Topsport is een tijdelijk beroep. Er komt een moment, gepland of ongepland, dat sporters de stap naar een volgende carrière zetten. Wij ondersteunen hen daarbij met verschillende individuele maatwerktrajecten, zoals loopbaancoaching en diverse groepsprogramma’s. Zodat de transitie naar een volgende carrière zo soepel mogelijk verloopt.

de volgende carrière

“Ik houd niet van stilzitten en ontwikkel me graag”

In diverse jeugdcategorieën werd Joska le Conté vijf keer Nederlands kampioen polsstokhoogspringen. Maar toen ze in aanraking kwam met de sleesport, verruilde ze de zomer voor de winter en koos ze voor het skeleton. Op de slee ging ze snoeihard naar beneden. Haar droom om naar de Olympische Spelen te gaan, kwam net niet uit. Als coach van Kimberley Bos hoopt ze daar wel in te slagen. En dan is er nog die andere carrière, met haar eigen bedrijf Holland Sport Support.

“Ik had gedacht dat ik het zou missen. Het trainen, de wedstrijden, de sportschool. Dat ik, als ik naast de baan zou staan, zou denken: Hee, ik wil zelf naar beneden gaan. Dat viel enorm mee. Ik haal voldoening uit het coachen. Het is mooi om mee te denken over hoe iemand beter kan worden. En ook om die verbetering te zien.

“Een topsportvriendelijke werkgever begrijpt dat je niet elke dag van negen tot vijf aanwezig kunt zijn”

Joska le Conté

De transitie van sporter naar coach is me meegevallen. Het is sowieso leuk om met sport bezig te zijn, en dan ook nog met de sport waar ik van houd. Skeleton is een fantastische sport. De combinatie maakt het mooi: de start, het sprinten, het sturen, de snelheid, de adrenaline. Al ga ik als coach natuurlijk niet meer zelf naar beneden. Ik ben met andere dingen bezig. Er komt veel organiseren en plannen bij kijken. Dat ligt me goed. Toen ik nog actief was als sporter, hadden we niet altijd genoeg middelen vanuit de bond beschikbaar voor alle activiteiten. Dan moest je zelf dingen regelen, zoals de reis. Ik ging ook zelf naar de teamcaptainmeetings. Voor een topsporter niet ideaal, maar ik heb er wel veel van geleerd. Dat helpt me nu. Net als mijn ervaring als beleidsmedewerker bij de KNMV, de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging.

Via Goud op de Werkvloer, een project dat in het leven is geroepen door NOC*NSF, Randstad en Sport & Zaken om meer topsportvriendelijke werkplekken te creëren voor (oud-)topsporters, kwam ik daar terecht. Ik was klaar met mijn studie en wilde een baan naast het sporten, bij een sportbond. Dat werd de KNMV. Zij hadden zich aangemeld als topsportvriendelijke werkgever. Zo’n werkgever denkt met je mee als topsporter. Ze begrijpen dat je niet elke dag van negen tot vijf aanwezig kan zijn. Ik had de afspraak dat ik me in het winterseizoen kon richten op het skeleton en dat ik in de zomer voor de KNMV werkte. Ondertussen heb ik ook een master Managementwetenschappen afgerond. Ik houd niet van stilzitten en ontwikkel me graag.

Ook nu heb ik het lekker druk. Ik ben in dienst van Bob en Slee Bond Nederland en dus ook coach van skeletonracer Kimberley Bos. Daarnaast doe ik een aantal andere dingen voor de bond. En ik ben teamleider buurtsportcoaches van Sportief Zeist, wat via mijn eigen bedrijf Holland Sport Support loopt. Dat is leuk werk om te doen. Het geeft voldoening. Ik ben verantwoordelijk voor een groot aantal projecten. Dat gaat over mensen bewust maken van het belang van een gezonde leefstijl en zorgen dat ze voldoende beweging krijgen. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door activiteiten tijdens de Koningsspelen te organiseren of door ‘Bewegen op Recept’. Daarmee helpen we mensen die door de huisarts zijn doorwezen een sport te vinden die bij ze past. Ik draag zo bij aan de maatschappij. Dat voelt goed.

Al met al ben ik goed geland na mijn sportcarrière, ook al miste ik in het begin de actie van topsport. De laatste keer dat ik naar beneden ben gegaan, was tijdens een wereldbekerwedstrijd. Ik was toen al coach. Dat was in 2019. De Britse Airforce trainde op dezelfde baan. Daar kende ik iemand van. Ze zeiden: ‘Kom vanmiddag meedoen. We hebben een slee, we hebben een helm, we hebben alles voor je.’ Dat was leuk. Maar goed, nu ben ik coach. En daar ben ik trots op. Het zat er altijd al wel een beetje in. Op mijn twaalfde was ik hulptrainer bij atletiek, op mijn vijftiende trainde ik een eigen groep. Dat deed ik toen al met veel plezier en gedrevenheid. Dat is niet iets wat ik meeneem vanuit de topsport naar de werkvloer, dat zit in me. Dat ben ik.”

de volgende carrière

“Ik draag bij aan de maatschappij, dat voelt goed”

“Ik houd niet van stilzitten en ontwikkel me graag”

Joska le Conté

“Concreet iets voor mensen betekenen geeft voldoening”

Epke Zonderland

In Tokio kwam zijn topsportcarrière ten einde. Epke Zonderland turnde er zijn laatste oefening. Drie keer werd hij wereldkampioen aan de rekstok, in 2012 in Londen Olympisch kampioen. Die dag maakt zowel vanwege de historische oefening als het commentaar erbij – “En hij stáát!” – voor altijd deel uit van het Nederlands collectieve geheugen. Nu is het tijd voor een nieuwe carrière. Na zijn studie geneeskunde gaat hij zich specialiseren als sportarts. Mensen helpen, concreet iets voor iemand kunnen betekenen, dat vindt hij mooi.

“Als je thuisblijft, kan het gaan knagen. Wat nou als ik tóch was gegaan? Nu weet ik dat er echt niet meer in zat in Tokio. Ik heb alles gegeven. Met mijn oefening was ik tevreden. Ik had zelfs een euforiemomentje na afloop. Alsof ik een wedstrijd had gewonnen. Ik denk dat ik opgelucht was dat ik mijn turncarrière op een waardige manier heb kunnen afsluiten. Terugkijkend was Londen 2012 het hoogtepunt. Daar heb ik mijn beste oefening ooit geturnd, met een combinatie van drie vluchtelementen achter elkaar. Dat was uitzonderlijk. Iedereen wist dat ik het ging doen, maar of het zou lukken? Je voelde de spanning. Dat je het dan precies op dat moment waarmaakt, is mooi.

Wat me heeft geholpen, was een cruciale fout in de Olympische finale in Peking vier jaar eerder. Dat was een kantelpunt in mijn carrière. Tot die tijd lukte het aardig op de training, maar in de wedstrijd kwam het er nooit helemaal uit. Ook niet in die finale. Ik turnde te behoudend en twijfelde of ik een moeilijke sprongcombinatie zou doen. Ik liet die kans liggen. Daarna glipte de rekstok uit mijn handen. Het was niet de oefening die ik in mijn hoofd had. Ik dacht: Dat gaat me niet nog een keer gebeuren. Van die mindset heb ik veel profijt gehad in de rest van mijn topsportcarrière. Als je iets doet, doe het met overtuiging.

Die overtuiging had ik al wel bij mijn keuze voor een studie naast het sporten. Dat werd geneeskunde. Ik wilde concreet iets voor mensen kunnen betekenen. Opereren, iets met je handen doen, leek me ook wel wat. Ik wist dat het een lastige studie was om te combineren met topsport, vanwege de verplichte uren en de vele praktijkmomenten die je hebt. Maar een alternatief was er niet. Dit is wat ik wilde. Mijn dagen waren volgepland: trainen, studeren, trainen, studeren, slapen. Met trainen was ik gauw dertig uur in de week bezig. Met mijn studie dertig uur. Ik heb het nooit als vervelend ervaren. Ik wilde het zelf graag. Op die leeftijd bruis je van de energie. Je kunt wel wat hebben. En als het iets langzamer gaat dan bij reguliere studenten, is het ook niet erg.

Uiteindelijk heb ik elf jaar over mijn studie gedaan. De meeste vertraging heb ik opgelopen met coschappen. Dat was vaak lastig te plannen in combinatie met topsport. Met coschappen ben je net als bij het turnen fysiek bezig. Dat samen is net even te veel. Zeker voor belangrijke wedstrijden en toernooien. Theorie is een kwestie van stampen, dat ging beter in combinatie met topsport. Tegelijkertijd moet ik erbij zeggen dat er veel begrip voor me was. Zowel vanuit mijn studie als vanuit de artsen met wie ik werkte. Het was nooit een probleem als ik kortere dagen maakte en er daardoor langer over deed. Ze keken vaak naar mijn topsportplanning en hielden daar rekening mee met het opstellen van de roosters. Dat was superfijn.

De chirurgische kant ga ik uiteindelijk toch niet op. Ik ga me specialiseren in sportgeneeskunde. In januari 2022 begin ik met een opleiding daarvoor. Die opleiding bestaat vooral uit werkervaring opdoen op verschillende afdelingen, zoals cardiologie, longgeneeskunde en orthopedie. Ik heb er ontzettend veel zin in. Het is een brede opleiding waarmee je veel kanten op kunt. Wat me trekt in sportgeneeskunde is preventie. Sporten en bewegen spelen daarbij een belangrijke rol en leveren veel gezondheidsvoordelen op. Topsportbegeleiding zou ook kunnen. Als sportarts een groot toernooi meemaken, lijkt me prachtig. Dat is wellicht iets voor later. En de fysiologische kant van sportgeneeskunde spreekt me aan.

Plezier in wat ik doe, vind ik belangrijk. Bij topsport zat dat ’m in jezelf ontwikkelen. In steeds een stapje beter worden en daar alles voor over hebben. In mijn nieuwe leven als sportarts ga ik anderen helpen om kleine stapjes te zetten. Bijvoorbeeld om na een blessure goed en snel te herstellen, zodat iemand snel de draad weer kan oppakken. Dat geeft voldoening. Wat de praktijk me gaat brengen, zal blijken. De transitie naar mijn volgende carrière moet eigenlijk nog beginnen. Wat me gaat helpen, is mijn ervaring als topsporter en de kwaliteiten die daarmee samengaan. Omgaan met tegenslagen, doelen stellen, plannen, geduld kunnen opbrengen. Niet alles kan op één dag. Gelukkig heb ik nog even.”

“Als ik korte dagen maakte en er langer over deed, was dat prima”

“Als sportarts een groot toernooi meemaken, lijkt me prachtig”

de volgende carrière

“Concreet iets voor mensen betekenen geeft voldoening”

Epke Zonderland

“Het is belangrijk om uit te vinden wie je bent”

Joyce Sombroek

Op haar 26ste stopte Joyce Sombroek als keepster van de Nederlandse hockeyvrouwen. En een jaar later bij haar club in Laren. Ze had te veel last van slijtage in haar heup. Haar prijzenkast was toen al goedgevuld. Ze won goud op het EK, het WK en de Olympische Spelen en werd twee keer uitgeroepen tot beste keepster van de wereld. Nu werkt ze als huisarts in opleiding bij het AMC. Een maatschappelijke carrière vindt ze belangrijk. Daar is ze altijd bewust mee bezig geweest.

“Na de Spelen van Rio ben ik me meer gaan richten op mijn studie geneeskunde. In de winterstop ben ik voor een coschap naar Sydney gegaan. Daarna heb ik een maand rondgereisd en de tijd genomen om na te denken over wat ik met mijn hockeycarrière wilde. Toen ik tijdens een hike in Nieuw-Zeeland weer last kreeg van de slijtage in mijn heup, dacht ik: Weet je wat? Ik stop ermee! Het is mooi geweest. Ik heb alles meegemaakt met het Nederlands team en heb alles gewonnen wat er te winnen valt. Ik moet de rest van mijn leven nog verder met mijn heup. En half aan topsport doen, dat gaat niet. Je gaat voor alles of niks. Bij mijn club in Laren heb ik afgebouwd. Daar trainden we alleen in de avonduren. Dat is veel minder intensief dan bij het Nederlands team. Ik ben nog een jaar doorgegaan als eerste keeper. Het seizoen daarop ben ik in de zaal meegegaan als tweede keeper en als teamarts. Ik had toen meer een ondersteunende functie en heb eigenlijk nauwelijks op de goal gestaan.

Nee, ik heb geen last gehad van een zwart gat. Mijn ene carrière ging eigenlijk vloeiend over in de andere. Daar was ik bewust mee bezig. Bij Jong Oranje al. Ik wilde mijn studie geneeskunde, waar normaal zes jaar voor staat, in maximaal tien jaar afronden. In het laatste jaar van mijn studie dacht ik na welke kant ik met geneeskunde op wilde. Ik heb daar verschillende gesprekken over gevoerd, ook met TeamNL@work. Toen dacht ik: Ik wil huisarts en teamarts worden. Dan kan ik zorg en topsport combineren. Vervolgens denk je na over wat een goede move is. Ik wilde graag naar Ziekenhuis Amstelland. Ik kon me daar heel breed oriënteren. Zo’n brede basis is superhandig om je kennis en ervaring uit te breiden.

Ik heb een open sollicitatie gestuurd. Je kunt wachten tot er iets voorbijkomt, maar je kunt ook kijken waar je wilt werken en wat goed voor je is. Zo heb ik het gedaan. Bij mijn tweede baan, in het OLVG, ging het net zo. Daar kon ik nieuwe dingen leren die interessant voor mij waren. Ik heb contact opgenomen, ben het gesprek aangegaan en werd aangenomen. Moeite om aan een baan te komen, heb ik niet ervaren. Het feit dat je topsporter bent of bent geweest, helpt wellicht. Dat brengt specifieke kwaliteiten met zich mee. Discipline, doorzettingsvermogen, focus, presteren onder druk. Als teamsporter moet je natuurlijk ook kunnen samenwerken. Ik denk dat mensen wel zien wat de toegevoegde waarde van die kwaliteiten is. Je komt dus misschien wat makkelijker binnen, maar uiteindelijk moet je wel de juiste competenties hebben en moet je zelf laten zien wat je kunt.

Veel ervaring opdoen en mezelf ontwikkelen, vind ik belangrijk. Toen ik in 2020 als arts van het TeamNL Tokyo Center/Holland Heineken House mee kon naar Tokio, heb ik meteen ja gezegd en een halfjaar onbetaald verlof genomen. Zo’n kans laat je niet lopen. Door corona ging het helaas niet door: de Spelen werden een jaar opgeschoven. Begin 2021 werd duidelijk dat er door COVID-19 helemaal geen HHH zou zijn. Uiteindelijk ging ik, een jaar later, op verzoek van NOC*NSF alsnog mee, als COVID-19 liaison officer van TeamNL.

Ik heb er een halfjaar lang keihard gewerkt: voorbereidingen treffen, mensen informeren over de maatregelen, positieve testen bespreken, sporters begeleiden naar het quarantainehotel, contact opnemen met het IOC, schakelen met de organisatie. Het was een bijzondere tijd. Voor de sporters die positief getest waren, was het verschrikkelijk. Daar gaan je Spelen! Het eten in het quarantainehotel was niet ideaal. We zijn regelmatig langs geweest om eten, lekkernijen, spelletjes en trainingsmaterialen te brengen. Dat gaven we af bij de receptie, we mochten niet bij de sporters komen. Het was leuk en leerzaam om de Spelen nu vanuit een ondersteunende rol mee te maken. Voor mij was het de bevestiging dat ik in de toekomst graag mee wil als teamarts, omdat ik het heel gaaf vind om met topsporters naar zo’n mooi doel toe te werken!

Wat ik sporters van nu zou willen meegeven: denk bewust na over wat je na je carrière wilt. Als topsporter stop je een groot deel van je leven in de topsport, maar het is niet je identiteit. Het is niet wie je precies bent. Je bent meer dan dat. Het is belangrijk om dat tijdig uit te vinden: Wat vind je leuk, waar krijg je energie van, waar liggen je kwaliteiten? Het is goed dat daar steeds meer aandacht voor komt. Het is ook goed om te beseffen dat een topsportleven echt uniek is. Je wordt op allerlei manieren gefaciliteerd en ondersteund om je doelen te bereiken en successen krijgen volop aandacht in de media. Een stukje coaching kan daarbij geen kwaad, of praten met een teamgenoot die daar ervaring mee heeft. En vergeet vooral niet ook die leuke dingen te doen die je altijd al had willen doen, voordat je in je nieuwe baan zit en fulltime werkt.”

“Moeite om aan een baan te komen, heb ik niet ervaren”

“Door mijn werk als COVID-19 liaison officer weet ik dat ik in de toekomst graag mee wil als teamarts”

de volgende carrière

“Het is belangrijk om uit te vinden wie je bent”

Joyce Sombroek

“Ik wil leren, groeien en kennis vergaren”

Robin Lindhout

Na meer dan 250 wedstrijden in het Nederlands waterpoloteam werd Robin Lindhout in het voorjaar van 2021 niet meer geselecteerd voor Oranje. Zijn droom, meedoen aan de Spelen, spatte uiteen. Het is een vlekje op een rijke topsportcarrière, die hem in vele landen in Europa bracht. Nu is het tijd voor zijn maatschappelijke carrière, waar hij zich vol overgave op stort. Hij wil nieuwe mensen ontmoeten, nieuwe trucjes leren en heel veel kennis opdoen. Zo hoopt hij ooit als sportpsycholoog aan de slag te gaan. Dat is zijn end game. Vooralsnog.

“Op mijn vijftiende was ik al zo goed als fulltime bezig met sport. Op mijn twintigste nam mijn waterpolocarrière een internationale wending. Ik verhuisde naar Kroatië en ging voor VK Šibenik spelen. Dat was wennen. Daar zit je dan in je eentje, ver weg van je vriendin. Het liefst had ik de hele dag gebeld of ge-sms’t. Dat was alleen schrikbarend duur. Ik betaalde tien euro voor een internetbundel van vijf MB. Wat anders was: in Nederland zagen ze me als een talent, in Kroatië was ik een buitenlandse aankoop en dus een volwassen kerel. De verwachtingen waren hoog. Daar moet je in groeien. Na Kroatië volgden Frankrijk, Spanje, Griekenland, Hongarije en Italië. Het leuke van het buitenland is dat je onderdeel bent van een andere cultuur. Je ontwikkelt je als mens en leert jezelf staande te houden.

Naast de clubs waar ik speelde, had ik mijn interlandcarrière. Het was mijn droom om ooit aan de Spelen deel te nemen en de Olympus te beklimmen. In 2016 waren we er een penalty vandaan. Tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi verloren we toen met strafworpen van Frankrijk. Dat kwam hard aan. In 2020 moest het in Tokio gaan gebeuren. Daarna zou ik mijn carrière in Nederland afbouwen en was er tijd voor andere dingen. Een maatschappelijk carrière, het gezinsleven. En toen kwam corona. Alles werd op pauze gezet en de Spelen werden een jaar verzet. Dat laatste jaar kostte me veel energie. De bondscoach dacht anders over mijn rol. Dat kan. Uiteindelijk werd ik niet meer geselecteerd. Heel zuur, maar het is ook mooi zo.

Vanaf 2020 speel ik weer in de Nederlandse competitie. Voor AZC Alphen. We trainen elke dag, maar het voelt niet als topsport. De beleving is anders. Ik heb er ook een baan bij. Ik werk bij Dyanix, een distributeur van hardware en software. Daar ben ik bezig een weg te vinden om ook op dat vlak carrière te maken. De overgang is soms even wennen. In topsport heb je een snelle confirmatie van welke richting je op gaat. Je stopt energie in een training, een dag erna voel je spierpijn en je weet: Mijn lichaam groeit. En je werkt naar een duidelijk doel toe. Je bent altijd bezig met the next big thing. Op de werkvloer is dat wat vager. Het is even zoeken: Ben ik goed bezig? Zijn we goed bezig? Je krijgt daar minder snel feedback op. Maar de uitdaging vind ik heel leuk. Je ontmoet nieuwe mensen, je leert nieuwe trucjes. Ik geniet van nieuwigheid. En wat fijn is: ik krijg elke maand netjes op tijd mijn salaris overgemaakt. Dat is na een waterpolobestaan heel prettig.

Inmiddels ben ik ook een eigen bedrijf begonnen. Althans, alles staat klaar. Tijdens mijn sportcarrière dacht ik altijd al: Ik wil iets doen met de ervaring en kennis die ik heb opgedaan. Het motiveert me enorm om gastspreker te zijn. Of om trainingen te geven en clinics te organiseren. Toen ik terugkwam naar Nederland, heb ik besloten om dit erbij te gaan doen. Alleen corona zit nog in de weg. De naam van mijn bedrijf is RL6. RL staat voor Robin Lindhout. En 6 is mijn capnummer. Dat nummer past bij mij. Het is een onderdeel van mijn identiteit. Ik ben met dat nummer gaan spelen omdat mijn vader er vroeger ook mee speelde. Het was een soort eerbetoon aan hem. Nu is het echt mijn nummer.

Ik ben nog een beetje aan het ontdekken wat mijn verhaal is als spreker. Het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers helpt me daarbij. Je wordt begeleid door toppers in hun vakgebied en je leert geweldige mensen kennen, andere topsporters, allemaal met hun eigen verhaal. Mijn verhaal gaat over iemand die zijn best heeft gedaan, maar het net niet heeft gered. Omdat die ene kroon op het werk mist: deelname aan de Spelen. ‘De succesvolle loser’ noem ik het. Dat vind ik lekker prikkelend. Ik ben echt dankbaar dat ik dit kan volgen. Ik vind het belangrijk om me te ontwikkelen. Mijn studie psychologie past ook in dat plaatje. Uiteindelijk wil ik iets in de sportpsychologie doen. Dat is the end game. Daar gaan we voor.”

“Op de werkvloer mis je de snelle confirmatie van welke kant het op gaat”

“Ik noem het ‘De succesvolle loser’ ”

de volgende carrière

“Ik wil leren, groeien en kennis vergaren”

Robin Lindhout

Topsport is een tijdelijk beroep. Er komt een moment, gepland of ongepland, dat sporters de stap naar een volgende carrière zetten. Wij ondersteunen hen daarbij met verschillende individuele maatwerktrajecten, zoals loopbaancoaching en diverse groepsprogramma’s. Zodat de transitie naar een volgende carrière zo soepel mogelijk verloopt.

de volgende carrière

“Ik houd niet van stilzitten en ontwikkel me graag”

de volgende carrière

Joska le Conté

Geboortedatum en -plaats
29 september 1987, Zeist

Sport
Skeleton (inmiddels gestopt als sporter)

Opleiding
Sport, management & ondernemen
Master management science

Werkervaring
Teamleider buurtsportcoaches en verenigingsondersteuner Sportief Zeist
Eigenaar Holland Sport Support
Beleidsmedewerker KNMV
Eventmanager
Coach van skeletonster Kimberley Bos
Organisatorische zaken voor Bob en Slee bond Nederland

Maatschappelijke inzet
Training/coaching

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Procesbegeleiding

Sportieve hoogtepunten

  • Deelname aan acht WK’s (vijftiende plaats in 2015 en 2016)
  • Deelname aan twaalf EK’s (vijfde plaats in 2012, zevende in 2016)
  • Achtmaal deelgenomen aan Wereldbeker

Bijzonderheden
Coach geworden
Eigen bedrijf opgericht (Holland Sport Support)

In diverse jeugdcategorieën werd Joska le Conté vijf keer Nederlands kampioen polsstokhoogspringen. Maar toen ze in aanraking kwam met de sleesport, verruilde ze de zomer voor de winter en koos ze voor het skeleton. Op de slee ging ze snoeihard naar beneden. Haar droom om naar de Olympische Spelen te gaan, kwam net niet uit. Als coach van Kimberley Bos hoopt ze daar wel in te slagen. En dan is er nog die andere carrière, met haar eigen bedrijf Holland Sport Support.

“Ik had gedacht dat ik het zou missen. Het trainen, de wedstrijden, de sportschool. Dat ik, als ik naast de baan zou staan, zou denken: Hee, ik wil zelf naar beneden gaan. Dat viel enorm mee. Ik haal voldoening uit het coachen. Het is mooi om mee te denken over hoe iemand beter kan worden. En ook om die verbetering te zien.

“Een topsportvriendelijke werkgever begrijpt dat je niet elke dag van negen tot vijf aanwezig kunt zijn”

De transitie van sporter naar coach is me meegevallen. Het is sowieso leuk om met sport bezig te zijn, en dan ook nog met de sport waar ik van houd. Skeleton is een fantastische sport. De combinatie maakt het mooi: de start, het sprinten, het sturen, de snelheid, de adrenaline. Al ga ik als coach natuurlijk niet meer zelf naar beneden. Ik ben met andere dingen bezig. Er komt veel organiseren en plannen bij kijken. Dat ligt me goed. Toen ik nog actief was als sporter, hadden we niet altijd genoeg middelen vanuit de bond beschikbaar voor alle activiteiten. Dan moest je zelf dingen regelen, zoals de reis. Ik ging ook zelf naar de teamcaptainmeetings. Voor een topsporter niet ideaal, maar ik heb er wel veel van geleerd. Dat helpt me nu. Net als mijn ervaring als beleidsmedewerker bij de KNMV, de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging.

Via Goud op de Werkvloer, een project dat in het leven is geroepen door NOC*NSF, Randstad en Sport & Zaken om meer topsportvriendelijke werkplekken te creëren voor (oud-)topsporters, kwam ik daar terecht. Ik was klaar met mijn studie en wilde een baan naast het sporten, bij een sportbond. Dat werd de KNMV. Zij hadden zich aangemeld als topsportvriendelijke werkgever. Zo’n werkgever denkt met je mee als topsporter. Ze begrijpen dat je niet elke dag van negen tot vijf aanwezig kan zijn. Ik had de afspraak dat ik me in het winterseizoen kon richten op het skeleton en dat ik in de zomer voor de KNMV werkte. Ondertussen heb ik ook een master Managementwetenschappen afgerond. Ik houd niet van stilzitten en ontwikkel me graag.

Ook nu heb ik het lekker druk. Ik ben in dienst van Bob en Slee Bond Nederland en dus ook coach van skeletonracer Kimberley Bos. Daarnaast doe ik een aantal andere dingen voor de bond. En ik ben teamleider buurtsportcoaches van Sportief Zeist, wat via mijn eigen bedrijf Holland Sport Support loopt. Dat is leuk werk om te doen. Het geeft voldoening. Ik ben verantwoordelijk voor een groot aantal projecten. Dat gaat over mensen bewust maken van het belang van een gezonde leefstijl en zorgen dat ze voldoende beweging krijgen. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door activiteiten tijdens de Koningsspelen te organiseren of door ‘Bewegen op Recept’. Daarmee helpen we mensen die door de huisarts zijn doorwezen een sport te vinden die bij ze past. Ik draag zo bij aan de maatschappij. Dat voelt goed.

Al met al ben ik goed geland na mijn sportcarrière, ook al miste ik in het begin de actie van topsport. De laatste keer dat ik naar beneden ben gegaan, was tijdens een wereldbekerwedstrijd. Ik was toen al coach. Dat was in 2019. De Britse Airforce trainde op dezelfde baan. Daar kende ik iemand van. Ze zeiden: ‘Kom vanmiddag meedoen. We hebben een slee, we hebben een helm, we hebben alles voor je.’ Dat was leuk. Maar goed, nu ben ik coach. En daar ben ik trots op. Het zat er altijd al wel een beetje in. Op mijn twaalfde was ik hulptrainer bij atletiek, op mijn vijftiende trainde ik een eigen groep. Dat deed ik toen al met veel plezier en gedrevenheid. Dat is niet iets wat ik meeneem vanuit de topsport naar de werkvloer, dat zit in me. Dat ben ik.”

“Ik draag bij aan de maatschappij, dat voelt goed”

“Concreet iets voor mensen betekenen geeft voldoening”

de volgende carrière

Epke Zonderland

Geboortedatum en -plaats
16 april 1986, Lemmer

Sport
Turnen

Opleiding
Geneeskunde

Werkervaring
Werkzaam bij Sportgeneeskunde Friesland in Sportstad Heerenveen

Maatschappelijke inzet
Ambassadeur voor 100%DopeFree, Ronald McDonald Hoeve en Sports For Children

Sportieve hoogtepunten

  • Olympisch kampioen op rekstok in 2012
  • Wereldkampioen op rekstok in 2013, 2014 en 2018
  • Europees kampioen op rekstok in 2011, 2014 en 2019
  • Achttien keer eerste op rekstok bij World Cup

Bijzonderheden

In 2012 Koninklijk onderscheiden (Ridder in de Orde van Oranje-Nassau)
Sportman van het jaar in 2009, 2011, 2012 en 2013
Heeft een wassen beeld in Madame Tussauds
Voorbereiding OS Londen vastgelegd in documentaire Operatie Zonderland (klik hier voor de documentaire)

In Tokio kwam zijn topsportcarrière ten einde. Epke Zonderland turnde er zijn laatste oefening. Drie keer werd hij wereldkampioen aan de rekstok, in 2012 in Londen Olympisch kampioen. Die dag maakt zowel vanwege de historische oefening als het commentaar erbij – “En hij stáát!” – voor altijd deel uit van het Nederlands collectieve geheugen. Nu is het tijd voor een nieuwe carrière. Na zijn studie geneeskunde gaat hij zich specialiseren als sportarts. Mensen helpen, concreet iets voor iemand kunnen betekenen, dat vindt hij mooi.

“Als je thuisblijft, kan het gaan knagen. Wat nou als ik tóch was gegaan? Nu weet ik dat er echt niet meer in zat in Tokio. Ik heb alles gegeven. Met mijn oefening was ik tevreden. Ik had zelfs een euforiemomentje na afloop. Alsof ik een wedstrijd had gewonnen. Ik denk dat ik opgelucht was dat ik mijn turncarrière op een waardige manier heb kunnen afsluiten. Terugkijkend was Londen 2012 het hoogtepunt. Daar heb ik mijn beste oefening ooit geturnd, met een combinatie van drie vluchtelementen achter elkaar. Dat was uitzonderlijk. Iedereen wist dat ik het ging doen, maar of het zou lukken? Je voelde de spanning. Dat je het dan precies op dat moment waarmaakt, is mooi.

Wat me heeft geholpen, was een cruciale fout in de Olympische finale in Peking vier jaar eerder. Dat was een kantelpunt in mijn carrière. Tot die tijd lukte het aardig op de training, maar in de wedstrijd kwam het er nooit helemaal uit. Ook niet in die finale. Ik turnde te behoudend en twijfelde of ik een moeilijke sprongcombinatie zou doen. Ik liet die kans liggen. Daarna glipte de rekstok uit mijn handen. Het was niet de oefening die ik in mijn hoofd had. Ik dacht: Dat gaat me niet nog een keer gebeuren. Van die mindset heb ik veel profijt gehad in de rest van mijn topsportcarrière. Als je iets doet, doe het met overtuiging.

Die overtuiging had ik al wel bij mijn keuze voor een studie naast het sporten. Dat werd geneeskunde. Ik wilde concreet iets voor mensen kunnen betekenen. Opereren, iets met je handen doen, leek me ook wel wat. Ik wist dat het een lastige studie was om te combineren met topsport, vanwege de verplichte uren en de vele praktijkmomenten die je hebt. Maar een alternatief was er niet. Dit is wat ik wilde. Mijn dagen waren volgepland: trainen, studeren, trainen, studeren, slapen. Met trainen was ik gauw dertig uur in de week bezig. Met mijn studie dertig uur. Ik heb het nooit als vervelend ervaren. Ik wilde het zelf graag. Op die leeftijd bruis je van de energie. Je kunt wel wat hebben. En als het iets langzamer gaat dan bij reguliere studenten, is het ook niet erg.

Uiteindelijk heb ik elf jaar over mijn studie gedaan. De meeste vertraging heb ik opgelopen met coschappen. Dat was vaak lastig te plannen in combinatie met topsport. Met coschappen ben je net als bij het turnen fysiek bezig. Dat samen is net even te veel. Zeker voor belangrijke wedstrijden en toernooien. Theorie is een kwestie van stampen, dat ging beter in combinatie met topsport. Tegelijkertijd moet ik erbij zeggen dat er veel begrip voor me was. Zowel vanuit mijn studie als vanuit de artsen met wie ik werkte. Het was nooit een probleem als ik kortere dagen maakte en er daardoor langer over deed. Ze keken vaak naar mijn topsportplanning en hielden daar rekening mee met het opstellen van de roosters. Dat was superfijn.

De chirurgische kant ga ik uiteindelijk toch niet op. Ik ga me specialiseren in sportgeneeskunde. In januari 2022 begin ik met een opleiding daarvoor. Die opleiding bestaat vooral uit werkervaring opdoen op verschillende afdelingen, zoals cardiologie, longgeneeskunde en orthopedie. Ik heb er ontzettend veel zin in. Het is een brede opleiding waarmee je veel kanten op kunt. Wat me trekt in sportgeneeskunde is preventie. Sporten en bewegen spelen daarbij een belangrijke rol en leveren veel gezondheidsvoordelen op. Topsportbegeleiding zou ook kunnen. Als sportarts een groot toernooi meemaken, lijkt me prachtig. Dat is wellicht iets voor later. En de fysiologische kant van sportgeneeskunde spreekt me aan.

Plezier in wat ik doe, vind ik belangrijk. Bij topsport zat dat ’m in jezelf ontwikkelen. In steeds een stapje beter worden en daar alles voor over hebben. In mijn nieuwe leven als sportarts ga ik anderen helpen om kleine stapjes te zetten. Bijvoorbeeld om na een blessure goed en snel te herstellen, zodat iemand snel de draad weer kan oppakken. Dat geeft voldoening. Wat de praktijk me gaat brengen, zal blijken. De transitie naar mijn volgende carrière moet eigenlijk nog beginnen. Wat me gaat helpen, is mijn ervaring als topsporter en de kwaliteiten die daarmee samengaan. Omgaan met tegenslagen, doelen stellen, plannen, geduld kunnen opbrengen. Niet alles kan op één dag. Gelukkig heb ik nog even.”

“Als ik korte dagen maakte en er langer over deed, was dat prima”

“Als sportarts een groot toernooi meemaken, lijkt me prachtig”

“Het is belangrijk om uit te vinden wie je bent”

de volgende carrière

Joyce Sombroek

Geboortedatum en -plaats
10 september 1990, Alkmaar

Sport
Hockey (inmiddels gestopt)

Opleiding
Geneeskunde (arts in opleiding tot huisarts)

Werkervaring
Arts-assistent Interne geneeskunde en Spoedeisende Hulp, arts bij sportevenementen, COVID-19 Liaison Officer, (Management Drives-)trainer en spreker

Maatschappelijke inzet
Spreker over thema’s als teambuilding, mindset, presteren onder druk en vitaliteit
Bestuurslid Stichting Spieren voor Spieren (en daarvoor tien jaar lang actief geweest als ambassadeur)
Ambassadeur Edwin van der Sar Foundation

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
Nee, wel een aantal coachingsgesprekken gevoerd

Sportieve hoogtepunten

  • Europees, wereld- en olympisch kampioen hockey
  • In 2014 en 2015 uitgeroepen tot beste hockeykeepster ter wereld

Bijzonderheden
Ging in 2021 mee naar de OS als COVID-19 Liaison Officer
Deed tijdens haar actieve topsportcarrière oogtrainingen en zocht contact met toptrainers en -keepers uit de voetbal- en ijshockeywereld om van hen te leren

Op haar 26ste stopte Joyce Sombroek als keepster van de Nederlandse hockeyvrouwen. En een jaar later bij haar club in Laren. Ze had te veel last van slijtage in haar heup. Haar prijzenkast was toen al goedgevuld. Ze won goud op het EK, het WK en de Olympische Spelen en werd twee keer uitgeroepen tot beste keepster van de wereld. Nu werkt ze als huisarts in opleiding bij het AMC. Een maatschappelijke carrière vindt ze belangrijk. Daar is ze altijd bewust mee bezig geweest.

“Na de Spelen van Rio ben ik me meer gaan richten op mijn studie geneeskunde. In de winterstop ben ik voor een coschap naar Sydney gegaan. Daarna heb ik een maand rondgereisd en de tijd genomen om na te denken over wat ik met mijn hockeycarrière wilde. Toen ik tijdens een hike in Nieuw-Zeeland weer last kreeg van de slijtage in mijn heup, dacht ik: Weet je wat? Ik stop ermee! Het is mooi geweest. Ik heb alles meegemaakt met het Nederlands team en heb alles gewonnen wat er te winnen valt. Ik moet de rest van mijn leven nog verder met mijn heup. En half aan topsport doen, dat gaat niet. Je gaat voor alles of niks. Bij mijn club in Laren heb ik afgebouwd. Daar trainden we alleen in de avonduren. Dat is veel minder intensief dan bij het Nederlands team. Ik ben nog een jaar doorgegaan als eerste keeper. Het seizoen daarop ben ik in de zaal meegegaan als tweede keeper en als teamarts. Ik had toen meer een ondersteunende functie en heb eigenlijk nauwelijks op de goal gestaan.

Nee, ik heb geen last gehad van een zwart gat. Mijn ene carrière ging eigenlijk vloeiend over in de andere. Daar was ik bewust mee bezig. Bij Jong Oranje al. Ik wilde mijn studie geneeskunde, waar normaal zes jaar voor staat, in maximaal tien jaar afronden. In het laatste jaar van mijn studie dacht ik na welke kant ik met geneeskunde op wilde. Ik heb daar verschillende gesprekken over gevoerd, ook met TeamNL@work. Toen dacht ik: Ik wil huisarts en teamarts worden. Dan kan ik zorg en topsport combineren. Vervolgens denk je na over wat een goede move is. Ik wilde graag naar Ziekenhuis Amstelland. Ik kon me daar heel breed oriënteren. Zo’n brede basis is superhandig om je kennis en ervaring uit te breiden.

Ik heb een open sollicitatie gestuurd. Je kunt wachten tot er iets voorbijkomt, maar je kunt ook kijken waar je wilt werken en wat goed voor je is. Zo heb ik het gedaan. Bij mijn tweede baan, in het OLVG, ging het net zo. Daar kon ik nieuwe dingen leren die interessant voor mij waren. Ik heb contact opgenomen, ben het gesprek aangegaan en werd aangenomen. Moeite om aan een baan te komen, heb ik niet ervaren. Het feit dat je topsporter bent of bent geweest, helpt wellicht. Dat brengt specifieke kwaliteiten met zich mee. Discipline, doorzettingsvermogen, focus, presteren onder druk. Als teamsporter moet je natuurlijk ook kunnen samenwerken. Ik denk dat mensen wel zien wat de toegevoegde waarde van die kwaliteiten is. Je komt dus misschien wat makkelijker binnen, maar uiteindelijk moet je wel de juiste competenties hebben en moet je zelf laten zien wat je kunt.

Veel ervaring opdoen en mezelf ontwikkelen, vind ik belangrijk. Toen ik in 2020 als arts van het TeamNL Tokyo Center/Holland Heineken House mee kon naar Tokio, heb ik meteen ja gezegd en een halfjaar onbetaald verlof genomen. Zo’n kans laat je niet lopen. Door corona ging het helaas niet door: de Spelen werden een jaar opgeschoven. Begin 2021 werd duidelijk dat er door COVID-19 helemaal geen HHH zou zijn. Uiteindelijk ging ik, een jaar later, op verzoek van NOC*NSF alsnog mee, als COVID-19 liaison officer van TeamNL.

Ik heb er een halfjaar lang keihard gewerkt: voorbereidingen treffen, mensen informeren over de maatregelen, positieve testen bespreken, sporters begeleiden naar het quarantainehotel, contact opnemen met het IOC, schakelen met de organisatie. Het was een bijzondere tijd. Voor de sporters die positief getest waren, was het verschrikkelijk. Daar gaan je Spelen! Het eten in het quarantainehotel was niet ideaal. We zijn regelmatig langs geweest om eten, lekkernijen, spelletjes en trainingsmaterialen te brengen. Dat gaven we af bij de receptie, we mochten niet bij de sporters komen. Het was leuk en leerzaam om de Spelen nu vanuit een ondersteunende rol mee te maken. Voor mij was het de bevestiging dat ik in de toekomst graag mee wil als teamarts, omdat ik het heel gaaf vind om met topsporters naar zo’n mooi doel toe te werken!

Wat ik sporters van nu zou willen meegeven: denk bewust na over wat je na je carrière wilt. Als topsporter stop je een groot deel van je leven in de topsport, maar het is niet je identiteit. Het is niet wie je precies bent. Je bent meer dan dat. Het is belangrijk om dat tijdig uit te vinden: Wat vind je leuk, waar krijg je energie van, waar liggen je kwaliteiten? Het is goed dat daar steeds meer aandacht voor komt. Het is ook goed om te beseffen dat een topsportleven echt uniek is. Je wordt op allerlei manieren gefaciliteerd en ondersteund om je doelen te bereiken en successen krijgen volop aandacht in de media. Een stukje coaching kan daarbij geen kwaad, of praten met een teamgenoot die daar ervaring mee heeft. En vergeet vooral niet ook die leuke dingen te doen die je altijd al had willen doen, voordat je in je nieuwe baan zit en fulltime werkt.”

“Moeite om aan een baan te komen, heb ik niet ervaren”

“Door mijn werk als COVID-19 liaison officer weet ik dat ik in de toekomst graag mee wil als teamarts”

“Ik wil leren, groeien en kennis vergaren”

de volgende carrière

Robin Lindhout

Geboortedatum en -plaats
25 oktober 1990, Eindhoven

Sport
Waterpolo (inmiddels gestopt als international)

Opleiding
Psychologie

Werkervaring
Accountmanager binnendienst bij Dyanix
Zzp’er

Deelgenomen aan TeamNL@work-programma
TeamNL@work | Spreker
TeamNL@work | Ondernemen: iets voor jou?

Sportieve hoogtepunten

  • Deelname aan EK in 2012, 2016, 2018 en 2020
  • Verschillende keren topscorer geweest
  • Waterpolotalent van het seizoen 2008-2009
  • Meer dan 250 interlands gespeeld
  • 500+ goals, debuut in zomer 2008 (op zeventienjarige leeftijd)

Bijzonderheden
Vader van dochter Sofie
Documentaire over hem en het Nederlands waterpoloteam The Underdogs (klik hier voor de documentaire)

Na meer dan 250 wedstrijden in het Nederlands waterpoloteam werd Robin Lindhout in het voorjaar van 2021 niet meer geselecteerd voor Oranje. Zijn droom, meedoen aan de Spelen, spatte uiteen. Het is een vlekje op een rijke topsportcarrière, die hem in vele landen in Europa bracht. Nu is het tijd voor zijn maatschappelijke carrière, waar hij zich vol overgave op stort. Hij wil nieuwe mensen ontmoeten, nieuwe trucjes leren en heel veel kennis opdoen. Zo hoopt hij ooit als sportpsycholoog aan de slag te gaan. Dat is zijn end game. Vooralsnog.

“Op mijn vijftiende was ik al zo goed als fulltime bezig met sport. Op mijn twintigste nam mijn waterpolocarrière een internationale wending. Ik verhuisde naar Kroatië en ging voor VK Šibenik spelen. Dat was wennen. Daar zit je dan in je eentje, ver weg van je vriendin. Het liefst had ik de hele dag gebeld of ge-sms’t. Dat was alleen schrikbarend duur. Ik betaalde tien euro voor een internetbundel van vijf MB. Wat anders was: in Nederland zagen ze me als een talent, in Kroatië was ik een buitenlandse aankoop en dus een volwassen kerel. De verwachtingen waren hoog. Daar moet je in groeien. Na Kroatië volgden Frankrijk, Spanje, Griekenland, Hongarije en Italië. Het leuke van het buitenland is dat je onderdeel bent van een andere cultuur. Je ontwikkelt je als mens en leert jezelf staande te houden.

Naast de clubs waar ik speelde, had ik mijn interlandcarrière. Het was mijn droom om ooit aan de Spelen deel te nemen en de Olympus te beklimmen. In 2016 waren we er een penalty vandaan. Tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi verloren we toen met strafworpen van Frankrijk. Dat kwam hard aan. In 2020 moest het in Tokio gaan gebeuren. Daarna zou ik mijn carrière in Nederland afbouwen en was er tijd voor andere dingen. Een maatschappelijk carrière, het gezinsleven. En toen kwam corona. Alles werd op pauze gezet en de Spelen werden een jaar verzet. Dat laatste jaar kostte me veel energie. De bondscoach dacht anders over mijn rol. Dat kan. Uiteindelijk werd ik niet meer geselecteerd. Heel zuur, maar het is ook mooi zo.

Vanaf 2020 speel ik weer in de Nederlandse competitie. Voor AZC Alphen. We trainen elke dag, maar het voelt niet als topsport. De beleving is anders. Ik heb er ook een baan bij. Ik werk bij Dyanix, een distributeur van hardware en software. Daar ben ik bezig een weg te vinden om ook op dat vlak carrière te maken. De overgang is soms even wennen. In topsport heb je een snelle confirmatie van welke richting je op gaat. Je stopt energie in een training, een dag erna voel je spierpijn en je weet: Mijn lichaam groeit. En je werkt naar een duidelijk doel toe. Je bent altijd bezig met the next big thing. Op de werkvloer is dat wat vager. Het is even zoeken: Ben ik goed bezig? Zijn we goed bezig? Je krijgt daar minder snel feedback op. Maar de uitdaging vind ik heel leuk. Je ontmoet nieuwe mensen, je leert nieuwe trucjes. Ik geniet van nieuwigheid. En wat fijn is: ik krijg elke maand netjes op tijd mijn salaris overgemaakt. Dat is na een waterpolobestaan heel prettig.

Inmiddels ben ik ook een eigen bedrijf begonnen. Althans, alles staat klaar. Tijdens mijn sportcarrière dacht ik altijd al: Ik wil iets doen met de ervaring en kennis die ik heb opgedaan. Het motiveert me enorm om gastspreker te zijn. Of om trainingen te geven en clinics te organiseren. Toen ik terugkwam naar Nederland, heb ik besloten om dit erbij te gaan doen. Alleen corona zit nog in de weg. De naam van mijn bedrijf is RL6. RL staat voor Robin Lindhout. En 6 is mijn capnummer. Dat nummer past bij mij. Het is een onderdeel van mijn identiteit. Ik ben met dat nummer gaan spelen omdat mijn vader er vroeger ook mee speelde. Het was een soort eerbetoon aan hem. Nu is het echt mijn nummer.

Ik ben nog een beetje aan het ontdekken wat mijn verhaal is als spreker. Het groepsprogramma TeamNL@work | Sprekers helpt me daarbij. Je wordt begeleid door toppers in hun vakgebied en je leert geweldige mensen kennen, andere topsporters, allemaal met hun eigen verhaal. Mijn verhaal gaat over iemand die zijn best heeft gedaan, maar het net niet heeft gered. Omdat die ene kroon op het werk mist: deelname aan de Spelen. ‘De succesvolle loser’ noem ik het. Dat vind ik lekker prikkelend. Ik ben echt dankbaar dat ik dit kan volgen. Ik vind het belangrijk om me te ontwikkelen. Mijn studie psychologie past ook in dat plaatje. Uiteindelijk wil ik iets in de sportpsychologie doen. Dat is the end game. Daar gaan we voor.”

“Op de werkvloer mis je de snelle confirmatie van welke kant het op gaat”

“Ik noem het ‘De succesvolle loser’ ”