen en laten. Bij mij gaat dat vrij makkelijk. Ik heb een enorme motivatie en passie voor sporten. Dat helpt.

Sporten deed ik al van jongs af aan. Op mijn zesde ging ik op BMX. Op mijn twaalfde werd ik Nederlands kampioen. Op mijn veertiende Europees kampioen. Rond die leeftijd begon ik te denken aan een carrière als topsporter. Eerder was BMX Olympisch geworden. Naar de Spelen gaan, dat leek me wel wat. Die droom viel aan diggelen toen ik moest stoppen met BMX. Ik was al twee jaar aan het kwakkelen met blessures. Mijn schouders konden het niet aan. Ik ben er vier keer aan geopereerd. Toen ik tijdens een race viel en mijn beide schouders uit de kom schoten, was het over. De teleurstelling duurde niet lang. Ik viel op zaterdag, stopte op maandag en maakte op woensdag mijn opwachting op de baan. De coaches op Papendal, waar ik toen woonde, hadden mijn talent gezien en wilde me er graag bij hebben.

Het heeft niet slecht uitgepakt. Ook al wist ik weinig van baanwielrennen op dat moment. Ik wist niet eens wie Theo Bos was. Dat is wel erg. Mijn mooiste toernooi ooit waren de wereldkampioenschappen van 2020 in Berlijn. Toen werd ik drie keer wereldkampioen: op de sprint, de teamsprint en keirin. De WK in Apeldoorn waren ook legendarisch. Met de teamsprint werden we wereldkampioen voor eigen publiek. Iedereen stond op de banken. Dat is geweldig aan topsport, samen een feestje vieren met je fans. Maar dat is niet het enige. Het idee dat werken loont, spreekt ook aan. En topsport is eerlijk. Als je er alles aan gedaan hebt en je wint, is het mooi. Als je er alles aan gedaan hebt en iemand anders wint, is het ook goed. Dan is die gewoon beter. Daar heb ik respect voor.

Sport heeft me niet alleen succes gebracht, het heeft me ook veel geleerd. Discipline bijvoorbeeld. Wat ik ook mooi vind, is dat je je eigen lichaam supergoed leert kennen. Je weet precies wanneer je hard moet gaan, wanneer je rust moet nemen, hoe je met blessures moet omgaan, wat je lichaam doet tijdens een training. En je leert in teamverband werken. Waar ik over tien jaar sta, weet ik niet. Dat is afhankelijk van vele factoren. Of je blessurevrij blijft, of je de passie nog hebt. Maar ik zou het jammer vinden om alle kennis die ik heb opgedaan met baanwielrennen achter me te laten. Maar misschien zit ik dan wel midden in een maatschappelijke carrière.

Ik studeer hard genoeg. Eerst natuurkunde, nu bedrijfskunde. Natuurkunde was onmogelijk te combineren met topsport. Uiteindelijk ben ik overgestapt. Op zich jammer. Natuurkunde past bij me, ik ben een bètatype. Dat zie je ook terug in mijn sportcarrière. Ik ben heel berekenend en denk na over dingen. Aerodynamica, waar we als baanwielrenners mee te maken hebben, is zuivere natuurkunde. Interessant vind ik dat. Maar dat vind ik bedrijfskunde ook. Dat is een voorwaarde. Zo is het met topsport ook. Je moet plezier in sport hebben. En je moet plezier in topsport hebben. Als je daar niet gelukkig van wordt, kun je er beter mee stoppen.”

“Je leert je lichaam supergoed kennen”

Harrie Lavreysen

“Ik ben rustiger dan vroeger, het komt wel goed met mij”

Anouk Vetter

Wat Nederlandse topsporters betreft, is het een van de meest heroïsche verhalen van Tokio 2020. Anouk Vetter veroverde op de meerkamp zilver. Terwijl ze er twee jaar eerder wel uit was dat haar loopbaan erop zat. Dat topsport haar weinig meer ging brengen. Door een pauze te nemen, kritisch naar zichzelf te kijken en anders te leren denken, hervond ze het plezier in haar sport en kwamen ook de prestaties terug. Vetter is fulltimetopsporter. Nu ze de beste jaren van haar carrière beleeft, moet alles wijken voor de sport en kiest ze er heel bewust voor er nog niks naast te doen. “Iedereen doet het op zijn of haar manier. Sommigen kunnen bijvoorbeeld prima een opleiding doen naast de sport. Voor mij werkte dat niet. Daar heb ik mij lang zorgen over gemaakt, maar ik heb geleerd het voor nu los te laten.”

“Ik ben iemand van veel woorden, maar als ik de vraag krijg hoe ik terugkijk op de Olympische Spelen in Tokio, weet ik even niet wat ik moet zeggen. Ik ben heel trots, maar het voelt nog steeds een beetje onwerkelijk. Een Olympische medaille, dat is natuurlijk altijd een ultiem doel geweest. Dat ik dat nu ineens heb bereikt, kan ik nog steeds haast niet geloven. Ik heb geweldige herinneringen aan het gehele evenement. We wisten natuurlijk dat het anders dan anders zou zijn, zonder publiek. Maar de organisatie zelf was heel goed. De vrijwilligers waren elke dag enthousiast en vriendelijk. Ook de sfeer binnen TeamNL was top. Zelf vond ik dat er nog veel meer teamgevoel was dan tijdens Rio 2016. Misschien kwam het mede door de omstandigheden vanwege COVID-19, omdat er weinig afleiding was en de leden van TeamNL daardoor elkaar meer opzochten. Bovendien, veel van deze sporters trainen tegenwoordig op Papendal. Je komt elkaar door het jaar heen heel regelmatig tegen, dat scheelt ook. En in een eetzaal pik je dat oranje er ook zo uit, haha.

Tijdens de voorbereiding op iets als de Olympische Spelen ben je natuurlijk extreem gefocust op sport. Maar voor mij is sport sowieso een fulltimebestaan. Ik ben er elke dag mee bezig, misschien zelfs wel ieder moment van de dag. Het is werk, maar dan wel heel leuk werk. Ik ga er elke dag met veel plezier naartoe. In mijn geval zijn het overigens wel transities geweest. Van sport als hobby, naar talent, naar een echte topsporter. Ik heb daar mijn weg in moeten vinden. Ik kom uit een familie waar iedereen gestudeerd heeft. Zelf heb ik dat ook geprobeerd. Ik heb nog een tijdje rechten gestudeerd, maar na een aantal maanden concludeerde ook een sportarts: dit gaat niet samen. Qua uren was het lastig te combineren, maar ik voelde mij er ook niet goed bij. Ik had weinig energie. Dus ben ik met de studie gestopt. Ik vond het interessant en zag om mij heen hoe anderen een opleiding combineerden met sport. Maar voor mij werkte het niet. Ik heb dat lang moeilijk gevonden. Ik voelde me niet compleet, omdat ik ‘alleen maar sport’ deed. Inmiddels accepteer ik dat ik mij voor nú alleen richt op mijn topsportcarrière. Veel van mijn vrienden studeren of hebben gestudeerd en gaan daarna werken, maar ik doe het net even anders.

De meeste mensen weten het wel: twee jaar geleden ben ik keihard op mijn bek gegaan. Alle twijfels en zorgen over de toekomst, de druk die topsport met zich meebrengt. Ik zag het even niet meer zitten en ben toen tijdelijk gestopt. Ik heb langzaam de weg naar boven weer gevonden, met hulp van een sportpsycholoog. Het eerste contact met hem was heel geruststellend. Hij herkende het beeld van andere topsporters en zei eigenlijk: ‘Het komt wel goed met jou.’ Ik moest terug naar de basis, vroeg mijzelf af: Waar word ik nu echt gelukkig van? Dat klinkt misschien simpel, maar soms vergeet je dat. Door het harde trainen en alle druk, van jezelf en van buitenaf. Ik moest daar anders mee omgaan. Voor mij was het belangrijk om zaken simpel en overzichtelijk te houden. Ik maakte  topsport heel groot en heftig en dat is het ook wel. Maar aan de andere kant: als ik er alles aan heb gedaan om goed te presteren, kan ik mijzelf niks kwalijk nemen en zie ik wel waar ik uitkom. Ook heb ik geleerd kleinere doelen te stellen. Als topsporter heb je de neiging je snel te richten op het ultieme doel: de Olympische Spelen. Maar onder normale omstandigheden gaan daar vier jaar overheen, dat is zo ver weg. Nu kijk ik soms niet verder dan een week of een maand. Richt ik mij bijvoorbeeld alleen op iets technisch dat ik op de training wil aanpakken.

Bij grote wedstrijden ben ik nu rustiger dan vroeger. Nervositeit is er nog steeds wel, maar ik heb ook een soort kalmte, kan dingen wat makkelijker loslaten. Dat geldt ook voor hoe ik mijn toekomst, de tijd na mijn topsportcarrière, zie. Ik accepteer dat een eventuele studie pas komt na mijn actieve loopbaan en dat ‘alleen topsport’ niet niks is. Ik ontwikkel daarmee bovendien ook al heel veel skills. Doorzettingsvermogen en vasthoudendheid, pas stoppen als de klus geklaard is. Dat zijn natuurlijk typisch eigenschappen die een topsporter kan brengen. Maar kijk ook eens naar de slechte periode die ik heb gehad. In topsport kun je jezelf op een heel harde manier tegenkomen. Dat ik dat op mijn 26ste meemaakte, terugvocht en weer zo ver ben gekomen, heeft mij echt volwassen gemaakt. Dan maak je een enorme ontwikkeling als persoon door. Het komt wel goed met mij. Ik doe het op mijn manier en ben trots op wat ik tot nu toe al heb bereikt. Dat zou ook mijn advies zijn aan alle jonge sporters: kies je eigen weg en vergelijk niet te veel met anderen. Het brengt je niks.”

“Voor mij is sport een fulltimebestaan. Ik ben er elke dag mee bezig, misschien zelfs wel ieder moment van de dag”

“In topsport kun je jezelf op een heel harde manier tegenkomen. Dat ik dat op mijn 26ste meemaakte, terugvocht en weer zo ver ben gekomen, heeft mij echt volwassen gemaakt”

“Ik ben rustiger dan vroeger, het komt wel goed met mij”

Anouk Vetter

het beroep topsporter

“Topsporter zijn is voor mij absolute overgave”

Jetze Plat

In Rio was het goud en brons. In Tokio goud, goud en goud. Hoe ga je daar overheen in Parijs? Handbiker en paratriatleet Jetze Plat moet er nog een vuurtje voor vinden. Iets wat hem aanzet en waarvoor hij alles wil doen en laten. Dat is er nog niet, maar dat komt vanzelf. In elk geval gaat hij door. Zijn leven als topsporter vindt hij prachtig. Daarna komt er misschien wel zijn eigen academy. Het moet nog vorm krijgen, maar hij wil ontzettend graag jonge talenten vooruithelpen met zijn ervaring.

“Hoe word je topsporter? Ja, het bouwt zich op. Je bent ergens goed in, je bent fanatiek en je wordt steeds beter. Zo ging het bij mij. Ik had mijn studie afgerond en ben gaan werken voor een leverancier van rolstoelen en handbikes. Parttime, zodat ik veel kon trainen en steeds beter kon worden. In 2011 verdiende ik de A-status, wat feitelijk inhoudt dat je professioneel topsporter bent. Ik heb mijn werk opgezegd en heb me volledig op het sporten gestort. Dat viel tegen. Ik wilde niet de hele tijd met mezelf bezig zijn. Ik heb afleiding nodig en ben toch weer een dag in de week gaan werken. Dat heb ik opgezegd toen ik geleidelijk aan steeds meer clinics gaf en sponsoractiviteiten kreeg.

“Ik geniet van trainen, van steeds sterker worden”

“Hee vet, een handbike!”

“Topsporter zijn is voor mij absolute overgave”

Jetze Plat

Wat topsporter zijn voor mij inhoudt, is volledige overgave. Op trainingsvlak en alles daaromheen. Voor Rio 2016 heb ik drie keer vier weken lang in een hoogtetent gelegen. Twaalf tot zestien uur per dag. Mijn vriendin vond het niet ideaal. En soms was het oersaai. Voor Tokio heb ik veel in een klimaatkamer getraind, om te wennen aan de extreme temperaturen daar. Uiteindelijk viel dat mee, maar ik was goed voorbereid. Ik doe wat nodig is om optimaal te kunnen presteren. Daar hoort ook keuzes maken bij. Dat betekent geen feestjes en partijen. En met corona wilde ik geen enkel risico lopen om besmet te raken. Dan moet je omgeving wel meedoen. Dat vraagt best wel wat van ze. Nu, net na de Spelen, heb ik ruimte om relaxed te zijn en samen dingen te doen.

Tokio voelde als één wedstrijd. Het doel was drie keer goud. Dat is gelukt. Ik was blij en opgelucht. Je moet het wel waarmaken. Ik ben ook trots. Niet per se op mezelf, maar op alle mensen om me heen. Zij hebben me geholpen om in perfecte conditie aan de start te verschijnen. Natuurlijk is het mooi om alleen over de streep te komen, maar wel in de wetenschap dat we het samen hebben gedaan. Het mooie van topsporter zijn, zit ’m voor mij ook niet per se in de wedstrijden. Ik geniet van trainen, van steeds sterker worden. Ik ben op hoogtestage geweest in Italië en Namibië. Dan train je samen met andere topsporters te midden van prachtige natuur. Dat leventje vind ik supergaaf. Ik ga nog even door. Na Parijs stop ik. Ik moet alleen nog een vuurtje zien te vinden waarvoor ik alles doe en laat. In Tokio was dat drie keer goud. Nu heb ik nog niets, maar dat komt wel.

Naast het sporten bezoek ik regelmatig revalidatiecentra. Ik ben ambassadeur van Move Forward, een initiatief om mensen met een beperking in beweging te krijgen. Ik vertel wie ik ben, wat ik gedaan heb en hoe ik ben begonnen met handbiken. Vaak zit er ook een training bij. Dan neem ik verschillende handbikes mee en kunnen mensen daarmee kennismaken. Het is gaaf om te zien hoe hun ogen geopend worden: Wow, er zijn best toffe dingen die ik kan doen, ook al zit ik in een rolstoel. Ze ervaren een nieuwe vrijheid. Het zou mooi zijn als handbiken toegankelijker en bekender wordt. Wat ik begrijp, is dat handbikers na Tokio nog wel eens van wielrenners te horen krijgen: ‘Hee vet, een handbike! Nu zie ik er eentje in het echt.’ Dat is een begin. Als topsporter kun je een verschil maken, hoe klein soms ook. Ik doe dit met veel plezier. Daarnaast heb ik me in de afgelopen periode ingezet voor de Gezonde Generatie. Samen met andere topsporters een steentje bijdragen aan dit initiatief is mooi om te doen.

Wat er na mijn topsportcarrière komt, weet ik niet precies. Ooit wilde ik prothesemaker worden. Ik zag zelf wat er allemaal misging, dat wilde ik verbeteren. Daar is topsport tussen gekomen. Ik droom van een eigen academy, met jonge talenten die ik kan helpen. Niet zozeer met financiële middelen, maar juist met mijn ervaring. Dat ik ze kan laten zien hoe ik dingen heb aangepakt, op het gebied van sporten, van clinics geven, van omgaan met de media, van topsporter zijn. Het moet nog vorm krijgen, maar in die richting zit ik te denken. Ik wil niet de zoveelste boot zijn die parallel gaat varen aan alle andere. Het moet echt iets toevoegen aan wat er al is. Op welke manier maakt me niet uit.”

het beroep topsporter

“Als topsport stopt,
wie ben je dan?”

Marloes Keetels

Marloes Keetels speelt in de absolute hockeytop. De 28-jarige speelster van het Nederlands team en HC Den Bosch heeft inmiddels Olympisch goud en zilver, twee wereldtitels en drie Europese titels op zak. Het meest recente hoogtepunt was natuurlijk de gouden plak in Tokio. Aan succes dus geen gebrek. En dan te bedenken dat de Brabantse er de afgelopen jaren ook nog eens een studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit naast deed. Indrukwekkend, want topsport is een fulltimebaan op zich. Een baan die veel vraagt, maar die Marloes in persoonlijk opzicht ook al veel heeft gebracht. “In topsport, en zeker in een teamsport, moet je intensief communiceren met heel verschillende mensen. Vrijwel altijd onder druk. Daardoor heb ik mijn people skills goed ontwikkeld. Daar heb ik ook later in mijn leven veel aan.”

“De Spelen in Tokio waren geweldig, ondanks de bijzondere omstandigheden. Wij als team waren vooral blij dat het uiteindelijk doorging. Wij hadden ons lang voorbereid en waren klaar om te presteren. Het resultaat was top, maar we hebben daar ook gewoon heel veel plezier gehad. De aanloop naar de Spelen is natuurlijk anders geweest dan gebruikelijk. Maar kijk ik puur naar ons team, dan klopte alles gewoon. We hebben vijf jaar toegewerkt naar de Olympische Spelen en daar werkte het zoals het moest werken. Ons spelsysteem, hoe we wilden aanvallen en verdedigen, hoe we onze strafcorners aanpakten. We hebben het uitgevoerd zoals wij wilden. Met goud als resultaat.

“Hoe mooi ook, topsporter zijn is echt een baan”

“Wees je ervan bewust: topsport is mooi, maar ook eindig”

“Als topsport stopt, wie ben je dan?””

Marloes Keetels

Dat geeft veel voldoening, al draait topsport voor mij zeker niet alleen om prijzen. Het klinkt misschien als een cliché, maar ik kan elke dag mijn passie en werk combineren. Persoonlijk vind ik dat het mooiste aan mijn bestaan als topsporter. Want wie heeft dat nu? Dat je niet alleen ergens veel plezier aan beleeft en er een passie voor hebt, maar dat je óók nog voldoende talent hebt om die sport dagelijks op hoog niveau te kunnen beoefenen. Dat is het unieke aan een ‘topsportbaan’. Want hoe mooi ook, het is echt een baan. Daarom is het heel fijn dat wij daarbij ondersteund worden, vanuit TeamNL en het Ministerie van VWS. Bijvoorbeeld met een stipendium: een aanvulling op eventueel ander inkomen, zodat we goed kunnen rondkomen. En de laatste jaren is er steeds meer begeleiding richting een loopbaan na de topsport, zoals via TeamNL@work.

Zelf vind ik het nu nog lastig in te schatten of en hoe topsport in combinatie met een maatschappelijke baan zou werken. Tijdens mijn studie heb ik natuurlijk wel een opleiding gecombineerd met topsport en dat ging niet vanzelf. Ik heb dat gaandeweg moeten leren. Toen ik net begon, schreef ik mij in voor alle vakken van een trimester. Waren er vier vakken, dan wilde ik ze ook alle vier halen. Dan liep ik wel eens tegen een muur op. Naast hockey duik je dan elk vrij halfuurtje in de boeken. Dat hield ik niet vol, al gaf het ook wel weer een kick als ik alle vakken tóch haalde. Ik heb moeten leren indelen. Kwam er een periode waarin ik moest pieken in sport, dan deed ik bijvoorbeeld maar één vak. En was er sportief even geen hoge piek, dan kon ik twee of drie vakken doen. Uiteindelijk heb ik wel mijn scriptie deels geschreven tijdens de voorbereiding op Tokio. Dat was soms moeilijk, maar de afwisseling tussen studeren en lichamelijke inspanning vond ik ook wel weer heel prettig. En ik vind studeren heel leuk, dat helpt natuurlijk.

Wat ik over tien jaar doe? Zeg nooit nooit, maar ik denk niet dat ik na mijn actieve loopbaan heel snel terugkeer in het hockey. Ik zie mij eerder terecht komen bij een bedrijf waar ik mij kan bezighouden met strategie, situatieanalyses en het uitstippelen van beleid. En dan vooral gericht op het proces, de interne samenwerking. Ik ben er wel van overtuigd dat ik dan veel ga hebben aan wat ik tijdens mijn bestaan als topsporter leer en heb geleerd. Vooral op het gebied van samenwerking. Voor mij als hockeyster is dat in de kern toch wat ik dagelijks doe: in een team samenwerken om het beste resultaat te bereiken. En daar komt veel bij kijken. Je moet met veel verschillende typen mensen samenwerken, onder druk samenwerken en snel beslissingen nemen. Terwijl iedereen anders reageert onder druk. Dan is essentieel hoe je met elkaar omgaat, dat je je kunt inleven in de ander en goed luistert. Dat heb ik echt geleerd op en rond het hockeyveld.

Momenteel volg ik het groepsprogramma TeamNL@work | (her)ken jezelf. Dat richt zich vooral op wie je bent als persoon. Heel veel mensen in mijn omgeving kennen mij en mijn kwaliteiten als sporter. Maar als topsport wegvalt, wie ben je dan? Welke kwaliteiten heb je en hoe kun je daarmee uit de voeten in een volgende carrière? En welke valkuilen zijn typisch voor sporters? Dat soort zaken komt aan de orde. Het programma dwingt je na te denken over jezelf en wat je zou willen na of naast je topsport. Voor mij is dat heel waardevol.

Ik zou elke topsporter willen adviseren: zoek uit hoe jij persoonlijk lekker in je vel zit. Een opleiding naast je sport kan, maar het is geen must. Misschien wil je enkele jaren knetterhard sporten en pas later instromen in een studie. Geef jezelf de ruimte om te zoeken wat voor jou werkt. De sport kan je helemaal opslokken en dat is mooi. Geniet daar ook van. Maar houd wel je ogen open voor wie je nog meer bent naast topsporter. Want topsport is mooi, maar het is ook eindig. Wees je daarvan bewust.”

het beroep topsporter

Topsporter is een prachtig beroep. Iedere dag beter worden. Sterker, sneller. Grenzen verleggen. Dromen verwezenlijken. Gewone mensen die bijzondere prestaties leveren. Die Nederland inspireren. Samen met alle partners en suppliers ondersteunt TeamNL sporters naar hun hoogst haalbare podium. Dit doen we vanuit verantwoord ontwikkelen en eervol presteren.

het beroep topsporter

het beroep topsporter

Harrie Lavreysen doet wat hij het liefste doet: keihard fietsen. Eerst als BMX’er, nu als baanwielrenner. Hij werd er niet slechter van en is welhaast onverslaanbaar. Drie jaar op rij werd hij wereldkampioen op de sprint en teamsprint. In Tokio oogstte hij drie medailles, waarvan tweemaal goud. Lavreysen is hard op weg een fenomeen te worden. Al doet hij aan die hype zelf niet mee. Eerst maar eens fietsen en dan ziet hij wel verder.

“Of ik nog weet wat verliezen is? Zeker, dat zit altijd in mijn achterhoofd. Bij elke race heb je twee mogelijkheden: winnen of verliezen. Ik probeer er nooit te veel mee bezig te zijn. Met allebei niet. Ieder toernooi begin ik bij het begin. Ik bekijk het per wedstrijd. Dat heb ik in Tokio ook gedaan. Daar won ik goud op de sprint en teamsprint. Van het brons op de keirin baalde ik enorm. Ik had misschien tweede kunnen worden, maar tweede of derde maakt niet uit. Op dat moment telt dat niet. Het telt pas een paar dagen later, als de emotie gezakt is. De sprint en teamsprint waren superzwaar. Ik was al blij dat ik de finale van de keirin haalde. Maar als je meedoet en je weet dat je eigenlijk de snelste bent, wil je winnen ook. Achteraf ben ik er tevreden mee. Ik kan mezelf niets verwijten.

Harrie Lavreysen

“Topsporter zijn is een vak dat je moet leren”

Geboortedatum en -plaats
14 maart 1997, Luyksgestel

Sport
Baanwielrennen (voorheen BMX)

Opleiding
Bedrijfskunde

Maatschappelijke inzet
Supporter van de Gezonde Generatie

Sportieve hoogtepunten

  • Tweemaal Olympisch kampioen
  • Negenmaal wereldkampioen, waarmee hij recordhouder is in Nederland
  • Vijfmaal Europees kampioen
  • Twee keer goud op de Europese Spelen

Bijzonderheden
Voordat Harrie baanwielrenner was, was hij een talentvol BMX’er. Blessureleed maakte dat hij de overstap maakte naar de baan
Finales gaan vaak tussen Harrie en zijn maatje Jeffrey Hoogland

Ik doe wat ik het liefste doe: keihard fietsen. Dat is mijn hobby. Tegelijkertijd is het mijn beroep. Het is iets wat ik fulltime doe, en nog veel meer dan dat. Ik ben 24 uur per dag topsporter. Als ik thuis op de bank zit, als ik op vakantie ben, ik ben er altijd mee bezig. Met eten, trainen, slapen, rust pakken, herstellen. Alles staat in het teken van mijn sport. Topsporter zijn is een vak op zich, dat moet je leren. Van Nils van ’t Hoenderdaal heb ik veel opgestoken. We hebben een tijdje in één huis gewoond. Hij is vier jaar ouder dan ik en was er in 2016 in Rio al bij. Hij heeft me geleerd wat het is om topsporter te zijn. Naast hard trainen moet je er van alles voor doen en laten. Bij mij gaat dat vrij makkelijk. Ik heb een enorme motivatie en passie voor sporten. Dat helpt.

Sporten deed ik al van jongs af aan. Op mijn zesde ging ik op BMX. Op mijn twaalfde werd ik Nederlands kampioen. Op mijn veertiende Europees kampioen. Rond die leeftijd begon ik te denken aan een carrière als topsporter. Eerder was BMX Olympisch geworden. Naar de Spelen gaan, dat leek me wel wat. Die droom viel aan diggelen toen ik moest stoppen met BMX. Ik was al twee jaar aan het kwakkelen met blessures. Mijn schouders konden het niet aan. Ik ben er vier keer aan geopereerd. Toen ik tijdens een race viel en mijn beide schouders uit de kom schoten, was het over. De teleurstelling duurde niet lang. Ik viel op zaterdag, stopte op maandag en maakte op woensdag mijn opwachting op de baan. De coaches op Papendal, waar ik toen woonde, hadden mijn talent gezien en wilde me er graag bij hebben.

Het heeft niet slecht uitgepakt. Ook al wist ik weinig van baanwielrennen op dat moment. Ik wist niet eens wie Theo Bos was. Dat is wel erg. Mijn mooiste toernooi ooit waren de wereldkampioenschappen van 2020 in Berlijn. Toen werd ik drie keer wereldkampioen: op de sprint, de teamsprint en keirin. De WK in Apeldoorn waren ook legendarisch. Met de teamsprint werden we wereldkampioen voor eigen publiek. Iedereen stond op de banken. Dat is geweldig aan topsport, samen een feestje vieren met je fans. Maar dat is niet het enige. Het idee dat werken loont, spreekt ook aan. En topsport is eerlijk. Als je er alles aan gedaan hebt en je wint, is het mooi. Als je er alles aan gedaan hebt en iemand anders wint, is het ook goed. Dan is die gewoon beter. Daar heb ik respect voor.

Sport heeft me niet alleen succes gebracht, het heeft me ook veel geleerd. Discipline bijvoorbeeld. Wat ik ook mooi vind, is dat je je eigen lichaam supergoed leert kennen. Je weet precies wanneer je hard moet gaan, wanneer je rust moet nemen, hoe je met blessures moet omgaan, wat je lichaam doet tijdens een training. En je leert in teamverband werken. Waar ik over tien jaar sta, weet ik niet. Dat is afhankelijk van vele factoren. Of je blessurevrij blijft, of je de passie nog hebt. Maar ik zou het jammer vinden om alle kennis die ik heb opgedaan met baanwielrennen achter me te laten. Maar misschien zit ik dan wel midden in een maatschappelijke carrière.

Ik studeer hard genoeg. Eerst natuurkunde, nu bedrijfskunde. Natuurkunde was onmogelijk te combineren met topsport. Uiteindelijk ben ik overgestapt. Op zich jammer. Natuurkunde past bij me, ik ben een bètatype. Dat zie je ook terug in mijn sportcarrière. Ik ben heel berekenend en denk na over dingen. Aerodynamica, waar we als baanwielrenners mee te maken hebben, is zuivere natuurkunde. Interessant vind ik dat. Maar dat vind ik bedrijfskunde ook. Dat is een voorwaarde. Zo is het met topsport ook. Je moet plezier in sport hebben. En je moet plezier in topsport hebben. Als je daar niet gelukkig van wordt, kun je er beter mee stoppen.”

“Ik ben 24 uur per dag topsporter”

“Je leert je lichaam supergoed kennen”

Het beroep topsporter

Anouk Vetter

“Ik ben rustiger dan vroeger, het komt wel goed met mij”

Geboortedatum en -plaats
4 februari 1993, Amsterdam

Sport
Atletiek

Maatschappelijke inzet
Ambassadeur voor Right to Play
Ambassadeur van Bewegen voor NS
Ingezet voor Rabobank
Project Comeback (vanuit Helden Magazine)

Sportieve hoogtepunten

  • Zilver op de Olympische meerkamp in Tokio 2020
  • Brons bij het WK in Londen in 2017
  • Europees kampioen op de zevenkamp in 2016

Bijzonderheden
Anouk komt uit een echt atletiekgezin en wordt getraind door haar vader Ronald


Wat Nederlandse topsporters betreft, is het een van de meest heroïsche verhalen van Tokio 2020. Anouk Vetter veroverde op de meerkamp zilver. Terwijl ze er twee jaar eerder wel uit was dat haar loopbaan erop zat. Dat topsport haar weinig meer ging brengen. Door een pauze te nemen, kritisch naar zichzelf te kijken en anders te leren denken, hervond ze het plezier in haar sport en kwamen ook de prestaties terug. Vetter is fulltimetopsporter. Nu ze de beste jaren van haar carrière beleeft, moet alles wijken voor de sport en kiest ze er heel bewust voor er nog niks naast te doen. “Iedereen doet het op zijn of haar manier. Sommigen kunnen bijvoorbeeld prima een opleiding doen naast de sport. Voor mij werkte dat niet. Daar heb ik mij lang zorgen over gemaakt, maar ik heb geleerd het voor nu los te laten.”

“Ik ben iemand van veel woorden, maar als ik de vraag krijg hoe ik terugkijk op de Olympische Spelen in Tokio, weet ik even niet wat ik moet zeggen. Ik ben heel trots, maar het voelt nog steeds een beetje onwerkelijk. Een Olympische medaille, dat is natuurlijk altijd een ultiem doel geweest. Dat ik dat nu ineens heb bereikt, kan ik nog steeds haast niet geloven. Ik heb geweldige herinneringen aan het gehele evenement. We wisten natuurlijk dat het anders dan anders zou zijn, zonder publiek. Maar de organisatie zelf was heel goed. De vrijwilligers waren elke dag enthousiast en vriendelijk. Ook de sfeer binnen TeamNL was top. Zelf vond ik dat er nog veel meer teamgevoel was dan tijdens Rio 2016. Misschien kwam het mede door de omstandigheden vanwege COVID-19, omdat er weinig afleiding was en de leden van TeamNL daardoor elkaar meer opzochten. Bovendien, veel van deze sporters trainen tegenwoordig op Papendal. Je komt elkaar door het jaar heen heel regelmatig tegen, dat scheelt ook. En in een eetzaal pik je dat oranje er ook zo uit, haha.

“Voor mij is sport een fulltimebestaan. Ik ben er elke dag mee bezig, misschien zelfs wel ieder moment van de dag”

Tijdens de voorbereiding op iets als de Olympische Spelen ben je natuurlijk extreem gefocust op sport. Maar voor mij is sport sowieso een fulltimebestaan. Ik ben er elke dag mee bezig, misschien zelfs wel ieder moment van de dag. Het is werk, maar dan wel heel leuk werk. Ik ga er elke dag met veel plezier naartoe. In mijn geval zijn het overigens wel transities geweest. Van sport als hobby, naar talent, naar een echte topsporter. Ik heb daar mijn weg in moeten vinden. Ik kom uit een familie waar iedereen gestudeerd heeft. Zelf heb ik dat ook geprobeerd. Ik heb nog een tijdje rechten gestudeerd, maar na een aantal maanden concludeerde ook een sportarts: dit gaat niet samen. Qua uren was het lastig te combineren, maar ik voelde mij er ook niet goed bij. Ik had weinig energie. Dus ben ik met de studie gestopt. Ik vond het interessant en zag om mij heen hoe anderen een opleiding combineerden met sport. Maar voor mij werkte het niet. Ik heb dat lang moeilijk gevonden. Ik voelde me niet compleet, omdat ik ‘alleen maar sport’ deed. Inmiddels accepteer ik dat ik mij voor nú alleen richt op mijn topsportcarrière. Veel van mijn vrienden studeren of hebben gestudeerd en gaan daarna werken, maar ik doe het net even anders.

De meeste mensen weten het wel: twee jaar geleden ben ik keihard op mijn bek gegaan. Alle twijfels en zorgen over de toekomst, de druk die topsport met zich meebrengt. Ik zag het even niet meer zitten en ben toen tijdelijk gestopt. Ik heb langzaam de weg naar boven weer gevonden, met hulp van een sportpsycholoog. Het eerste contact met hem was heel geruststellend. Hij herkende het beeld van andere topsporters en zei eigenlijk: ‘Het komt wel goed met jou.’ Ik moest terug naar de basis, vroeg mijzelf af: Waar word ik nu echt gelukkig van? Dat klinkt misschien simpel, maar soms vergeet je dat. Door het harde trainen en alle druk, van jezelf en van buitenaf. Ik moest daar anders mee omgaan. Voor mij was het belangrijk om zaken simpel en overzichtelijk te houden. Ik maakte  topsport heel groot en heftig en dat is het ook wel. Maar aan de andere kant: als ik er alles aan heb gedaan om goed te presteren, kan ik mijzelf niks kwalijk nemen en zie ik wel waar ik uitkom. Ook heb ik geleerd kleinere doelen te stellen. Als topsporter heb je de neiging je snel te richten op het ultieme doel: de Olympische Spelen. Maar onder normale omstandigheden gaan daar vier jaar overheen, dat is zo ver weg. Nu kijk ik soms niet verder dan een week of een maand. Richt ik mij bijvoorbeeld alleen op iets technisch dat ik op de training wil aanpakken.

Bij grote wedstrijden ben ik nu rustiger dan vroeger. Nervositeit is er nog steeds wel, maar ik heb ook een soort kalmte, kan dingen wat makkelijker loslaten. Dat geldt ook voor hoe ik mijn toekomst, de tijd na mijn topsportcarrière, zie. Ik accepteer dat een eventuele studie pas komt na mijn actieve loopbaan en dat ‘alleen topsport’ niet niks is. Ik ontwikkel daarmee bovendien ook al heel veel skills. Doorzettingsvermogen en vasthoudendheid, pas stoppen als de klus geklaard is. Dat zijn natuurlijk typisch eigenschappen die een topsporter kan brengen. Maar kijk ook eens naar de slechte periode die ik heb gehad. In topsport kun je jezelf op een heel harde manier tegenkomen. Dat ik dat op mijn 26ste meemaakte, terugvocht en weer zo ver ben gekomen, heeft mij echt volwassen gemaakt. Dan maak je een enorme ontwikkeling als persoon door. Het komt wel goed met mij. Ik doe het op mijn manier en ben trots op wat ik tot nu toe al heb bereikt. Dat zou ook mijn advies zijn aan alle jonge sporters: kies je eigen weg en vergelijk niet te veel met anderen. Het brengt je niks.”

“In topsport kun je jezelf op een heel harde manier tegenkomen. Dat ik dat op mijn 26ste meemaakte, terugvocht en weer zo ver ben gekomen, heeft mij echt volwassen gemaakt”

“Topsporter zijn is voor mij absolute overgave”

Het beroep topsporter

Jetze Plat

Geboortedatum en -plaats
10 juni 1991, Amsterdam

Sport
Handbiken en paratriatlon

Opleiding
Fijnmechanische techniek

Werkervaring
Junior adviseur

Maatschappelijke inzet
Ambassadeur Move Forward
Ambassadeur HandbikeBattle
Inzet voor de Gezonde Generatie

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | (her)ken jezelf
TeamNL@work | Sportmarketing en -media

Sportieve hoogtepunten

  • Viervoudig Paralympisch kampioen (2x triatlon, 2x handbiken)
  • Veertienvoudig wereldkampioen (8x handbiken, 5x triatlon, 1x Ironman)
  • Vijfvoudig Europees kampioen (triatlon)
  • Vijftienvoudig Nederlands kampioen (11x handbiken, 4x triatlon)

Bijzonderheden
Vlaggendrager van Tokio 2020
Wereldrecordhouder handbike marathon
Parcoursrecordhouder Ironman Hawaii
Paralympisch Sporter van het Jaar 2017 en 2019


In Rio was het goud en brons. In Tokio goud, goud en goud. Hoe ga je daar overheen in Parijs? Handbiker en paratriatleet Jetze Plat moet er nog een vuurtje voor vinden. Iets wat hem aanzet en waarvoor hij alles wil doen en laten. Dat is er nog niet, maar dat komt vanzelf. In elk geval gaat hij door. Zijn leven als topsporter vindt hij prachtig. Daarna komt er misschien wel zijn eigen academy. Het moet nog vorm krijgen, maar hij wil ontzettend graag jonge talenten vooruithelpen met zijn ervaring.

“Ik geniet van trainen, van steeds sterker worden”

“Hoe word je topsporter? Ja, het bouwt zich op. Je bent ergens goed in, je bent fanatiek en je wordt steeds beter. Zo ging het bij mij. Ik had mijn studie afgerond en ben gaan werken voor een leverancier van rolstoelen en handbikes. Parttime, zodat ik veel kon trainen en steeds beter kon worden. In 2011 verdiende ik de A-status, wat feitelijk inhoudt dat je professioneel topsporter bent. Ik heb mijn werk opgezegd en heb me volledig op het sporten gestort. Dat viel tegen. Ik wilde niet de hele tijd met mezelf bezig zijn. Ik heb afleiding nodig en ben toch weer een dag in de week gaan werken. Dat heb ik opgezegd toen ik geleidelijk aan steeds meer clinics gaf en sponsoractiviteiten kreeg.

“Hee vet, een handbike!”

Wat topsporter zijn voor mij inhoudt, is volledige overgave. Op trainingsvlak en alles daaromheen. Voor Rio 2016 heb ik drie keer vier weken lang in een hoogtetent gelegen. Twaalf tot zestien uur per dag. Mijn vriendin vond het niet ideaal. En soms was het oersaai. Voor Tokio heb ik veel in een klimaatkamer getraind, om te wennen aan de extreme temperaturen daar. Uiteindelijk viel dat mee, maar ik was goed voorbereid. Ik doe wat nodig is om optimaal te kunnen presteren. Daar hoort ook keuzes maken bij. Dat betekent geen feestjes en partijen. En met corona wilde ik geen enkel risico lopen om besmet te raken. Dan moet je omgeving wel meedoen. Dat vraagt best wel wat van ze. Nu, net na de Spelen, heb ik ruimte om relaxed te zijn en samen dingen te doen.

Tokio voelde als één wedstrijd. Het doel was drie keer goud. Dat is gelukt. Ik was blij en opgelucht. Je moet het wel waarmaken. Ik ben ook trots. Niet per se op mezelf, maar op alle mensen om me heen. Zij hebben me geholpen om in perfecte conditie aan de start te verschijnen. Natuurlijk is het mooi om alleen over de streep te komen, maar wel in de wetenschap dat we het samen hebben gedaan. Het mooie van topsporter zijn, zit ’m voor mij ook niet per se in de wedstrijden. Ik geniet van trainen, van steeds sterker worden. Ik ben op hoogtestage geweest in Italië en Namibië. Dan train je samen met andere topsporters te midden van prachtige natuur. Dat leventje vind ik supergaaf. Ik ga nog even door. Na Parijs stop ik. Ik moet alleen nog een vuurtje zien te vinden waarvoor ik alles doe en laat. In Tokio was dat drie keer goud. Nu heb ik nog niets, maar dat komt wel.

Naast het sporten bezoek ik regelmatig revalidatiecentra. Ik ben ambassadeur van Move Forward, een initiatief om mensen met een beperking in beweging te krijgen. Ik vertel wie ik ben, wat ik gedaan heb en hoe ik ben begonnen met handbiken. Vaak zit er ook een training bij. Dan neem ik verschillende handbikes mee en kunnen mensen daarmee kennismaken. Het is gaaf om te zien hoe hun ogen geopend worden: Wow, er zijn best toffe dingen die ik kan doen, ook al zit ik in een rolstoel. Ze ervaren een nieuwe vrijheid. Het zou mooi zijn als handbiken toegankelijker en bekender wordt. Wat ik begrijp, is dat handbikers na Tokio nog wel eens van wielrenners te horen krijgen: ‘Hee vet, een handbike! Nu zie ik er eentje in het echt.’ Dat is een begin. Als topsporter kun je een verschil maken, hoe klein soms ook. Ik doe dit met veel plezier. Daarnaast heb ik me in de afgelopen periode ingezet voor de Gezonde Generatie. Samen met andere topsporters een steentje bijdragen aan dit initiatief is mooi om te doen.

Wat er na mijn topsportcarrière komt, weet ik niet precies. Ooit wilde ik prothesemaker worden. Ik zag zelf wat er allemaal misging, dat wilde ik verbeteren. Daar is topsport tussen gekomen. Ik droom van een eigen academy, met jonge talenten die ik kan helpen. Niet zozeer met financiële middelen, maar juist met mijn ervaring. Dat ik ze kan laten zien hoe ik dingen heb aangepakt, op het gebied van sporten, van clinics geven, van omgaan met de media, van topsporter zijn. Het moet nog vorm krijgen, maar in die richting zit ik te denken. Ik wil niet de zoveelste boot zijn die parallel gaat varen aan alle andere. Het moet echt iets toevoegen aan wat er al is. Op welke manier maakt me niet uit.”

“Als topsport stopt,
wie ben je dan?”

Het beroep topsporter

Marloes Keetels

Geboortedatum en -plaats
4 mei 1993, Schijndel

Sport
Hockey

Opleiding
Master Organisational Change & Consulting

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | (h)erken jezelf

Sportieve hoogtepunten

  • Olympisch kampioen in Tokio 2020
  • Wereldkampioen in 2014 en 2018
  • Driemaal Europees kampioen (2017, 2019, 2021)

Bijzonderheden
Komt sinds 2013 uit voor het Nederlands hockeyelftal



Marloes Keetels speelt in de absolute hockeytop. De 28-jarige speelster van het Nederlands team en HC Den Bosch heeft inmiddels Olympisch goud en zilver, twee wereldtitels en drie Europese titels op zak. Het meest recente hoogtepunt was natuurlijk de gouden plak in Tokio. Aan succes dus geen gebrek. En dan te bedenken dat de Brabantse er de afgelopen jaren ook nog eens een studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit naast deed. Indrukwekkend, want topsport is een fulltimebaan op zich. Een baan die veel vraagt, maar die Marloes in persoonlijk opzicht ook al veel heeft gebracht. “In topsport, en zeker in een teamsport, moet je intensief communiceren met heel verschillende mensen. Vrijwel altijd onder druk. Daardoor heb ik mijn people skills goed ontwikkeld. Daar heb ik ook later in mijn leven veel aan.”

“De Spelen in Tokio waren geweldig, ondanks de bijzondere omstandigheden. Wij als team waren vooral blij dat het uiteindelijk doorging. Wij hadden ons lang voorbereid en waren klaar om te presteren. Het resultaat was top, maar we hebben daar ook gewoon heel veel plezier gehad. De aanloop naar de Spelen is natuurlijk anders geweest dan gebruikelijk. Maar kijk ik puur naar ons team, dan klopte alles gewoon. We hebben vijf jaar toegewerkt naar de Olympische Spelen en daar werkte het zoals het moest werken. Ons spelsysteem, hoe we wilden aanvallen en verdedigen, hoe we onze strafcorners aanpakten. We hebben het uitgevoerd zoals wij wilden. Met goud als resultaat.

“Hoe mooi ook, topsporter zijn is echt een baan”

“Wees je ervan bewust: topsport is mooi, maar ook eindig”

Dat geeft veel voldoening, al draait topsport voor mij zeker niet alleen om prijzen. Het klinkt misschien als een cliché, maar ik kan elke dag mijn passie en werk combineren. Persoonlijk vind ik dat het mooiste aan mijn bestaan als topsporter. Want wie heeft dat nu? Dat je niet alleen ergens veel plezier aan beleeft en er een passie voor hebt, maar dat je óók nog voldoende talent hebt om die sport dagelijks op hoog niveau te kunnen beoefenen. Dat is het unieke aan een ‘topsportbaan’. Want hoe mooi ook, het is echt een baan. Daarom is het heel fijn dat wij daarbij ondersteund worden, vanuit TeamNL en het Ministerie van VWS. Bijvoorbeeld met een stipendium: een aanvulling op eventueel ander inkomen, zodat we goed kunnen rondkomen. En de laatste jaren is er steeds meer begeleiding richting een loopbaan na de topsport, zoals via TeamNL@work.

Zelf vind ik het nu nog lastig in te schatten of en hoe topsport in combinatie met een maatschappelijke baan zou werken. Tijdens mijn studie heb ik natuurlijk wel een opleiding gecombineerd met topsport en dat ging niet vanzelf. Ik heb dat gaandeweg moeten leren. Toen ik net begon, schreef ik mij in voor alle vakken van een trimester. Waren er vier vakken, dan wilde ik ze ook alle vier halen. Dan liep ik wel eens tegen een muur op. Naast hockey duik je dan elk vrij halfuurtje in de boeken. Dat hield ik niet vol, al gaf het ook wel weer een kick als ik alle vakken tóch haalde. Ik heb moeten leren indelen. Kwam er een periode waarin ik moest pieken in sport, dan deed ik bijvoorbeeld maar één vak. En was er sportief even geen hoge piek, dan kon ik twee of drie vakken doen. Uiteindelijk heb ik wel mijn scriptie deels geschreven tijdens de voorbereiding op Tokio. Dat was soms moeilijk, maar de afwisseling tussen studeren en lichamelijke inspanning vond ik ook wel weer heel prettig. En ik vind studeren heel leuk, dat helpt natuurlijk.

Wat ik over tien jaar doe? Zeg nooit nooit, maar ik denk niet dat ik na mijn actieve loopbaan heel snel terugkeer in het hockey. Ik zie mij eerder terecht komen bij een bedrijf waar ik mij kan bezighouden met strategie, situatieanalyses en het uitstippelen van beleid. En dan vooral gericht op het proces, de interne samenwerking. Ik ben er wel van overtuigd dat ik dan veel ga hebben aan wat ik tijdens mijn bestaan als topsporter leer en heb geleerd. Vooral op het gebied van samenwerking. Voor mij als hockeyster is dat in de kern toch wat ik dagelijks doe: in een team samenwerken om het beste resultaat te bereiken. En daar komt veel bij kijken. Je moet met veel verschillende typen mensen samenwerken, onder druk samenwerken en snel beslissingen nemen. Terwijl iedereen anders reageert onder druk. Dan is essentieel hoe je met elkaar omgaat, dat je je kunt inleven in de ander en goed luistert. Dat heb ik echt geleerd op en rond het hockeyveld.

Momenteel volg ik het groepsprogramma TeamNL@work | (her)ken jezelf. Dat richt zich vooral op wie je bent als persoon. Heel veel mensen in mijn omgeving kennen mij en mijn kwaliteiten als sporter. Maar als topsport wegvalt, wie ben je dan? Welke kwaliteiten heb je en hoe kun je daarmee uit de voeten in een volgende carrière? En welke valkuilen zijn typisch voor sporters? Dat soort zaken komt aan de orde. Het programma dwingt je na te denken over jezelf en wat je zou willen na of naast je topsport. Voor mij is dat heel waardevol.

Ik zou elke topsporter willen adviseren: zoek uit hoe jij persoonlijk lekker in je vel zit. Een opleiding naast je sport kan, maar het is geen must. Misschien wil je enkele jaren knetterhard sporten en pas later instromen in een studie. Geef jezelf de ruimte om te zoeken wat voor jou werkt. De sport kan je helemaal opslokken en dat is mooi. Geniet daar ook van. Maar houd wel je ogen open voor wie je nog meer bent naast topsporter. Want topsport is mooi, maar het is ook eindig. Wees je daarvan bewust.”